Loop jij ook achter je neuronen aan?
De eerste filosofen schuwden allerminst theorieën over de natuur en waar die uit bestaat. Voor deze ‘natuurfilosofen’ behoorde de natuur simpelweg tot hun werkterrein. In de daaropvolgende millennia is het domein van de wijsgeer sterk gekrompen. Een filosoof die nu iets zegt over de natuur of waar zij uit bestaat, wordt geadviseerd zich bij zijn leest te houden. De natuur, dat is een zaak voor de natuurwetenschappen. ‘Armchair physics’ bedrijven is zinloos. Filosofen moeten zich bezighouden met datgene waar de natuurwetenschappen niets over kunnen zeggen. De natuurwetenschappen krijgen echter een steeds luidere stem en steeds meer onderwerpen vallen onder haar paraplu. Zoals de vrije wil, momenteel zeer ‘hot’ zo bleek uit de grote opkomst bij de derde lunchlezing. Die wordt twee kanten op getrokken. Aan de ene kant probeert de neurobiologie haar te annexeren, aan de andere kant vecht de filosofie om niet wéér een onderwerp te moeten afstaan. Niet elke filosoof staat aan de filosofenkant. Dr. Thomas Müller plaatst zich boven de twist en ziet een belangrijke rol voor beide disciplines.
Zoek de vrije wil
De neurowetenschappen boeken zeer veel succes. Door middel van technieken die voorheen niet beschikbaar waren, zijn we steeds beter in staat om de werking van ons meest complexe orgaan – het brein – te onderzoeken. Als de vrije wil bestaat moet die in onze hersenen te vinden zijn. We weten steeds beter wat zich daar afspeelt en hoe ons brein in elkaar zit. Bijna iedereen kent de plaatjes van digitale hersendoorsneden waarop met kleuren is aangegeven welke gebieden actief zijn bij een bepaalde activiteit. Toch is op deze plaatjes geen ruimte voor vrije wil. Wat zichtbaar is, zijn slechts neuronen, elektrische activiteit en chemische stoffen die in een nog te ontdekken causaal verband met elkaar staan. Ons gedrag en denken is de uitkomst van de interactie van deze elementen. Is daarmee het hele verhaal verteld? Volgens dr. Müller betekent deze neurobiologische verklaring niet dat de filosofie niets meer kan zeggen over de vrije wil.
Weten wat je zoekt
De vraag naar het bestaan van de vrije wil is namelijk niet louter een empirische vraag. Het is niet duidelijk wat er verstaan wordt onder het concept van vrije wil. Wat vrije wil is, moet eerst beantwoord worden voordat er empirisch onderzoek naar gedaan kan worden. Hierin is de filosofie wel degelijk van belang. De filosofie kan een brug slaan tussen het wereldbeeld waarover de empirische wetenschap zeggenschap heeft en waarin de mens slechts een onderdeel in het geheel is, en het conceptuele wereldbeeld dat de mens zelf construeert. Het nadenken en proberen een antwoord te geven op de vraag wat de vrije wil is, behoeft een conceptuele analyse waar de empirische wetenschap niet in kan voorzien. Het concept dat hieruit voortkomt moet volgens Müller aansluiten op de praktijk waarin we ons bevinden en waarnaar we handelen. Of er een interessante en haalbare notie van vrije wil is waarmee zowel de filosofie als de empirische wetenschap uit de voeten kan, is vooralsnog de vraag. Rest nog een tip: als een neurowetenschapper iets zegt over de vrije wil, vraag dan even wat hij daar precies mee bedoelt.
Klik hier om de hele lezing over de vrije wil terug te kijken. Volgende week spreekt Timo Bolt. Hij bekijkt als historicus het ontstaan van ziektebeelden zoals ADHD. We hebben liever een onvolkomen diagnose dan géén diagnose. Is ADHD slechts een modeverschijnsel?
Categorie: Filosofie


Studium Generale
Printversie
Een enkele gedachte naar aanleiding van uw lunch lezing (23-02-11) over de vrije wil.
Het zou kunnen, dat er een schaal is binnen onze deterministische biologie,
die de praktijk/ervaring schept van onvrijheid naar vrijheid van keuzes.
Interessant wordt dit pas, als we ons realiseren dat "keuze gebaseerd op gedachtes"
meestal aangezien worden voor een vrije keus, terwijl gedachtes over iets juist een
abstracte verwijdering geven ... van de realiteit van onze biologische verwerking
van álle omstandigheden van dat keuze moment.
Om werkelijk aan de positieve kant te komen van die schaal tussen
onvrijheid en vrijheid, is een volledig belangeloos openstaan nodig
van de biologisch deterministische signalen van dat keuze moment.
Gedachtes zullen daarbij even stil moeten worden, om vanuit die
stille openheid een keuze spontaan als beste te voelen opkomen.
Gedachtes zijn immers nooit belangeloos ...
tenzij ze vanuit stil bewustzijn beschouwt worden.
Zonder die gedachten stilte, overstemt de sterkste rationele overweging,
alle andere invloeden. En die sterkste gedachte staat vaak verre af
van de beste (harmonieuze-met álles rekening houdende) keuze.
Bijv. de keuze voor een broodje kaas of een broodje groente, kan
beter niet op grond van een opkomende gedachte gemaakt worden,
en wel op grond van stil bewustzijn die zeer zeker een mee weging
geeft van de behoeftes van ons lichaam op dat moment. De aanwezige
gedachtes over kaas-bio industrie-lactose intolerantie-mestoverschotten,
is naast stil bewustzijn, dan niet meer óver dominant en leid niet meer naar
een minder vrije (minder harmonieuze-met alles rekening houdende) keuze.
Dieren en planten hebben in die zin wel heel veel vrije keuze,
zo begrepen dat ze, heel aardig "harmonieus-met alles rekening houdend"
leven. En spontaan kiezen, wat hun volledig biologische determinisme hen
voorschotelt op keuze momenten. Een schoolvoorbeeld van wat meestal
aangezien wordt voor onvrijheid, maar wat in werkelijkheid hoog op de
schaal van vrijheid is. Maar ook dieren worden onvrijer als hun gedachtes
(bijv. irreële angsten) hun gedrag gaan bepalen, meestal verergert dit
in contact met mensen.
Meer vrije keuze is mogelijk als we belemmeringen weg nemen,
of te boven komen, die goede keuzes tegen gaan. Juist meer toegang krijgen
tot ons volledig determinisme. En dat lukt alleen vanuit stil bewustzijn van
een keuze moment. Eckhart Tolle verwoord dit schitterend.
Groet, Michiel Slegten