E-mailPrint

Categorie: Filosofie

Filmpje en blogbundel: Herman Philipse over de filosofie van de geest

Door Studium Generale op 20-05-2012

In vier minuten op de hoogte van alle filosofische vraagstukken rond het lichaam-geest-probleem.

Niet zonder reden heeft Dick Swaabs boek Wij zijn ons brein de afgelopen jaren zoveel stof doen opwaaien. Swaabs belangrijkste stelling is dat al ons gedrag te herleiden zou zijn tot hersenprocessen. Wetenschappers en columnisten doken in de wetenschapsbijlagen van de kranten over elkaar heen om Swaabs ideeën te ondersteunen dan wel te bestrijden, maar ook aan de koffietafel werd er druk over gediscussieerd. Zijn wij echt volledig te reduceren tot onze hersenen en bestaat ‘de geest’ dus niet?

Prof. dr. mr. Herman Philipse schept in de lezingenreeks Filosofie van de geest weer orde in het debat. Hij laat zien dat er veel conceptuele verwarring is in het debat en dat er met de huidige stand van de wetenschap nog geen definitieve conclusies rond het lichaam-geest-probleem getrokken kunnen worden. Kijk hieronder het filmpje. Liever lezen? De verzamelde nieuwsblogs zijn ook in een bundeling te downloaden (pdf). Of verdiep je nog verder in de discussie met het gratis e-book Zijn wij ons brein?

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De vrije mens is een plattelandsbewoner

Door Lars Boomsma (student-assistent) op 16-05-2012

Het gedachtegoed van Jean-Jacques Rousseau wordt regelmatig verantwoordelijk gehouden voor totalitaire regimes als dat van Mao Zedong en de Rode Khmer. Is dat terecht? In zijn lezing voor de serie Van nature goed stelt professor Wijnand Mijnhardt dat het geen recht doet aan het gedachtegoed van deze bijzondere denker. Dergelijke interpretaties houden geen rekening met de manier waarop kennis wordt overgedragen: Rousseau leeft door middel van zijn geschriften, maar iedere tijd leest hem op zijn eigen manier, geeft er zijn eigen interpretatie aan. Om recht te doen aan de denkbeelden van Rousseau, moet je naar de achtergronden kijken waartegen zijn geschriften afsteken.

Verlichte geesten: De Groot en Locke
In het Europa van de achttiende eeuw vonden grote ideologische omwentelingen plaats. In de voorafgaande eeuwen was de maatschappij doordesemd van de christelijke moraal. In die moraal is eigenliefde een negatieve eigenschap en wordt de maatschappij als een statische eenheid beschouwd, waarin je je plek moet kennen. Onder aanvoering van de Nederlandse denker Hugo de Groot (1583-1645) en de Britse filosoof John Locke (1632-1704) kwam er een grote omwenteling. De Groot kwam op voor het zelfverdedigingsrecht en beschouwde daarbij de eigenliefde, het eigenbelang, juist als de grondslag voor de samenleving. De beste manier waarop je dat eigenbelang vervolgens veilig kunt stellen, is door ‘redelijk’ (dat wil zeggen met rede begiftigd) te handelen. Locke voegde hier de idee van zelfbeschikking aan toe: redelijke burgers streven hun eigenbelang na en zo ontstaat er bestuur dat in het belang is van allen. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Drie vragen aan prof. dr. Willem Koops over Jean-Jacques Rousseau

Door Ruben Dieleman (student-assistent) op 14-05-2012

In 2012 is het 300 jaar geleden dat Rousseau werd geboren en 250 jaar geleden verscheen zijn invloedrijke boek over opvoeden Émile ou l'éducation. Studium Generale vroeg hoogleraar Ontwikkelingspsychologie Willem Koops naar de invloed van Rousseau en waarom hij nog steeds zo belangrijk is.

Meer weten over Rousseau, opvoeding en burgerschap? Kom dan naar de serie Van nature goed! Aanstaande dinsdag 15 mei spreekt prof. dr. Wijnand Mijnhardt over Verlichte idealen in het onderwijs. Prof. dr. Micha de Winter opent met een actuele column. De inleidende lezing van prof. dr. mr. Herman Philipse is hier terug te zien: Verlichting - al drie eeuwen actueel.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Rousseau: de perfecte populist

Door Lars Boomsma (student-assistent) op 09-05-2012

Het is dit jaar driehonderd jaar geleden dat de filosoof Jean-Jacques Rousseau het levenslicht zag. Wat is de relevantie van zijn gedachtegoed voor de moderne mens? Volgens prof. Willem Koops heeft Rousseau een belangrijke rol gespeeld in de manier waarop kinderen opgevoed worden. In zijn inleidende column voor de lezing van prof. Herman Philipse in de serie Van nature goed, vertelt hij over de psycholoog Jean Piaget. Toen hij de verschillende ontwikkelingsstadia onderzocht die kinderen doormaken, kwamen die opvallend goed overeen met de ideeën van Rousseau zoals naar voren gebracht in zijn Émile ou de l’éducation. Niet vreemd, want de manier waarop kinderen op school onderwezen worden is in hoge mate beïnvloed door Rousseaus gedachtegoed. Rousseau leverde met Émile een blauwdruk die later waarheid zou worden en heeft daarmee een groot stempel op onze cultuur gedrukt. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 4 reacties »

Alasdair MacIntyre: via je eigen verhaal verbonden met de traditie

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 02-05-2012

Ons leven is gefragmenteerd en we dreigen onszelf kwijt te raken. Dat is de niet erg vrolijke diagnose van de moderne mens die Alasdair MacIntyre stelt. Onder invloed van het liberalisme zijn we alleen nog maar bezig met onze individuele meningen en vieren we het consumentisme. Van een gemeenschappelijke moraal en sociale samenhang is geen sprake meer. Hoe die terug te vinden?

MacIntyre stelt dat het vertellen van verhalen aan elkaar en over jezelf weer voor eenheid kan zorgen. Verhalen zijn doelgericht maar ook onvoorspelbaar – net zoals het leven. Deugden kunnen daarbinnen weer zorgen voor een vorm van continuïteit. Het project om het gemeenschapsdenken weer een plaats te geven in de ethiek verdient waardering, zegt prof. dr. Joep Dohmen in zijn lezing over MacIntyre in de serie Levenskunst. Dat de uitwerking daarvan niet op ieders steun kan rekenen, bewijst de vurige discussie die prof. dr. Maarten van Buuren na afloop met hem aanging. Hoeveel individuele vrijheid ben je bereid in te leveren voor een stevige sociale orde? Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Videoblogs Kettingreactie: Zijn wij ons brein? Prof. dr. Marcus Düwell

Door Studium Generale op 01-05-2012

De tweede in een serie videoblogs die in samenwerking met de NTR tot stand komt. Prof. dr. Marcus Düwell reageert op de vraag 'Zijn wij ons brein?' Is het duidelijk wat precies onder vrijheid begrepen wordt, is zijn wedervraag. Lees ook het eerdere nieuwsblogbericht. De uitgebreide reacties zijn verzameld in de e-bundel Zijn wij ons brein, die hier gratis te downloaden is. Het eerste filmpje, van dr. Martijn van den Heuvel is hier te zien.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

300 jaar Rousseau – 300 jaar verlangen naar echtheid

Door Ruben Dieleman (student-assistent) op 01-05-2012

Een van de meest invloedrijke ideeën van Jean-Jacques Rousseau heeft te maken met het verlangen naar echtheid en authenticiteit. Niet voor niets komen ‘echt’, ‘puur’ en ‘zuiver’ zo vaak in reclameslogans voor om de consument te overtuigen: met zo’n echt product zit je goed, is de boodschap. Deze buzzwords zijn eigenlijk al driehonderd jaar oud. Het authenticiteitsdenken is de erfenis van de Zwitsers-Franse Verlichtingsfilosoof, die met één been al in de Romantiek stond. Dit jaar is het 300 jaar geleden dat Rousseau werd geboren en 250 jaar geleden dat Émile ou l’éducation verscheen. Reden genoeg voor de vierdelige lezingenreeks Van nature goed, over de invloed van Rousseau op ons denken over wie we zijn en hoe we samenleven.

Vrij laten
In de Émile zet Rousseau zijn filosofie van opvoeding en onderwijs uiteen. Het kind is ‘van nature goed’ – het is de maatschappij die het met haar regeltjes in de verkeerde mal duwt. Om de natuurlijke goedheid te behouden en te vormen tot een morele volwassenheid, is het zaak het kind zoveel mogelijk vrij te laten. Dat is ook de manier om authenticiteit te waarborgen – die waarde die in onze tijd zo ontzettend veel nadruk krijgt. Cultuurfilosoof Maarten Doorman betoogt bijvoorbeeld in zijn onlangs verschenen boekje Rousseau en ik dat onze preoccupatie met echtheid – en met ons eigen ik – terug te voeren is op Rousseau (niet voor niets de eerste schrijver van een autobiografie – Bekentenissen – genoemd.) Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Het lichaam-geest-probleem: dé geest bestaat niet

Door Lars Boomsma (student-assistent) op 26-04-2012

Wanneer je de kleur geel ziet of mooie muziek hoort, bestaan die kleur en die muziek dan echt of zijn het slechts constructies van de hersenen? Hersenwetenschappers als Colin Blakemore beweren dat laatste. Volgens hen krijgen de oren en de ogen prikkels binnen, die de hersenen dan tot bepaalde kleuren of muziekklanken omvormen. Dit zou betekenen dat we alleen kennis hebben van de buitenwereld door de manier waarop de hersenen vorm geven aan die buitenwereld.

Volgens prof. dr. mr. Herman Philipse hebben we hier echter te maken met de zogeheten mereologische drogreden: het verwarren van een deel van het geheel met het geheel. Het zijn niet de hersenen die een kleur ‘zien’ of muziek ‘horen’, maar de mens in zijn geheel. Zien en horen zijn menselijke kenmerken, geen kenmerken die we een-op-een kunnen toeschrijven aan de hersenen. De hersenen spelen een grote rol bij het verwerken van zintuiglijke indrukken, maar we kunnen niet zeggen dat de hersenen ‘zien’ of ‘horen’. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Denken zonder hersenen, kan dat?

Door Lars Boomsma (student-assistent) op 20-04-2012

De twintigste-eeuwse wiskundige Alan Turing vroeg zich af op welke gronden wij mentale toestanden toeschrijven aan mensen en hoe we die kunnen onderscheiden van computers. Hiervoor ontwikkelde hij de zogenaamde Turingtest. Stel dat je achter een beeldscherm zit en je typt een vraag in. Vervolgens krijg je een antwoord op die vraag van een mens of een computer. Wanneer een computer even goede of geloofwaardige antwoorden geeft op je vragen als een mens, moeten we volgens Turing zeggen dat die computer kan denken.

Functionalisme
De theorie die met dit experiment samenhangt, is het functionalisme: mentale toestanden worden hierin opgevat als functionele toestanden. Functionalisten kijken niet naar de hersenen op zichzelf, maar naar de functie van de input (bijvoorbeeld het stellen van een vraag) voor een bepaalde output (bijvoorbeeld het antwoord op die vraag). Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Wel afhankelijk van het brein, maar er niet toe te reduceren

Door Lars Boomsma (student-assistent) op 12-04-2012

Toen René Descartes begin zeventiende eeuw de hersenen van koeien ontleedde, vergeleek hij de werking van de hersenen met een hydraulische machine. Zo’n machine functioneert niet op zichzelf, maar ‘iets’ moet er input aan geven. Dat ‘iets’ was voor Descartes de geest. Volgens hem is het onmogelijk om vanuit de hydraulische machine die de hersenen zijn te verklaren waarom mensen taal, intelligentie en een vrije wil hebben. Inmiddels zijn we bijna vier eeuwen verder en worden hersenen vergeleken met computers in plaats van hydraulische machines, maar het probleem waar Descartes tegenaan liep is in de kern ongewijzigd gebleven: is er een sturend mechanisme dat van buitenaf op onze hersenen inwerkt (substantiedualisme) of is ons gedrag volledig te herleiden tot hersenprocessen (reductionisme)? Prof. dr. mr. Herman Philipse schetst in de tweede lezing van de serie Filosofie van de geest de overgang van substantiedualisme naar reductionisme in het denken over de hersenen, maar stelt dat ze beide geen overtuigende verklaringen bieden voor de werking van de hersenen. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

De vrije wil: (vooralsnog) geen illusie

Door Rick Berends (student-assistent) op 05-04-2012

Is de vrije wil een illusie? Volgens een aantal hersenonderzoekers wel. Victor Lamme concludeert bijvoorbeeld naar aanleiding van empirische onderzoeken dat de vrije wil niet bestaat. Prof. dr. mr. Herman Philipse wijst in de eerste lezing van zijn nieuwe collegereeks Filosofie van de geest deze conclusie van de hand. Dat deze duizenden jaren oude discussie over lichaam, geest en vrije wil weer op de agenda staat is alleen maar toe te juichen. Maar een antwoord waar iedereen mee instemt zal ook met de nieuwste inzichten van de neurowetenschappen waarschijnlijk niet snel gevonden worden. Het is een complex probleem dat uitnodigt tot zeer veel verschillende perspectieven en overdenkingen. De verzameling essays getiteld Zijn wij ons brein?, die voorafgaand aan de lezing aan rector Bert van der Zwaan werd gepresenteerd – en die hier te downloaden is – maakt dat ook duidelijk. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 2 reacties »

Nietzsche als deugdethicus

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 04-04-2012

Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.

Levenskunst voor vergevorderden
Het is een filosofie die moeilijk te behappen is, zo geeft Maarten van Buuren toe. Maar, zegt hij: ‘Nietzsche brengt mij op de goede weg.’ Met levendige en persoonlijke voorbeelden licht Van Buuren de ‘levenslessen’ van Nietzsche toe. De vraag die blijft hangen is wel of het toepassen ervan niet vereist dat je al vergevorderd bent in het vormgeven van je eigen leven. In de deconstructie van ik en waarheid, en de nadruk op overgave en opoffering (voor jezelf natuurlijk, en niet voor een ander) zingt ook een gevaarlijke klank door. Nietzsche stierf krankzinnig – door de syfilis waarschijnlijk. Toch klinkt dat einde ook wel als een waarschuwing. Je mag wel stevig in je schoenen staan wanneer je zoals Van Buuren jezelf voor de spiegel eens goed de waarheid zegt. Ook al kies je er vervolgens voor in de illusie te geloven… Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Wetenschap in Hollywood: The Matrix

Door Laura Mol (student-assistent) op 02-04-2012

Wetenschap in Hollywood: over de zin en onzin van wetenschap in films.

Sommige films houden vooral een bepaalde groep wetenschappers bezig, zoals Gattaca de moleculair biologen, maar eens in de zoveel tijd verschijnt er een film die experts uit meerdere disciplines aanspreekt. Een goed voorbeeld is The Matrix (1999), een buitengewoon succesvolle sciencefictionfilm, geschreven en geregisseerd door Larry en Andy Wachowski. De film speelt zich af rond 2300. De realiteit zoals mensen deze beleven, is eigenlijk een schijnwereld à la 1999 - de Matrix genaamd - gecreëerd door computers met bewustzijn en intelligentie. Terwijl de mensen denken dat ze een normaal leven leiden, worden hun lichamen gebruikt als energiebron voor de computers. Hoofdpersoon is computerprogrammeur Thomas Anderson, ook bekend onder zijn hackernaam ‘Neo’, die wordt benaderd door een groep rebellen onder leiding van Morpheus. Hij geeft Neo de keuze om uit de Matrix te stappen naar de echte wereld. Morpheus is ervan overtuigd dat Neo ‘de Uitverkorene’ (‘the One’) is en de oorlog tussen de computers en de mensheid kan stoppen. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De zwerm: de waarneming van veelheid creëert eenheid

Door Rick Berends (student-assistent) op 15-03-2012

Wanneer je de suggestie wekt van een vorm, duurt het niet lang voor iemand die ernaar kijkt die vorm ook waarneemt. Als je bijvoorbeeld drie v’s tekent die met de punten naar buiten wijzen en met opening naar elkaar zijn gericht, zien we daar al snel een driehoek in. Maar betekent dit dat die driehoek er ook is? Hetzelfde principe geldt voor zwermen. Een zwerm is een eenheid die zich vormt uit een veelheid. Wij nemen een eenheid waar, maar is die eenheid er ook? Zit de zwerm in ons, of is de zwerm ‘out there’?

Hoe zien wij?
‘Hoe zien wij?’ vraagt dr. Rick Dolphijn zich af bij de zesde lezing in de reeks over De zwerm. Om deze vraag te beantwoorden is het van belang in te gaan op de manier waarop wij waarnemen. Het voorbeeld van de driehoek toont aan dat wij zelf vaak informatie creëren die niet per se aanwezig is in het object als zodanig. Tijdens het waarnemen brengen we onderscheidingen en begrenzingen aan, ook al zijn die scheidingen en grenzen niet aanwezig in het waargenomen object. De beelden en dingen die we zien bestaan niet, maar worden gemaakt op het moment wij een relatie aangaan met onze omgeving. ‘I don’t believe in things’, citeert Dolphijn daarom Gilles Deleuze. Uit de waarneming creëren we een waarheid die het gevolg is van het medium (en daaronder schaart Dolphijn onder andere onze zintuigen, technologische middelen en kunstuitingen), en deze waarheid is dus per definitie een abstractie.  Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De flexibele mens en zijn angsten: Richard Sennett

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 07-03-2012

Jobhoppen, relatiehoppen en religieshoppen, daaruit bestaat het leven tegenwoordig. Vaste relaties hebben we als ketens van ons af geworpen om ons helemaal te richten op vrijheid en zelfontplooiing. Daarmee hebben we echter een hoop waardevols weggegooid, dat niet zo makkelijk weer te hervinden is. Richard Sennett stelt in zijn werk deze cultuurpessimistische diagnose van de hedendaagse maatschappij, die haast geen samenleving meer te noemen is. Hoe krijgen we weer vaste grond onder de voeten? Prof. dr. Joep Dohmen geeft in zijn lezing over Sennett in de serie Levenskunst toe dat hij de praktische uitwerking van Sennetts ideeën niet op alle punten overtuigend vindt. In de praktijk van bedrijfsleven en politiek zullen idealen als vakmanschap en respect gestalte moeten krijgen. Dohmen constateert dat er een spanning is tussen het individuele verlangen om een ‘vakman’ te worden en het verlangen naar sociale cohesie, zoals beide door Sennett beschreven worden. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Over het ‘meer’ in ‘meer dan de som der delen’

Door Rick Berends (student-assistent) op 23-02-2012

Als we zeggen dat een zwerm vogels meer is dan de som der delen, wat bedoelen we dan? Wat zou dat ‘meer’ moeten zijn? Een soort ‘vogelgeest’? Misschien is het wel voorbarig om te stellen dat de vogels samen ‘meer’ zijn, dan alle individuele vogels bij elkaar opgeteld. In de derde lezing van de serie De zwerm probeert dr. Victor Gijsbers op filosofische wijze door deze vanzelfsprekende uitspraak heen te prikken.

Wel te reduceren
Het zwermgedrag van vogels, stelt hij, blijkt wel degelijk te reduceren tot de som der delen. Dit werd in de jaren ’80 aangetoond door middel van de ‘individual based models’. Hierbij bepaal je het gedrag van een individu, dat vervolgens wordt ingevoerd in een computermodel. Daarna zet je een aantal individuen bij elkaar en kijk je wat er gebeurt. Het gedrag dat de individuen samen vertonen is per definitie reduceerbaar tot de som der delen, omdat de regels voor gedrag per individu zijn ingevoerd. Wetenschappers deden dit met het gedrag van vogels en wat bleek? De groep vogels vertoont gedrag dat sterk gelijkend is aan de spreeuwenzwermen. Met andere woorden: tel het individuele gedrag van vogels bij elkaar op, zet ze bij elkaar, en het resultaat is zwermgedrag. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 08-02-2012

Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.

Functionele wreedheden
‘Het doel heiligt de middelen’, zo is de politieke filosofie van Machiavelli samen te vatten. Assads doel is de macht behouden, net zoals ‘il principe’ (de vorst), en hij doet dat door extreme middelen in te zetten. Kan dat geoorloofd zijn? De vraag is of de aard van het doel wat uitmaakt. Volgens Maarten van Buuren wel. Zeker uit het latere werk van Machiavelli, de Discorsi, spreekt de overtuiging dat een doel in dienst moet staan van de republiek, anders gezegd: het volk. Op die gronden kun je wreedheden van dictators afkeuren. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 18-01-2012

Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Filmpje: Vrijheid en verplichting

Door Studium Generale op 01-01-2012

Al vanaf de Griekse oudheid denken filosofen na over de menselijk ethiek. Wijsgeren ontwikkelden, geïnspireerd door urgente morele vraagstukken en de beperkingen die zij en ieder mens wel voelen, opvattingen over ethiek die ook nu nog van grote waarde zijn. Prof. dr. mr. Herman Philipse over de geschiedenis van het ethisch denken in Vrijheid en verplichting.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 07-12-2011

De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.

Atomisme
Epicurus' natuurkunde en kenleer vormen de basis voor zijn ethiek. Hij is een atomist; de werkelijkheid bestaat volgens hem uit atomen en leegte. We kennen die werkelijkheid alleen via de waarneming, via de zintuigen dus. Ook de waarneming is atomair. De beelden die bij ons binnenkomen zijn 'dunne vliesjes' die van de atomen onze zintuigen binnendringen. Dat geldt zelfs voor onze voorstelling van goden en mythes en voor onze dromen. Waarneming is bovendien altijd waar, omdat ze rechtstreeks uit de werkelijkheid afkomstig is. Het zijn onze meningen over en interpretaties van wat we zien die eventueel een onwaarheid zijn. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Tot tien tellen: tijd voor vergeving

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 25-11-2011

Twee vragen: wie durft zichzelf waarlijk vergevingsgezind te noemen? En wie reageert in een vervelende situatie op straat met een kort lontje en ingehouden woede? Het zijn lastige vragen om over jezelf te moeten beantwoorden. Toch durf ik mezelf wel vergevingsgezind te noemen, hoewel ik me ook wel herken in de woede die in één klap kan ontvlammen. Dat lijkt een paradox, maar misschien wijst die juist wel de weg naar een meer vergevingsgezind samenleven. Vergeving vraagt tijd en tijd, daar hebben we over het algemeen te weinig van.

Op de tweede avond naar aanleiding van De andere wang, over vergeving en vergelding, ligt het accent op de maatschappelijke aspecten. De samenleving krijgt steeds meer de trekken van een schuld- en afrekencultuur. ‘Je recht halen’ is het antwoord op alles wat je overkomt, of dat nu toe te schrijven is aan een bedrijf, een persoon, de natuur of gewoon het lot. En dat terwijl een meer vergevingsgezinde instelling veel rust en evenwicht kan brengen – zowel voor jezelf als in de wereld.  Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 10-11-2011

De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst? Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 06-10-2011

Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.

Het taoïsme van de Chinese wijsgeer en dichter Lao Tse is in de vierde eeuw voor Christus opgetekend in het beroemde boek Tao Te Ching. Het bestaat uit 81 hoofdstukken of gedichten. In die vorm tekent zich al af dat ‘dao’ niet verwijst naar een ethische imperatief of naar een set leefregels. Anders dan bijvoorbeeld de leer van Confucius, die wel bestaat uit zulke regels en waartegen Lao Tse zich met zijn eigen werk afzette. Hij schrijft dan ook niet voor de machthebbers of om een hiërarchische orde te bestendigen, zoals Confucius deed. Dao is dynamisch, natuurlijk, niet humanistisch en soms zelfs meedogenloos. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

8 ‘Twinkers’ over #ethiek

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 10-09-2011

Studium Generale had eerder dit jaar al 14 twinkers over het brein. Twinkers zijn tweets die je aan het denken zetten. Deze week verschenen er acht twinkers over ethiek. Elk van de twinkers verwijst naar een van de lezingen en bijbehorende nieuwsblogberichten uit de reeks Vrijheid en verplichting, dit voorjaar door prof. dr. mr. Herman Philipse gehouden. 8 x 140 tekens over actuele ethische kwesties waar oude filosofen het denkgereedschap voor leveren.

1 In de ideale staat van Plato geen Balkenendenorm: bestuurders kennen geen enkele rijkdom. #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse1
2 De bankiers die de economie om zeep hebben geholpen moeten Aristoteles lezen aldus Philipse. #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse2
3 Wat nou mindfulness?! Ga een intellectuele correspondentie aan met een filosoof! #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse3
4 90% hogeropgeleiden id Tweede Kamer representeren 70% niet-hoogopgeleide kiezers. Democratisch? #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse4
5 Vrijheid is iets waar volksstammen naar verlangen van Londen tot Libië. Maar wat is vrijheid? #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse5
6 Is arm Zimbabwe even gelukkig als welvarend Japan? Kijk verder dan het BNP. #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse6
7 Wel of geen kernenergie? Als het geluk van toekomstige generaties telt, is dat hier 25.000 jaar. #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse7
8 Duurzaamheid vraagt om nieuwe ‘environmental ethic’: niet alleen geitenwollensokken op de fiets. #twinkers #ethiek http://bit.ly/philipse8

Kijk nu ook het bijbehorende filmpje terug over de reeks Vrijheid en verplichting.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 08-09-2011

Heeft de moraal een natuurlijke, evolutionaire oorsprong? Of is moraal specifiek menselijk en niet los te zien van cultuur? Dat was de inzet van de lezing door prof. Joep Dohmen over het werk van bioloog Frans de Waal en in het bijzonder de notie van empathie. De Waal laat in zijn onderzoek naar het gedrag van apen zien dat empathie – en daarmee gedrag als wederkerigheid en troost – niet een verworvenheid van de mens is, maar ook bij dieren voorkomt. De mens is net als zijn naaste verwanten ‘van nature goed’, zij het dat hij ook van nature uitgerust is met ‘slechte’ eigenschappen als agressie en machtsbelustheid.

Empathie is daarmee bij uitstek een ‘moderne deugd’ te noemen, geworteld in de natuurwetenschap en voorzien van kwantitatief bewijs. Een mooie leidraad voor het onderzoek naar een ‘moraal van de eenentwintigste eeuw’ zoals Joep Dohmen en Maarten van Buuren dat in de serie Levenskunst: deugden en ondeugden voor ogen hebben. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

English version: Columncontest

Door Studium Generale op 31-08-2011

Columncontest ‘An animal you just want to eat’

During the Night of Descartes on October 13 in the Geertekerk (afternoon program 14.00 until 17.30 hours in English, evening program 20.15 until 22.30 hours in Dutch), the question is explored whether history and philosophy can explain and determine our attitude towards animals now and in the future. Recently the first ‘animal cops’ were appointed in the Netherlands, yet we still have the 'plofkip' (a chicken too fat to stand upright), so the least one can say is that were are inconsistent in our attitude towards animals.

Hypocrisy?
On the occasion of the Night of Descartes 2011, the Descartes Centre, Studium Generale, and the digital university paper DUB have organised a column contest. You are invited to write a column on the following topic:

Would it not be both easy and decent to put the well-being animals first in our dealings with them, and not our own interests? If so, can we go on experimenting  on animals and eating  meat then? Or is a rabbit in the wild different from a rabbit as a pet, and a rabbit in a laboratory again different from a rabbit in fur farming? In other words, do the needs and rights of animals and the responsibilities of humans differ from one context to another, and perhaps also from one species to another?

In your column you may want to address questions like: Can we clearly determine what animal welfare is and use this as a starting point for legislation? Should we re-evaluate the relation between humans and animals in every situation? How does the interest of (human) public health relate to animal health, is there ‘one health‘, as it is recently put? How influential are historical and cultural factors? Has our aesthetic perception of how animals should look gone mad, resulting in breeding practices that cause serious damage to their health and natural behavior. And how do you expect we shall look upon these issues in the future?

For more information on the symposium, click here.

Students and employees of Utrecht University and the University Medical Centre Utrecht are  encouraged to send in their column. Yet anyone should feel free to participate in the contest. Your column of about 400 to 600 words, together with name, address, and telephone number of the author, should be received on Monday, October 3th, 2011 at the latest at info@sg.uu.nl. The winning column will be published on DUB. Moreover, the author will win booktickets worth 250 euros! The winner will be announced during the Night of Descartes.

Categorie: Geschiedenis Filosofie | Geen reacties »

Columnwedstrijd 'Een dier om op te vreten'

Door Studium Generale op 24-08-2011

In de Nacht van Descartes op 13 oktober in de Geertekerk (14.00-17.30 uur en 20.15-22.30 uur) wordt de vraag gesteld of geschiedenis en filosofie onze houding ten opzichte van het dier kan verklaren en bepalen voor de toekomst. Want nu de eerste animal cops zijn aangesteld, en we tegelijk ook nog steeds de plofkip kennen die te dik is om te staan, zijn we op zijn minst inconsequent te noemen in onze houding naar dieren.

Hypocriet?
Ter gelegenheid van de Nacht van Descartes 2011 hebben het Descartes Centre, Studium Generale en het digitale universiteitsblad DUB een columnwedstrijd uitgeschreven. Schrijf een column over de volgende kwestie:

Is het niet het eenvoudigst en het fatsoenlijkst om in onze omgang met dieren het welzijn van het dier voorop te stellen en niet de belangen van de mens? En kun je dan nog dierproeven doen en vlees eten? Of is een konijn in het wild verschillend van een konijn als huisdier, en is een konijn in het laboratorium iets anders dan een konijn in de bontfokkerij? Met andere woorden, verschillen de behoeften en rechten van dieren en de plichten van de mens per context, en ook per diersoort?

Je kunt in je column ingaan op vragen als: Kunnen we eenduidig vaststellen wat dierenwelzijn is en dat uitgangspunt maken van wetgeving? Is het juist goed om in elke situatie de relatie tussen mensen en dier opnieuw te bekijken? Hoe verhoudt het belang van menselijke gezondheid zich ten opzichte van dier gezondheid (one health)? Wat is de invloed van geschiedenis en cultuur van een land? Is ons esthetisch beeld van hoe een dier er uit moet zien niet doorgeschoten, denk aan het doorfokken wat natuurlijk gedrag onmogelijk maakt? En hoe zullen we in de toekomst tegen de kwestie aan kijken?

Voor meer informatie over het symposium en leestips kijk hier.

Studenten en medewerkers van de UU en het UMC worden nadrukkelijk uitgenodigd om een bijdrage over dit thema in te zenden. Ook anderen geïnteresseerden mogen hun bijdrage insturen. De bijdrage van tussen de 400 en 600 woorden moet uiterlijk op maandag 3 oktober binnen zijn, voorzien van naam, adres en telefoonnummer van de auteur op info@sg.uu.nl. De bekroonde column wordt gepubliceerd op DUB. De auteur krijgt bovendien een prijs bestaande uit boekenbonnen ter waarde van 250 euro. En de winnaar wordt op de Nacht van Descartes (13 oktober) bekend gemaakt.

Categorie: Geschiedenis Filosofie | Geen reacties »

Nieuw in het najaar: De Nacht van Descartes - Een dier om op te vreten

Door Studium Generale op 27-07-2011

Terwijl de eerste animal cops aan het werk zijn, kennen we nog steeds de plofkip. Op zijn minst zijn we dus inconsistent in onze houding ten opzichte van het dier. Kunnen we daaruit ontsnappen? Een historisch en filosofisch perspectief op de vraag wat goed is voor mens en dier.

Dieren doen zich in verschillende rollen aan ons voor. Als voedsel, huisdier en als onderdeel van de natuur. Is onze zorgplicht voor dieren afhankelijk van de context?

In samenwerking met het Descartes Centre for the History and Philosophy of the Sciences and the Humanities, op donderdag 13 oktober van 14.00 tot 17.30 uur en van 20.15 tot 22.30 uur.

Het hele programma is hier te bekijken.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Kijk nu: Thomas Müller over de vrije wil

Door Studium Generale op 25-07-2011

Meer weten over de filosofie en neurowetenschap van de vrije wil? Kijk de hele lezing van dr. Thomas Müller terug via de pagina Broodje brein.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Marcus Düwell over de vraag: Wat is de mens?

Door Studium Generale op 10-07-2011

Wil je de hele lezing van prof. dr. Marcus Düwell terugzien? Kijk dan op de pagina van de lunchlezingen over Lichaam en geest.

Categorie: Uncategorized Filosofie | Geen reacties »

Tipje van de sluier: Levenskunst - deugden en ondeugden

Door Studium Generale op 03-07-2011

Hoe krijg je als academicus en als mens het vermogen om het goede van het kwade te onderscheiden? Hoe vorm je karakter? Prof. Maarten van Buuren en prof. Joep Dohmen over filosofie, levenskunst, deugden en ondeugden.

De westerse mens heeft de vrijheid veroverd om te kiezen wie hij wil zijn. Maar hoe moet je die vrijheid invullen? En hoe kan een maatschappij vol vrije individuen goed functioneren?

Tien avonden behandelen Van Buuren en Dohmen het werk van filosofen en denkers, waarna ze op het scherpst van de snede met elkaar in discussie gaan.

Categorie: Filosofie | 2 reacties »

Blogbundel ‘Tijd’

Door Studium Generale op 09-05-2011

Wat is tijd? Het is een vraag die op vele manieren kan worden beantwoord. Je kent vast het gevoel dat een uur lang of kort kan duren – als je rijexamen doet of juist een feestje viert. Er is dan ook een verschil tussen de gelijkmatig gemeten kloktijd en de duur zoals we die ervaren. In het dagelijks leven hebben we steeds meer stress en tijdnood, en dat terwijl ‘onthaasten’ hip is.

Wat zegt de wetenschap hierover? In de lezingenserie Tijd belichtten acht wetenschappers uit verschillende vakgebieden het begrip vanuit diverse kanten. Daarnaast gaan zij in op de vraag hoe je tijd eigenlijk kunt onderzoeken als je er zelf niet uit kunt stappen. Lees hier de bundel met artikelen over de lezingen uit deze serie.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De prijs van de vrijheid: levenskunst als kunst en wetenschap

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 12-04-2011

Maarten van Buuren was de zwartkijker en Joep Dohmen de optimist in de serie Levenskunst, waarin zij handvatten voor een goed leven onderzochten aan de hand van schrijvers en filosofen. Maar eigenlijk kan alle vrolijkheid overboord, zo zeiden ze al aan het begin van de Kunst- en wetenschapslezing. Daar presenteerden zij hun boek De prijs van de vrijheid, waarin essays over de denkers en schrijvers zijn gebundeld. Niks vrijheid blijheid. Vrijheid is een last. Je kunt van je leven iets moois maken – levenskunst bedrijven – maar dat is hard werken. Niettemin is het een opgave voor iedereen die geeft om vrijheid, en dus om onze moderne verworvenheden, om iets van die vrijheid te maken. ‘Daarom hebben wij een belangrijk boek geschreven,’ aldus Joep Dohmen.

Moderne vrijheid
Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Een nieuwe milieuethiek: alles beter dan autorijden

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 29-03-2011

Autorijden is slecht voor het milieu, maar als iemand seks wil met een koe is er niets aan de hand, aldus Peter Singer. In  de laatste lezing van de reeks Vrijheid en verplichting ging prof. dr. mr. Philipse van de dreigingen van het verleden naar de dreigingen van de toekomst. Dit deed hij aan de hand van drie joodse filosofen uit de twintigste eeuw: Arendt, Levinas en Singer. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Kernenergie of broeikaseffect: waar schepen we de volgende generatie mee op?

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 22-03-2011

Morele opvattingen, we hebben ze allemaal. Er wordt over de normatieve ethiek, die de morele basisprincipes en maatstaven beschrijft, zelfs gezegd dat deze niet specifiek behoort tot het vakgebied van de filosoof. Ieder weldenkend mens is in staat na te denken over morele opvattingen; filosofen bezitten geen speciale normatieve kennis. Naast de normatieve ethiek bestaat ook de beschrijvende ethiek en meta-ethiek. Aan laatstgenoemde wijdde prof. dr. mr. Herman Philipse de zevende lezing in de reeks Vrijheid en verplichting. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Het ultieme geluk als doel

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 15-03-2011

Bruto Nationaal Geluk: een term die de afgelopen jaren steeds meer genoemd wordt. Zowel door instanties als het CBS en de WRR, als in de politiek, in wetenschappelijk onderzoek en bij colleges aan Amerikaanse universiteiten. Geluk zou veel meer als een indicator voor de welvaart van een land gebruikt moeten worden dan enkel en alleen geld. Nadenken over geluk is niets nieuws. De econoom en filosoof John Stuart Mill, ook wel gezien als de meest invloedrijke denker van de negentiende eeuw, deed dit ook, zo bleek bij de zesde lezing van prof. dr. mr. Philipse in de reeks Vrijheid en verplichting, over Darwin, Mill en Nietzsche. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Liegen generaliseren tot algemene wet?

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 08-03-2011

Discussies over vrijheid en determinisme vinden niet alleen plaats binnen de neurowetenschappen, een boek van Victor Lamme of in de Aula van het Academiegebouw. Het debat maakt ook deel uit van de hedendaagse politiek. Zo voert momenteel de menselijke keuzevrijheid de boventoon in de politiek en besteedde bijvoorbeeld D66 enkele pagina’s aan dit thema in Idee, haar wetenschappelijke tijdschrift. Ook filosofen houden zich al eeuwen met deze thematiek bezig. Eerder kwam al de zeventiende-eeuwse filosoof Thomas Hobbes aan de orde, die betoogde dat vrijheid verenigbaar is met het determinisme. In de vijfde lezing van de reeks Vrijheid en verplichting sprak prof. dr. mr. Philipse over de achttiende-eeuwse denkers David Hume en Immanuel Kant. Zij zagen met name de absurditeit  van de combinatie van vrijheid en determinisme. Hoe kan vrijheid mogelijk zijn in een universum waar alles causaal bepaald is? Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Is er ruimte voor ethiek binnen het determinisme?

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 01-03-2011

Is er binnen een deterministisch wereldbeeld, waar alle paden zijn uitgestippeld en waar de stand van zaken altijd haar oorzaak vindt in causale wetten, wel ruimte voor ethiek? Welk nut heeft kritische bezinning op juist gedrag eigenlijk wanneer al ons handelen bij voorbaat al vast staat? Heeft ethiek enige invloed en welke rol speelt de vrije wil hierin? Dit is een van de vele vraagstukken waar rationeel-deterministen als Thomas Hobbes en Baruch Spinoza zich in hun ethiek mee bezig hielden. Prof. dr. mr.Philipse sprak over deze filosofen in de vierde lezing van de reeks Vrijheid en verplichting.

Thomas Hobbes en de ontleding van de staat in passies
Hobbes en Spinoza worden wel gezien als de meest radicale verlichters. Dat zie je ook terug in hun denkbeelden en hun werk. Zo wilde Hobbes de natuurkundige theorie van Galilei toe passen op de menswetenschappen. Dit met het doel om met de menswetenschappen het succes van de natuurwetenschappen te evenaren of zelfs te overstijgen. Hobbes ging uit van een mechanistisch en materialistisch wereldbeeld. Dit resulteerde erin dat hij ook verschijnselen en instituties zoals de staat ging ontleden in passies. Met zijn studie van de passies sloot hij aan bij Descartes, die ook uitging van zes passies die de grondslag vormden voor alle andere passies.  Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Loop jij ook achter je neuronen aan?

Door Rick Berends (student-assistent) op 24-02-2011

De eerste filosofen schuwden allerminst theorieën over de natuur en waar die uit bestaat. Voor deze ‘natuurfilosofen’ behoorde de natuur simpelweg tot hun werkterrein. In de daaropvolgende millennia is het domein van de wijsgeer sterk gekrompen. Een filosoof die nu iets zegt over de natuur of waar zij uit bestaat, wordt geadviseerd zich bij zijn leest te houden. De natuur, dat is een zaak voor de natuurwetenschappen. ‘Armchair physics’ bedrijven is zinloos. Filosofen moeten zich bezighouden met datgene waar de natuurwetenschappen niets over kunnen zeggen. De natuurwetenschappen krijgen echter een steeds luidere stem en steeds meer onderwerpen vallen onder haar paraplu. Zoals de vrije wil, momenteel zeer ‘hot’ zo bleek uit de grote opkomst bij de derde lunchlezing. Die wordt twee kanten op getrokken. Aan de ene kant probeert de neurobiologie haar te annexeren, aan de andere kant vecht de filosofie om niet wéér een onderwerp te moeten afstaan. Niet elke filosoof staat aan de filosofenkant. Dr. Thomas Müller plaatst zich boven de twist en ziet een belangrijke rol voor beide disciplines. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Descartes - disciplinering van de passies

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 22-02-2011

Van de deugdenethiek van Aristoteles naar de receptie van de Stoa in de ethiek van René Descartes: dat is een tijdsprong van 2000 jaar in de wijsgerige ethiek. Descartes was de eerste filosoof die fors kritiek uitte op het werk van Aristoteles. Ook is hij de eerste christelijke filosoof die prof. dr. mr. Philipse – bekend om zijn atheïstische opvattingen - behandelt in de lezingenreeks Vrijheid en verplichting.

Het bewustzijn als bewijs voor het bestaan
Waar vandaag de dag het bestaan van de vrije wil in twijfel wordt getrokken (bijvoorbeeld door Victor Lamme in zijn boek De vrije wil bestaat niet), of op zoek wordt gegaan naar een benadering van de vrije wil die past binnen een natuurwetenschappelijk wereldbeeld (zie ook de lunchlezing van woensdag 23 februari), zag Descartes de vrije wil als determinant voor zelfrespect. De manier waarop we gebruik maken van onze keuzevrijheid en we zeggenschap uitoefenen over onze wil, ziet Descartes als het enige waarvan men met recht kan zeggen dat het een reden is om jezelf te waarderen. De deugdzame vrije wil maakt ons in deze zin zelfs godgelijk en zorgt ervoor dat alle mensen dezelfde morele status zouden kunnen hebben. Hierbij ging Descartes uit van een dualistische benadering van lichaam en geest: het lichaam zou gedetermineerd zijn en de geest was vrij. Goedbeschouwd zijn het dus twee aparte entiteiten. Hier is de welbekende uitspraak van Descartes ook op gebaseerd: Cogito ergo sum (Ik denk, dus ik ben). Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Wat is de mens?

Door Rick Berends (student-assistent) op 17-02-2011

Er schuilt een fundamentele vraag achter wetenschap. Van biologie tot psychologie, van sociologie tot filosofie en van letterkunde tot geschiedenis: de vraag ‘Wat is de mens?’ speelt op de achtergrond, hoewel soms bijna onzichtbaar.

Dit betekent niet dat al die wetenschappen de vraag op dezelfde manier beantwoorden. De biologie kijkt naar de mens vanuit een natuurwetenschappelijk perspectief. De mens is het (voorlopige) resultaat van evolutionaire processen. Geesteswetenschappen zoals letterkunde en geschiedenis bestuderen de producten van de mens en zien de mens vooral als cultureel en politiek wezen. En dan zijn er nog wetenschappen waarvoor het morele perspectief op de mens van belang is, zoals recht en ethiek. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 2 reacties »

De gulden middenweg: Aristoteles en de deugdethiek

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 15-02-2011

Was het doel van prof. dr. mr. Philipse in zijn vorige lezing om het publiek aan te zetten tot het lezen van Plato’s Politeia – ook wel De staat – dat gold niet bij de Ethica Nicomachea van Aristoteles, onderwerp van de tweede lezing van de reeks Vrijheid en verplichting. Dit boek valt onder het kleine deel van wetenschappelijk werk dat van Aristoteles bewaard is gebleven. Dat wordt gekenmerkt door de onderscheidingen tussen verschillende categorieën van zaken die hij erin maakt. Het motto dat Philipse deze lezing meegeeft verklaart dan ook waarom het boek niet zozeer een aanrader is: ‘Het maken van onderscheidingen ligt de meeste mensen immers niet.’

De theoretische deugdenethiek
‘De gulden middenweg kiezen’ kennen we als een populaire Nederlandse uitspraak. Slechts weinig mensen weten dat dit spreekwoord afkomstig is van de doctrine van Aristoteles. Het houdt in dat elke deugd voortkomt uit twee ondeugden en op deze wijze een ‘gulden middenweg’ vormt. Zo zou vriendelijkheid voortkomen uit het midden tussen behaagzucht en chagrijn, en vrijgevigheid uit gierigheid en verkwisting. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Valentijnsdag: (valse) romantiek?

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 14-02-2011

Valentijnsdag! De laatste jaren is de liefde een populair thema in de wetenschap. Neurologen bekijken wat verliefdheid doet in de hersenen en gaan zo ver om liefde en aantrekkingskracht te reduceren tot een spel van de hormonen. Beschrijvingen van ‘relaties’ tussen dieren spreken tegen dat de mens een slaaf is van zijn hormonen, of moeten dat juist bevestigen. Ondertussen speelt in de cultuur de liefde nog steeds haar oude vertrouwde rol van levensbepalende (soms zelfs –bedreigende) kracht. Zijn er popliedjes die niet over een liefde gaan? Bestaan er films waarin niet wordt gesmacht en boeken zonder een problematische liefdesverhouding? Niet veel.

We zwijmelen allemaal weg bij een film als Alles is liefde en huilen tranen met tuiten bij klassieker Love Story, herkennen ons in het hartzeer van Anna Karenina en gaan mee in de emotionele rollercoaster van Turks fruit. Maar is dat wel goed? Filosoof Jan Drost heeft daar zijn twijfels bij. Romantiek is een doodsvijand van de liefde en van het geluk, zegt hij. Ze tovert allerlei onrealistische beelden voor ogen, zoals dat van een eeuwig leven en eeuwige jeugd. Als je je niet zo laat verblinden door valse verwachtingen die films en boeken voorschotelen, is de kans op geluk veel groter. In een geanimeerd gesprek over de liefde discussieerde Drost hierover met Marinka Copier. Zij was het niet met hem eens. Je kunt onmogelijk spreken van ‘echt’ en ‘vals’ stelde zij. Copier is gespecialiseerd in online role playing games. Zulke spellen trekken een virtuele wereld op, waar mensen zich soms dagenlang in bewegen. Is dat nep en dus slecht? Nee, zegt Copier, juist vanwege de grote betekenis die ze hebben in het dagelijks leven kun je die spellen of films niet afdoen als ‘vals’. Net als een sentimentele film, die gebruik maakt van alle romantische clichés die bestaan, veel ‘echte’ betekenis kan hebben.

Klik op onderstaand plaatje om het hele gesprek tussen Jan Drost en Marinka Copier terug te kijken, gehouden op 14 februari 2010 bij Festival Mooie Woorden. Of kijk eens bij het programma Verklaar mij de liefde! dat Studium Generale in 2006 organiseerde.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Tijd is een scheppende daad van het bewustzijn

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 10-02-2011

‘Objectieve tijd bestaat niet.’ Professor Maarten van Buuren zet in de eerste lezing in de serie Tijd meteen het publiek op scherp. Tijd bestaat niet als iets buiten de mens, want ‘tijd is een scheppende daad van ons bewustzijn’. Aan de hand van Augustinus, Husserl en Heidegger legt hij uit wat dit betekent voor de manier waarop wij in het leven staan.

Augustinus
Met hoofdstuk XI van zijn Belijdenissen schreef Augustinus een van de vroegste en invloedrijkste teksten over tijd. Er is alleen een heden, stipuleert hij. Daarbinnen bestaan drie tijden: het verleden, heden en de toekomst. Het is de mens die deze tijden tot leven wekt. Tijd is in de woorden van Augustinus een ‘extensie van de ziel’. Dat is te begrijpen als je denkt aan het zingen van een lied: als je begint te zingen heb je het hele lied in je hoofd, de verwachting ervan strekt zich uit in de toekomst. In het hier en nu zing je de melodie, die verdwijnt in het verleden. Dat verleden bewaar je in je geheugen. Zo strekt de tijd zich van het heden uit naar verleden en toekomst. Hetzelfde geldt voor degene die luistert naar het lied, ook die heeft verwachtingen en herinneringen die ‘actief’ zijn terwijl hij luistert. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

De noodzaak van morele reflectie

Door Karin ter Horst (student-assistent) op 08-02-2011

In de ideale staat weten kinderen niet wie hun ouders zijn; de mannen delen alle emoties, opvattingen, vrouwen, kinderen en goederen met elkaar. Rechtvaardigheid in de staat houdt in dat iedereen doet waar hij het best geschikt voor is. Verder ontvangen de bestuurders van de staat, de hoogste klasse, geen maandelijks salaris op hun rekening naar Balkenendenorm en is het voor hen niet toegestaan om enige rijkdom te bezitten. Bestuurders zullen een hoge leeftijd hebben, niet omdat ze langstudeerders zijn, maar omdat ze eerst hun opgang hebben moeten maken naar ware kennis; vanaf vijftig jaar komen de besten in aanmerking voor de regering.

Dit klinkt niet allemaal ideaal, maar het is noodzakelijk om corruptie en nepotisme in de samenleving te voorkomen. De ideale staatsinrichting - volgens Plato dan. Prof. dr. mr. Herman Philipse sprak in zijn eerste lezing voor de serie Vrijheid en verplichting over wijsgerige ethiek bij Plato. Hoe je die bestuurders dan zo ver krijgt om zonder beloning te werken, was een voor de hand liggende vraag uit de zaal. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Evolutie en de bijbel

Door Studium Generale op 04-01-2011

In zijn jubileumlezing liet prof. Herman Philipse zien dat een simpele vraag als ‘Evolutie of schepping?’ meerdere, complexe dimensies kent. Tussen de wetenschap en de bijbel bestaat een conflict. Welk antwoord biedt de filosofie?

Bekijk de jubileumfilm gemaakt door Leon van der Grient:

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Aftellen: prof. Herman Philipse - Vrijheid en verplichting

Door Studium Generale op 20-12-2010

Het afwegen van goed en kwaad is geen gemakkelijke opgave. Vanaf de Griekse oudheid denken filosofen al na over de menselijk ethiek. Prof. dr. mr. Herman Philipse behandelt in deze achtdelige lezingenreeks een selectie van grote westerse filosofen over wijsgerige ethiek, van Plato en Aristoteles tot Nietzsche, Levinas, en Peter Singer.

Het overkoepelende onderwerp, vrijheid en morele verplichting, is ontleend aan de ethische theorie van Immanuel Kant. Een bijzonder actueel thema; het motto van het kabinet-Rutte is niet voor niets vrijheid en verantwoordelijkheid.

Op maandagen vanaf 7 februari.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Herman Philipse: evolutie of schepping?

Door Studium Generale op 17-10-2010

Kijk hieronder de jubileumlezing van prof. Herman Philipse terug, waarin hij laat zien dat een simpele vraag als 'Evolutie of schepping?' meerdere, complexe dimensies kent.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Drogredenen doorzien

Door Studium Generale op 06-08-2010

Dr. Ria van der Lecq (Liberal Arts and Sciences, UU)

Gelijk hebben is zilver; gelijk krijgen is goud. Een gedegen uitgevoerd onderzoek kan feitelijk gelijk hebben, maar moet vervolgens met overtuigingskracht gepresenteerd worden. Welke elementen zijn nodig in een betoog om de tegenstanders te doen verstommen? Dr. Ria van der Lecq geeft een overtuigend inzicht in logica en retorica.

Bekijk het korte filmpje hieronder en/of de gehele lezing.

Wees welkom vanaf 22 september bij de nieuwe lunchlezingenreeks van Studium Generale, elke woensdagmiddag van 13.00-13.45 uur in de Boothzaal van de Universiteitsbibliotheek, Uithof.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Levenskunst met Joep Dohmen

Door Studium Generale op 18-06-2010

Vandaag op de Lustrum Scheurkalender
Dat boeken inspirerend kunnen zijn voor het nadenken over je eigen leven, heeft iedereen waarschijnlijk wel eens ervaren. Een roman of een filosofische vertelling werpen vaak een verassend licht op dagelijkse gebeurtenissen. Wil je ook weten hoe teksten oriëntatie bieden? Ben je benieuwd naar de kunst van het lezen? Kijk hieronder wat professor Joep Dohmen vertelt over de rol van taal en zijn eigen bron van inspiratie:

Geïnspireerd? Alhoewel de succesvolle reeks over Levenskunst is afgelopen, zijn de opnames van de afzonderlijke lezingen terug te zien op de website van Studium Generale. Kijk op dit nieuwsblog onder de categorie Levenskunst voor artikelen over dit onderwerp. Eerder verscheen ook een filmpje met prof. Maarten van Buuren.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Sapere aude!

Door Studium Generale op 14-06-2010

‘Aufklärung ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit. Unmündigkeit ist das Unvermögen, sich seines Verstandes ohne Leitung eines anderen zu bedienen.’ Zo begint Immanuel Kant zijn antwoord op de vraag wat Verlichting is (Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung, 1784). Het zijn veel geciteerde woorden en het duurde niet lang voor ze aangehaald werden tijdens het FUF-symposium ‘Kant en de Verlichting’. De eerste lezing op het symposium van dr. Karin de Boer toonde hoe Kant over de Verlichting dacht. Benodigde ingrediënten: je verstand, een kritische houding en moed.

Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Leugens, misleidingen en 'bullshit'!

Door Studium Generale op 11-06-2010

Bedrog is slecht. Bedriegers zijn onbetrouwbaar, listig en egoïstisch. Bedriegers,  leugenaars en manipulators zijn we liever kwijt dan rijk. Waarom zijn we dan zo vaak oneerlijk? Zijn we met z’n allen elke dag immoreel bezig wanneer we bedriegen? Misschien moeten we niet te streng zijn voor onszelf. Bij het CKI symposium ‘De evolutie van Bedrog’ werd er een onbevooroordeelde blik geworpen op het fenomeen. Bedrog is logisch formuleerbaar en er zijn classificaties en modellen van te maken. Bovendien is het niet alleen veel voorkomend, het is noodzakelijk om een samenleving soepel te laten verlopen. Aan het einde van de dag had bedrog wat van zijn onschuld terug gewonnen.

Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Kennis is vrijheid – de erfenis van Dodenherdenking

Door Studium Generale op 07-05-2010

Tijdens de herdenkingslezing probeerde Jan Terlouw zijn vele toehoorders bewust te maken van de erfenis van degenen die in de Tweede Wereldoorlog hun leven gaven. De grootste eer die we hun op 4 mei kunnen bewijzen, is stilstaan bij wat we dankzij hen hebben verworven: vrijheid.

Deze eer werd gedurende de lezing bewezen door de pianist, celliste en violiste van het Orion Ensemble. Hierdoor was de sfeer anders dan gewoonlijk bij het Studium Generale, maar dat paste goed bij het karakter van Dodenherdenking. De muziek en de lezing bewogen, en stemden tot nadenken.

Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Fjodor Dostojevski. Mensen zijn dom en slecht

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 27-04-2010

Wat kunnen we leren over ons eigen leven van een negentiende-eeuwse, Russische schrijver, die ter dood veroordeeld werd, op het laatste moment genade kreeg en naar Siberië werd verbannen, die vuistdikke romans schreef over moorden, gepleegd vanuit theorieën die de Nietzscheaanse Übermensch voorafschaduwen? Dostojevski laat ons door zijn schrijven ervaren wat het betekent om te leven in een wereld waarin God niet bestaat. Hij geeft geen antwoorden, maar dwingt de lezer een standpunt in te nemen. Een filosofische houding die steeds opnieuw aandacht verdient.

Misdaad en straf
Raskolnikov is de hoofdpersoon van het meesterwerk Misdaad en straf. Hij pleegt een moord op basis van het onderscheid tussen gewone en buitengewone mensen. De laatste zijn zeldzaam: genieën als Pasteur, profeten als Mohammed of staatslieden als Napoleon. Raskolnikov stelt de vraag of een buitengewoon mens het recht heeft om een ander uit de weg te ruimen bij het verwezenlijken van zijn grote idee. Had Napoleon het recht om duizenden soldaten op te offeren? En: is Raskolnikov zelf een buitengewoon mens? Natuurlijk denkt hij van wel. Hij wil het bewijzen, en wel door middel van een moord. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Levenskunst: Jean-Paul Sartre en het existentialisme

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 15-04-2010

‘De existentie gaat vooraf aan de essentie!’ Hele generaties zagen deze woorden van Jean-Paul Sartre als strijdkreet. Woorden die een vrij leven mogelijk maakten. Maar wat betekent het eigenlijk, dat de existentie aan de essentie vooraf gaat? Professor Maarten van Buuren (Moderne Letterkunde, UU) legt het in zijn lezing voor de serie Levenskunst uit aan de hand van sprekende voorbeelden en persoonlijke inzichten.

Sartre baseerde zich in zijn denken op de fenomenologie van Edmund Husserl. Deze filosoof beschreef als eerste het bewustzijn als iets wat níet als een kern in de mens zit. Zijn definitie van bewustzijn was ‘Bewustzijn is bewustzijn ván iets’. Met andere woorden: het bewustzijn bestaat uit een verhouding met de buitenwereld. Er is niet zoiets als een essentie, die je een vooropgesteld levensdoel of richtsnoer geeft. Nee, pas door je verhouding tot de buitenwereld in het bewustzijn, existeer je en kun je iets van je essentie herkennen. Vandaar: ‘De existentie gaat vooraf aan de essentie!’ Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Overtuigingskracht in politiek en wetenschap

Door Studium Generale op 18-03-2010

Logica en retorica; ethos, pathos en logos... Stoffige termen uit het Latijn? Welnee,  ze zijn onontbeerlijk voor politici en in de wetenschapsbeoefening, vertelt dr. Ria van der Lecq (Liberal Arts and Sciences, UU). In haar redevoering in de lunchlezingenreeks Good science bad science, spreekt ze over zuiver argumenteren in de wetenschap en de politiek, en de valkuilen die je op je weg kunt vinden.

Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 11-03-2010

Authenticiteit is een kernbegrip in de literatuur en filosofie, zo blijkt uit de serie Levenskunst. Joep Dohmen en Maarten van Buuren komen in hun lezingen en discussies steeds hierop terug. Wat het inhoudt, hoe je authentiek wordt en in welke verhouding het authentieke individu tot de gemeenschap staat: daarop is geen eenduidig antwoord te geven. De lezing van Joep Dohmen over de hedendaagse filosoof Charles Taylor – schrijver van onder meer The Ethics of Authenticity – cirkelde rond deze vragen. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Nietzsches ‘dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 05-03-2010

Friedrich Nietzsche staat wel bekend als ‘de filosoof met de hamer’. Zijn uitspraak ‘God is dood’ is zelfs op T-shirts terug te vinden. Nietzsche is ook te lezen als filosoof van de levenskunst, waarbij het gaat om zelfstilering en bevestiging van het leven. Hoe zijn deze twee interpretaties met elkaar te rijmen? Joep Dohmen gaf in zijn lezing voor de serie Levenskunst vorig najaar een grondige inleiding op Nietzsches moraal en op de oproep tot zelfverwerkelijking die daar nog steeds van uitgaat. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 23-02-2010

François de La Rochefoucauld is bekend van zijn maximes: puntige uitspraken over de mens. Ze verschenen in een vertaling van Maarten van Buuren bij de Historische Uitgeverij. In de serie Levenkunst hield Van Buuren dit najaar een lezing over La Rochefoucauld. Hij vertelde hoe hij in de maximes een heel nieuwe laag ontdekte, toen hij er ter voorbereiding van de lezing met een ethische bril naar keek. De maximes achtervolgen de lezer met vragen die hem in zijn waarden confronteren. Houdt de auteur mij een spiegel op of herken ik me totaal niet? Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

(Valse) verleiders op Festival Mooie Woorden

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 15-02-2010

Romantiek is een doodsvijand, van de liefde en van het geluk. Romantiek is ook letterlijk een doodsvijand: een vijand van de dood. Ze tovert allerlei onrealistische beelden voor ogen, zoals dat van een eeuwig leven en eeuwige jeugd. Harde woorden van filosoof Jan Drost, die echter het goede met de mens voorheeft. Als je je niet zo laat verblinden door valse verwachtingen, is de kans op geluk veel groter. Volgens Marinka Copier valt het wel mee met die valse verwachtingen. Het ligt eraan met welke bril je ernaar kijkt. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Robert Musil: Mystiek zonder God

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 10-02-2010

Wat ben jij? Een dilettant, een essayist of een mysticus? Deze drie levenshoudingen spreken uit het werk De man zonder eigenschappen van Robert Musil (1880-1942). Ze zijn een spiegel voor onze eigen levensstijl en stellen de vraag wie we zelf zijn. Maarten van Buuren weet het wel: hij kan zich goed vinden in het dilettantisme, zo zei hij in zijn lezing in de serie Levenskunst. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 08-02-2010

Had Michel de Montaigne in deze tijden geleefd in plaats van in de zestiende eeuw, dan had hij misschien wel een weblog bijgehouden. Want het zelfonderzoek van Montaigne, samengebracht in zijn Essays, had goed gepast bij de open en onderzoekende vorm van een weblog (het was dan het weblog op zijn best geweest). Ook daarin hangt alles met elkaar samen. De schrijver verwijst naar hoge en lage, de hedendaagse en voorbije cultuur – in Montaignes tijd vaak Latijnse citaten, in deze tijd filmpjes van Youtube. En het weblog is nooit af, net als de Essays. Steeds keerde Montaigne terug naar zijn tekst, verwerkte reacties van anderen, schrapte en herschreef. Lees meer »

Categorie: Filosofie | 1 reactie »

Michel Foucault: Het leven een kunstwerk

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 04-02-2010

Het lijkt een onwaarschijnlijke stap: van een analyse van het gevangenis- en strafsysteem naar de levenskunst. Zoniet voor de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). Beide hebben te maken met vrijheid en de machtsverhoudingen die op die vrijheid inwerken, zo vertelde prof. dr. Joep Dohmen in zijn lezing ‘Het leven een kunstwerk’ in de serie Levenskunst. Lees meer »

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Homo Ludens in de 21e eeuw

Door Studium Generale op 19-11-2009

Prof. dr. Joost Raessens (Mediatheorie, UU) gaat tijdens deze lunchlezing in op de vraag of er in onze huidige tijd sprake is van een ludificering van de cultuur*. Er zijn immers veel spelelementen te vinden om ons heen. De videogameindustrie zet jaarlijks meer geld om dan Hollywood, voetbal wordt wel eens aangeduid als ‘de belangrijkste bijzaak in het leven’, en ook de media worden steeds speelser: met social media (zoals Hyves of Facebook) kan iedereen tegenwoordig spelen met zijn identiteit, en op Youtube kan iedereen ‘televisie spelen’. En de film die vorig jaar de meeste Oscars in de wacht wist te slepen, Slumdog Millionaire, was opgebouwd rondom het quizspel Weekend Millionaires’.

Uit bovenstaande blijkt dat spel en cultuur nauw met elkaar zijn verweven. Door de opkomst van radio, televisie en internet worden spelelementen  bovendien steeds explicieter. Daarom wordt spel steeds meer bestudeerd door de wetenschap. Ter afbakening definieert Raessens spel als volgt: er is een openingsritueel, gevolgd door het spel zelf en het slotritueel. Belangrijk hierin is dat elke speler gelijk wordt behandeld. Deelname aan het spel is vrijwillig, spel kent regels, en er is sprake van spanning, spelvreugde en het doorbreken van patronen uit het ‘gewone leven’.

Deze termen zijn ook zeker van toepassing op voetbal, een sport waarvan het belang enorm is toegenomen de laatste decennia. Raessens noemt als recent voorbeeld hiervan de barragewedstrijd tussen Frankrijk en Ierland. Ierland liep deelname aan het WK Voetbal mis door een Franse treffer waar een handsbal aan vooraf ging. Het hele land was de volgende dag in rep en roer. Kamervragen over de spelregels van voetbal volgden en zelfs de Franse president Sarkozy boodt zijn excuses aan. Dit geeft aan hoe een spel uit de hand kan lopen. Voetbal verwijdert zich meer en meer uit de pure spelsfeer en wordt een commercieel doel, een professie. Er is minder oog voor de oorspronkelijke, zuivere spelvreugde. De belangen zijn simpelweg te groot geworden.

Raessens behandelt als ander voorbeeld van ludificering het populaire spel World of Warcraft. Dit is een spel waarin de speler in de huid van een zelf gekozen identiteit kruipt en daarmee online met andere spelers in een mystieke wereld queestes oplost, vecht, en zich zodoende ontwikkelt. De populariteit van dit spel is met name gelegen in het groepsgevoel, maar ook de mystieke elementen die tot de verbeelding spreken in onze onttoverde wereld.

Een ander speltype dat in opkomst is, is de Serious Game. In dit genre simulatiespellen kan de speler zich bekwamen in het goed doorstaan van een bepaalde situatie. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt door het leger, ter voorbereiding op uitzending naar Uruzgan. Het doel van het spel ligt dan niet meer in het spel zelf besloten, maar in nut en het leren van vaardigheden. Zo wordt ernst spel, en spel ernst.

Kunnen we, concluderend, spreken over een ludificering van de cultuur? Door de alomtegenwoordigheid van spel (zelfs onze sociale omgang zou je als spel kunnen zien) zou je dat wel zo kunnen zeggen. Raessens laat het antwoord een beetje in het midden. Pogingen van de wetenschap om het heden op spelelementen te onderzoeken leiden vooralsnog tot tegenstrijdige conclusies.

* De Homo Ludens (de spelende mens) is een werk uit 1938 van de hand van de Nederlandse historicus Johan Huizinga. Hij bespreekt hierin het belang van het spelelement in cultuur en samenleving. Spel zou een noodzaak zijn voor het voortbrengen van cultuur. Zijn onderzoek naar spelelementen richt zich op spelelementen in de cultuur en van de cultuur; spelelementen in verschillende tijdperken en spelelementen in zijn tijdsbeeld.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Engagement en strijd

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 04-11-2009

De laatste lezing van de serie Oefening baart kunst wordt gegeven door Désirée Verweij. In de afgelopen weken is het thema van de praktijk van het goede leven steeds vanuit een ander gezichtspunt onder de aandacht gebracht. Niettemin keerde een aantal lijnen steeds terug in het denken van deze filosofen. Bijvoorbeeld het belang van een aandachtig en bewust leven, dat gevoed wordt door reflectie en interactie met anderen. Het goede leven is zeker ook een sociaal leven. Een ander punt dat herhaaldelijk naar voren kwam, was de omgang met de tijd. De verhouding tot de tijd blijkt een filosofisch thema bij uitstek, ook als het gaat om het goede leven. Désirée Verweij voegt in haar lezing nog een belangrijke insteek aan dit rijtje toe, namelijk die van de keuze.

Désirée Verweij is hoogleraar aan de Nederlandse Defensieacademie en gaat in haar lezing ‘Engagement en strijd’ in op levenskunst en militaire praktijk. Op het eerste gezicht een vreemde combinatie, maar in haar lezing wordt duidelijk dat juist de verbinding van deze twee velden heel interessante inzichten oplevert die voor iedereen waardevol kunnen zijn.

Daarbij vertrekt ze net als de meeste filosofen van de levenskunst van de klassieke traditie. Ondanks verschillen in context en achtergrond, grijpen denkers als Schmid, Nussbaum en Foucault toch allemaal terug op ideeën uit de Griekse en Romeinse oudheid, waarin een synthese tussen filosofie, ethiek en het goede leven centraal stond.

Levenskunst, zo stelt deze traditie, is vormgeven van het leven in relatie tot anderen. Verweij legt daarbij de nadruk op de confrontatie – wat ook past bij de achtergrond van de militaire praktijk. Goed leven hangt af van hoe je omgaat met confrontaties die zich in je leven voordoen. Levenskunst klinkt heel positief en fijn, maar draait juist ook om negatieve emoties en gebeurtenissen. Daarin ligt het eerste verband met militairen, die te maken hebben met doodsangst, angst, schaamte etc.

Een ander accent dat Verweij legt, heeft te maken met vrijheid. Levenskunst, is dan ‘de vrijheid op een constructieve manier vormgeven’. Er is een onderscheid te maken tussen ‘vrijheid van’ en ‘vrijheid tot’. Het verband met de militaire praktijk is duidelijk: in conflictgebieden is er vaak wel vrijheid van (geen oorlog), maar geen vrijheid tot, de vrijheid om je eigen leven vorm te geven. Vrede leidt niet automatisch tot de mogelijkheid je leven in vrijheid vorm te geven.

Kierkegaard
Verweij gaat in haar lezing diep in op de Deense, negentiende-eeuwse filosoof Søren Kierkegaard. Hij legt de nadruk op de keuze en juist kiezen is volgens Verweij cruciaal bij levenskunst én in de militaire praktijk. Kiezen hangt weer samen met het thema van de tijd, want de eindigheid van een leven dwingt je tot het maken van keuzes. Het ‘finaliteitsargument’ is al vanaf de Oudheid deel van het denken over levenskunst. Juist omdat het leven eindig is moeten we het vormgeven.

Om dit uit te leggen haalt Verweij de filosoof Wilhelm Schmid aan, die spreekt over ‘de schaar van de tijd’. Het leven bestaat niet alleen lust, ook pijn, verdriet maken er deel van uit. Levenskunst moet ook voor deze negatieve aspecten aandacht hebben. Volgens Schmid geven juist deze negatieve emoties inzicht in onze kwetsbaarheid, die op haar beurt verbonden is met onze vergankelijkheid. Je bewust zijn van je vergankelijkheid betekent dat je je bewust bent van de tijd. En dat betekent weer dat je moet streven naar een goed gebruik van de tijd. Eindige tijd mag niet verloren gaan. De schaar van de tijd verbeeldt dit op indringende wijze. We bewegen ons tussen twee horizonten: die van het verleden en die van de toekomst. Zij staan in een precaire relatie tot elkaar. De schaar staat eerste helemaal open, om zich in de loop van de tijd steeds verder te sluiten. Totdat de tijd wordt doorgeknipt: dan is het afgelopen.

De mogelijkheden en kansen die het leven biedt, nemen met het verstrijken van de tijd af. Als je niet op tijd begint met het realiseren van je mogelijkheden, ben je te laat. Goed gebruik van de tijd is daarom een wezenlijk onderdeel van levenskunst. Het sluiten van de schaar kun je niet voorkomen, maar het realiseren van je mogelijkheden is wel iets wat in je bereik ligt. Het is eigenlijk heel simpel: veranderingen beginnen in het hier en nu, en heb je zelf in de hand. Maar het realiseren van mogelijkheden vraagt om reflectie: er zijn zoveel mogelijkheden, die kun je nooit allemaal werkelijkheid laten worden. Je moet met andere woorden keuzes maken. Leren omgaan met tijd heeft niks te maken met iets als timemanagement, het gaat erom dat je de tijd bewust gebruikt. Regelmatige reflectie op mogelijkheden die zich voordoen is noodzakelijk om op tijd te kunnen kiezen.

Kierkegaard leert ons dat vrijheid draait om keuzes. ‘Vrijheid tot’ is hetzelfde als keuzevrijheid. Of/of is de belangrijkste tekst van Kierkegaard over deze thematiek. In de titel zit de problematiek van het kiezen al besloten. Ieder mens beleeft in zijn eigen leven een of/of. Dit werk is ook een of/of, dat de lezer zelf moet uitdenken. Of/of is een existentiële keuze, die bepalend is voor je leven, legt Verweij uit. Maar je kúnt kiezen en dat impliceert vrijheid, al kan die soms beangstigend zijn.

Voor Kierkegaard is vrijheid verbonden met ironie. Ironie houdt verband met relativiteit en biedt als zodanig een manier om met de angstwekkende vrijheid van de keuze om te gaan. Ironie, zegt Verweij, is ‘een permanente uitdaging tot kritisch zelfonderzoek’. Ironie weerspiegelt niet de waarheid, maar schept afstand, ook tot jezelf. Ze impliceert reflectie.

Levenskunst in de militaire praktijk
Aan het slot van haar lezing gaat Verweij in op de levenskunst in de militaire praktijk. Een van de meest in het oog springende relaties tussen die twee is het al genoemde finaliteitsargument: de dood ligt op de loer, voor de militair en voor de mensen om hem heen. Ook het verschil tussen vrijheid van en vrijheid tot is van toepassing. Ook de existentiële keuze is overduidelijk van belang. Niet alleen kiest de militair voor zijn loopbaan, ook in zijn werk zelf wordt hij herhaaldelijk geconfronteerd met grote, ultieme keuzes.

Om met de eerste te beginnen: de keuze voor de militaire praktijk is vaak de keus voor een spannend, onvoorspelbaar leven en niet zozeer een politieke keuze. Vredesmissies zijn gericht op wederopbouw en niet zozeer op oorlog. De militair kiest niet voor de dood, maar weet dat hij door andere keuzes in de politiek in levensgevaar kan komen. Daar zijn weer andere keuzes mee verbonden – het volk kiest immers zijn politici.

Het leven van de militaire praktijk is een leven dat bol staat van intensiteit: zowel angst als spanning als genot, het gevoel echt te leven. Het gevecht met de eigen sterfelijkheid dat de filosofie zo vaak benadrukt heeft, is hier heel letterlijk het geval. Het krijgt vorm via het gevecht met een tegenstander die heel goed dodelijk kan zijn. In het gevecht overstijgt de ‘held’ zichzelf, lichaam en geest zijn volkomen alert: dit is de oerervaring van affirmatie van het leven ten overstaan van de dood.

Levenskunst is niet alleen het mooie leven vol genot, maar juist ook het omgaan met moeilijke omstandigheden. Jezelf leren kennen onder de meest extreme situaties: kan ik daarmee omgaan en hoe zal ik reageren? Ben ik in staat gevaar te trotseren? De soldaten in Uruzgan weten dit als geen ander. Levenskunst is makkelijk als alles je in de schoot geworpen wordt. Maar eigenlijk is dat geen echte levenskunst, want die vraagt om inspanning, om bewustzijn. Echt moeilijk is levenskunst voor mensen die leven in zware omstandigheden. Zoals militairen in hun dagelijkse werk meemaken.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De tijd dringt

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 28-10-2009

Tijd is een filosofisch thema bij uitstek, dat ook in de voorgaande lezingen uit de serie Oefening baart kunst af en toe voorbij kwam. Joke J. Hermsen, schrijfster en filosofe schreef een boek getiteld Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst, waarin zij onze huidige omgang met de tijd onder de loep neemt en daar een filosofisch antwoord op formuleert. Want hoewel de tijd gewoon verstrijkt, is het omgaan met de tijd iets wat je wel degelijk kan leren – en af kan leren.

Twee soorten tijd
Wat is tijd? Het is de eerste vraag die opkomt bij het denken over tijd, een vraag waarop geen makkelijk antwoord te geven is. Tijd, zo legt Hermsen uit, is voor de één ‘maatstaf voor verandering’, voor de ander juist de ‘interval in de beweging’; tijd is ‘eeuwig en onvergankelijk’ of juist ‘relatief en eindig’.

Hermsens uitgangspunt is het bestaan van twee verschillende soorten tijd, waarmee ze de Franse filosoof Henri Bergson volgt. Sinds de invoering van de standaard Greenwichtijd leven we steeds meer naar de klok, aldus Hermsen. De innerlijke ervaring van tijd is naar de achtergrond verdreven. De invoering van de standaardtijd wijst erop dat de kloktijd in feite gewoon een afspraak is. Een afspraak die heeft geleid tot een drukke levensstijl en een verlies van onze persoonlijke, innerlijke tijd.

De kloktijd is een abstract en sociaal instrument, handig om afspraken te maken en de wereld draaiende te houden. Stap je echter uit die wereld, dan kom je in een andere tijd terecht. Dat merk je bijvoorbeeld op vakantie op het platteland, waar je leeft naar de klok van de natuur. Juist door het voortkabbelen van de tijd ontstaat er dan ruimte voor gedachten, herinneringen en dromen.

Geen tijd
Het is belangrijk om bij deze ‘innerlijke’ tijd stil te staan. Er is maar weinig aandacht voor, omdat ze niet met economisch rendement te maken heeft. Integendeel, deze tijd draait om menselijkheid, geweten, vrijheid. Hermsen benadrukt dat ze niet wil stellen dat de twee tijden voor elkaar worden ingeruild, maar dat het evenwicht tussen de twee hersteld moet worden. Het evenwicht is sinds begin twintigste eeuw verstoord geraakt door de opkomst van de grote industrieën en vaste werktijden in de fabriek. Natuurlijk, de fabriekstijd geeft ons ook vrije tijd. Maar hoewel we enorm gericht zijn op vrije tijd, is die in feite nooit vrij: we plannen die helemaal vol met allerlei activiteiten.

Zo ontstaat de indruk dat we geen tijd meer hebben, ondanks alle tijdbesparende technologieën waar we ons mee omringen. In plaats van tijd te besparen, jagen die uitvindingen ons eerder op. Ook ervaren we dat we steeds te weinig tijd hebben: tijd is een schaarsteproduct geworden. Niet alleen persoonlijk, maar ook op grote schaal: de tijd dringt voor bijvoorbeeld het klimaat en de wereldbevolking als geheel.

Tijd voor bezinning
Wat is daar nu erg aan, waarom is deze omgang met de tijd een filosofisch probleem? Allereerst is het een punt dat in de geschiedenis van de filosofie steeds terugkomt. Voor Augustinus was tijd nodig om de ziel peilen. Rust houden en niets doen waren ooit de voorwaarde van beschaving – en dus niet de voortdurende economische groei die we nu als beschaving zien. Plato zag het als taak van een staatshoofd om de rust te waarborgen, het is de tiran die zijn volk permanent aan het werk houdt, en dus af van bezinning, reflectie en kennis. Als je jezelf geen tijd gunt, leidt dat tot vervreemding en vergetelheid, ten opzichte van het ik, de ander en de wereld.

De instelling van de economische tijd leidt wel tot meer welvaart, maar vanwege het gebrek aan bezinning ook tot verregaand individualisme en existentiële eenzaamheid. Moderne aandoeningen als depressie, burnout, ADHD hangen volgens Hermsen hiermee samen. Het is haar volle overtuiging dat we op een andere manier over tijd na moeten gaan denken als we hier iets aan willen doen.

Ware tijd
Wat is daar voor nodig? Allereerst om het gevoel voor ‘tijd als duur’ zoals beschreven door Bergson opnieuw te ontwikkelen. De ‘ware tijd’ is dynamisch en vloeiend is en staat tegenover de statische en ruimtelijke kloktijd die is opgedeeld in meetbare stukjes. Hoe komen we met die ware tijd in aanraking? Door te mijmeren, dagdromen, kortom, het lichaam niet op handelen te richten. ‘Effectief op de bank liggen,’ zoals een tijdschrift het in een interview met Joke Hermsen verwoordde. De tijd als duur kunnen we ook ervaren als we ons concentreren op ons verleden: het verleden is niet afgesloten, maar vloeit uit naar het heden en het verleden. Door de ware tijd toe te laten komt er ruimte voor onbewuste, spontane herinneringen – waar Proust veel over heeft geschreven. In deze zin draagt de tijd als duur de vrijheid van denken in zich.

Er wordt veel gesproken over ‘consuminderen’ en ‘onthaasten’, ook in de politiek. Is dat niet voldoende? Is het echt nodig dat kunst en filosofie zo diepzinnig en abstract hierover doen? Ja, zegt Hermsen, Het gaat niet om het winnen van kloktijd, maar om een existentiële analyse van vervreemding en vrijheid. Wie ben je zelf als je leeft in een door economie en consumentisme geregeerde wereld? Hoe kun je jezelf leren kennen? Om hier antwoorden op te vinden, blijvende antwoorden, is het belangrijk om de omgang met tijd te veranderen, door de twee soorten tijd meer in balans te brengen. Hermsen pleit zelfs voor aandacht voor rust in de politiek. Waar is het oude ideaal van de 25-urige werkweek gebleven? Alle partijen, van links tot rechts, hebben het alleen maar over werk, meer werk en nog meer werk. Een fundamenteel debat over tijd wordt niet gevoerd.

Beeldessay
Een beeldessay sluit de lezing af: een korte film die Hermsen maakte samen met Jaap de Jonge en die ook op de website van Joke J. Hermsen te zien zal zijn. Juist in de poëzie, muziek en beeldende kunst kan de ervaring van de vloeiende, ware tijd uitgedrukt worden. Een beeld kan de intuïtie opwekken en de ervaring van tijd opwekken. Daarvoor is een logisch betoog alleen niet genoeg. Denkend voelen en voelend denken moeten samenkomen. Henri Bergson noemde de kloktijd de tijd die we hebben, terwijl de innerlijke tijd de tijd is die we zijn. Die laatste is niet te meten, die moet je ervaren. Daarom is ze beter in kunst uit te drukken dan in een rationeel betoog.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Opnieuw beginnen

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 30-09-2009

Oefening baart kunst: geldt dat ook voor opnieuw beginnen? Oefening lijkt herhaling van hetzelfde te impliceren, zodat het leven steeds makkelijker en mooier (kunstiger) wordt. Opnieuw beginnen klinkt als het tegenovergestelde: de bruggen achter je verbranden en een nieuw leven starten. Maar is dat wel zo? Misschien is oefening die kunst baart ook wel steeds weer een nieuw begin maken. Professor Marli Huijer schreef samen met Reinjan Mulder het boek Opnieuw beginnen, waarin zij via filosofie en literatuur vragen als deze onderzoeken. In haar lezing gaat Huijer dieper in op de relatie tussen opnieuw beginnen en levenskunst. Die is geen zaak van Superman of -vrouw, benadrukt ze, maar draait om ‘kleine ikjes’ die iets van hun leven proberen te maken.

Potentie
Literatuur en filosofie lopen ook door Huijers lezing als een rode draad. Zij begint met een citaat van schrijver en filosoof Pascal Mercier, uit de bestseller Nachttrein naar Lissabon: in die roman realiseert de gymnasiumleraar Gregorius zich dat hij geen enkele kant meer op kan in zijn leven. In tegenstelling tot zijn leerlingen die een wijde toekomst vol mogelijkheden voor zich hebben liggen. Wil Gregorius een ander leven, dan zal hij er zelf voor moeten zorgen dat het een andere wending neemt. Het is een bekend gegeven: in het leven zijn talloos meer mogelijkheden in potentie aanwezig, dan die ene manier die je daadwerkelijk ten uitvoer brengt. Je kunt zelfs zeggen dat er ook dingen virtueel in het leven aanwezig zijn: dingen waar je geen idee van hebt, die je absoluut niet kunt voorspellen, maar die toch tot een toekomst kunnen leiden. Tot iets nieuws, of een ‘opnieuw beginnen’.

Twee maal levenskunst
Om iets te zeggen over de relatie tussen opnieuw beginnen en levenskunst, moet eerst duidelijk zijn wat levenskunst is. Huijer betoogt dat er twee visies op levenskunst te geven zijn. De eerste is samen te vatten als het (Aristotelische) streven naar geluk. Daartegenover staat de levenskunst van Michel Foucault, die aangeduid kan worden als 'permanente reflectie'. Opnieuw beginnen is onder te brengen bij deze tweede vorm.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de twee vormen van levenskunst? Allereerst heeft het streven naar geluk een eindpunt: het gaat erom het leven tot een kunstwerk te maken. In de tweede vorm staat juist dit creatieve maakproces centraal. Daar zijn dan ook geen richtlijnen voor te geven, zoals voor het kunstwerk wel gegeven worden. De filosofie geeft dan antwoord op de vraag hoe je geluk bereikt en probeert voor de mensen het leven makkelijker te maken. Foucault representeert een andere opvatting van filosofie, die juist uitgaat van ‘het leven moeilijk maken’: alles mag je ter discussie stellen en problematiseren zonder per se uit te hoeven komen bij een oplossing. Oók het begrip geluk. De link met opnieuw beginnen ligt bij dit problematiseren en experimenteren; het voortdurend zoeken naar manieren waarop het leven in te vullen is. Steeds kun je je daarbij de vraag stellen of het mogelijk om anders naar je bestaan te kijken, een ander perspectief op je leven te werpen. En daardoor een ander mens te worden. Misschien, stelt Foucault, is dat zelfs noodzakelijk voor het leven en menszijn op zich.

Uiteengevallen ik
Een ander begrip dat onderzocht moet worden als het gaat over opnieuw beginnen, is het ik. Wat is het ik dat opnieuw begint? Aan het eind van de achttiende eeuw wordt het moderne subject geboren, dat soeverein is, en als een soort heerser tussen de dingen en de woorden staat. Hij is heer en meester over een maakbare wereld en ook over zijn eigen individuele bestaan.

Volgens Foucault bestaat deze mens niet meer. Het soevereine subject is uit elkaar gevallen, het is niet zo vast en eenduidig als gedacht. Wat is het ik dan? Hoe verhouden we ons tegenover onszelf en tegenover de toekomst? Het ik komt tot stand in grote structuren, zoals de taal. Ook krachten die van buiten op ons inwerken doen dit. Ten slotte is zelfbewustzijn een belangrijke as in de totstandkoming van het ik: je kunt je buigen over je eigen identiteit en de manier waarop die gestalte krijgt. Hierin zit de ruimte voor het opnieuw beginnen: als het ik niet een vaststaand gegeven is, komen er allemaal mogelijkheden om dat ik in te vullen, die voorheen niet bestonden. Met dien verstande dat het invullen nooit af is.

Wens naar nieuw begin
Waar komt de wens om opnieuw te beginnen vandaan? Het lijkt alsof die wens in onze tijd erg overheersend is. Er zijn een aantal gangbare verklaringen die er allemaal vanuit gaan dat het vaste, eenduidige ik nog bestaat. De verregaande individualisering bijvoorbeeld: opnieuw beginnen is veel makkelijker geworden, we zijn veel minder gebonden aan liefdes- of werkrelaties. Ook het aantal de mogelijke nieuwe levens is veel groter - er is veel meer keus. Een heel praktische reden waarom opnieuw beginnen zo populair zou zijn is omdat we steeds ouder worden: twee, drie verschillende levens achter elkaar leiden is de moderne, gezonde mens haalbaar. Uit al deze punten spreekt het idee van vrije keuze en autonomie, het idee van een individu dat regisseur is van zijn eigen leven. Van je leven een kunstwerk maken ligt dan in ieders eigen hand.

Toeval
Huijer wil niet in dit beeld van de mens meegaan, maar volgt de redenering van Foucault over het uiteenvallende ik. De mens weet niet altijd wat hij wil en kan dit al helemaal niet zomaar bewerkstelligen. Daaruit volgt een aantal andere verklaringen voor de wens opnieuw te beginnen. Ten eerste verandert alles voortdurend - in de wereld en in ons leven. Je wordt gedwongen om op die veranderingen te reageren, bijvoorbeeld als je iemand verliest of ontslagen wordt. Daarnaast is de rol van toeval veel groter dan het autonome idee van zelfverwerkelijking aangeeft.

Ten slotte geeft hersenonderzoek aan dat het handelen vaak voorafgaat aan het nadenken over de handeling. Pas achteraf construeer je een verhaal over wat je hebt gedaan. Een interessante notie zijn de zogenoemde 'knikmomenten': momenten waarna niets meer zo is als het voorheen was. Roger Willemsen, die de term muntte, noemt als voorbeeld het overlijden van zijn vader. Niet het overlijden zelf, maar een schijnbaar onbeduidende ervaring met een kip, is voor hem het knikmoment waarop hij voorgoed volwassen wordt. Zijn hele perspectief op zijn leven veranderde. Maar dit soort momenten zijn niet te plannen, die overkomen je.

Tijd
Huijer bespreekt drie tijdsbegrippen: een lineair tijdsverloop, in een rechte lijn; de tijd als cyclus die zich steeds herhaalt; en de tijd als een spiraal, een combinatie van lijn en cyclus. Alles herhaalt zich wel, maar steeds even anders. Het liefst zien we ons leven als een spiraal: alles herhaalt zich, maar net even beter. We gaan vooruit, krijgen tweede kansen. Toch loopt de tijd in ons hoofd: een persoon uit het verleden kan een nieuwe toekomst inluiden, de herhaling kan juist een nieuwe kans geven. Andere keren focussen we juist geheel op het nog niet gekende en bestaande uit de toekomst.

Het leven vertellen
Zowel voor opnieuw beginnen als levenskunst zijn geen richtlijnen te geven. Behalve het belang benadrukken van voortdurende reflectie, zoals ook in de tweede vorm van levenskunst naar voren kwam. Hiervoor zijn enkele filosofische instrumenten aan te reiken. Om te beginnen is er de onvrede met het bestaande en een verlangen naar het onbekende. Dit is de ervaring waaruit het opnieuw beginnen ontspruit. De wens opnieuw te beginnen is dus geen wilsbesluit, maar spruit voort uit een gevoel van onbehagen. Op de ervaring volgt reflectie: waarom vind ik dit niet prettig, wat wil ik dan? Daaruit volgen weer andere dilemma's: wat vind je belangrijker, loyaliteit of jezelf ontwikkelen? Een veilig bestaan of de rijkdom van risico's? Hier stel je je eigen richtlijnen op, uitgaande van een gerichtheid. Het doel is niet het kunstwerk uit de eerste levenskunst, maar het creatieve proces op weg naar een relatie met jezelf toe.

Huijer noemt dit het vertellen van een (voorlopig) verhaal over jezelf. Door steeds opnieuw het verhaal van jezelf te onderzoeken en te vertellen, ontdek je wie je bent, construeer je je eigen identiteit. Het is een nooit eindigend verhaal, niet makkelijk, niet een rechte lijn tot geluk, maar juist hard werk en veel oefening. De verhalen die we aan elkaar over onszelf vertellen zijn de ruimte waarin het we het nieuwe begin kunnen combineren met dat wat behouden blijft. De literatuur lijkt geen toevallige inspiratiebron. Zonder verhalen geen continuïteit, maar ook geen creativiteit. Daarom moeten we verhalen aan elkaar vertellen. Steeds opnieuw.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Klassieke deugden

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 23-09-2009

In de tweede lezing in de serie Oefening baart kunst gaat professor Paul van Tongeren in op de deugdethiek zoals die door Aristoteles is ontwikkeld. De deugdethiek, met haar streven naar een voortreffelijk leven, staat aan de basis van veel ideeën over het goede leven. Maar tegelijk staat zij ook lijnrecht tegenover wat later is uitgegroeid tot de levenskunst in al haar verschillende verschijningsvormen.

De mens als politiek wezen
Allereerst schetst Van Tongeren het kader waarbinnen de deugdethiek ontstaan is en begrepen moet worden: de politieke antropologie. Bij Aristoteles zijn politieke filosofie, antropologie en ethiek nauw met elkaar verbonden. De mens is van nature een politiek dier. Waarom? Dat heeft te maken met de definitie van de mens als een levend wezen begiftigd met logos. Logos houdt in dat de mens kan spreken, betekenis kan verstaan en te verstaan geven. Met andere woorden: de mens communiceert, met andere mensen. Precies hierin ligt het onderscheid tussen mens en dier.

Als het gaat om communicatie, wordt het verschil tussen feiten en meningen belangrijk. Meestal worden deze gezien als een tegenstelling: aan de ene kant staan de naakte feiten, aan de andere kant de persoonlijke meningen. De feiten zijn in die visie het enige wat ertoe doet. Maar is dat wel een goede voorstelling van zaken? Nee, stelt Van Tongeren, feiten en meningen staan niet tegenover elkaar; meningen gaan namelijk over de betekenis van feiten. Feiten betekenen op zichzelf eigenlijk niets. Zo bekeken zijn de meningen óver de feiten belangrijker, want daarin gaat het om de betekenis. Betekenis geven aan de feiten, niet het vaststellen daarvan, is immers wat de mens van het dier onderscheidt. Sterker gezegd: een menswaardig bestaan draait om betekenis.

Als betekenis zo belangrijk is, rijst de vraag waar we die betekenis dan kunnen vinden. Helaas: die vind je nergens. Betekenis is geen ding dat even ontdekt moet worden en dan voor iedereen beschikbaar is; dat zou betekenis reduceren tot een simpel feit. Voor meningen en betekenissen zijn mensen daarom op elkaar aangewezen. Deze opvatting heeft verregaande consequenties voor het mensbeeld: in deze Aristotelische visie is de mens niet autonoom, maar afhankelijk van zijn medemensen. De mens alleen is een dier.

Het is in de politieke arena dat het geven van betekenis een plaats kan krijgen. Daarom is het eigenlijk hetzelfde om te zeggen dat een mens een politiek dier is, als om te beweren dat hij een communicatief dier is. De mens heeft anderen nodig om verschillen te kunnen zien, om zijn eigen opvattingen te toetsen en om zo zijn streven naar de waarheid richting te geven.

Gelukt zijn en gelukkig zijn
Terug naar de deugdethiek. Ook Aristoteles’ deugdethiek heeft een waarheidsoordeel; Aristoteles heeft een beeld van wat de ware deugden zijn. De vooronderstelling die aan zijn deugdethiek ten grondslag ligt, is die van de natuur als orde. De mens is onderdeel van de natuur en daarom ook onderdeel van de orde. Het uiteindelijke doel van de mens is geluk. Niet in onze moderne, levenskunstige zin van het woord, maar in de zin van ‘gelukt’. Geluk is optimale zelfverwerkelijking, ‘gelukt zijn’.

Het optimale van de optimale zelfverwerkelijking verwijst naar de deugd. De deugd is geen norm of regel, maar een optimum, het nooit eindigende resultaat van een voortdurende vorming. De deugd kan altijd nog beter en is eigenlijk nooit af. Dat komt ook omdat de deugd geen ding is, geen eigenschap of gebod, maar een houding. Die houding bepaalt de betekenis die je geeft, de meningen die je over de feiten hebt. Dat doet denken aan wat Henk Barendregt in de vorige lezing zei over het verschil tussen de inhoud van het bewustzijn en de inkleuring daarvan. Het goede leven richt zich niet op de inhouden, maar op de inkleuringen, stelde hij. Iets soortgelijks is bij de deugdethiek aan de hand: het gaat erom de juiste houding in de wereld aan te nemen.

Wat is dan die juiste houding? Bijna iedereen kent wel de uitdrukking dat de deugd in het midden ligt: je bent dapper als je niet laf bent en ook niet overmoedig. Dit is een wat te makkelijke voorstelling van zaken. Het midden van de deugd is relatief – anders was het wél een regel die je maar moet leren en vervolgens toepassen. Per persoon, per situatie, per omstandigheid zal het midden anders zijn: bij een opstootje op straat zal de politieagent een ander deugdelijk midden hebben dan een bejaarde dame.

Maar hoe weet je dan ooit wat voor jou het juiste midden is? Er is toch wel een criterium te noemen, zegt Van Tongeren. Het voorbeeld. Op zoek naar de deugd en het juiste midden zul je beginnen met het vinden en volgen van een persoon die als voorbeeld kan dienen. Een voorbeeldig persoon. Een andere methode om het juiste midden te vinden is door de kardinale deugden een voor een in te zetten: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid. De kardinale deugden zijn eigenlijk een integraal onderdeel van alle deugden, daar kun je niet zonder. In elke situatie kun je je dus afvragen: wat is hier wijs, wat is rechtvaardig en wat moedig, waar ligt de grens? Een ingewikkeld proces dat veel oefening en tijd vereist. Door te handelen en steeds te zoeken naar de juiste praxis, slijt de deugd op den duur in. Als dat gebeurt, zal het steeds makkelijker worden het juiste te doen. Niettemin zal de deugd nooit af zijn, omdat elke nieuwe situatie om een herijking vraagt.

Deugd en levenskunst
Paul van Tongeren zet in het laatste deel van zijn lezing de deugdethiek scherp af tegen de moderne levenskunst die tegenwoordig zo populair is. Een aantal punten is al ter sprake gekomen. Zo stoelt de deugdethiek op een zoektocht naar de waarheid, ook is die waarheid in het dagelijks leven opgeschort. Tegenwoordig is het not done om op zoek te zijn naar de waarheid – in de levenskunst gaat het dan ook niet om de waarheid, maar om zelfhulp.

Het volgende punt hangt hiermee samen. De deugdethiek is bij uitstek een sociale filosofie. Niet voor niets begon de lezing met het kader van de mens als politiek dier. Betekenis geven, communiceren, zonder die sociale handelingen en doelstellingen kan de deugdethiek niet uitgeoefend worden. De levenskunst gaat daarentegen juist wel uit van een autonoom subject, dat onafhankelijk van anderen op zoek gaat naar het goede leven. Dat hoorden we ook van Henk Barendregt: allereerst moet je zelf gelukkig zijn, dan komt een goede omgang met anderen vanzelf. Zo’n individuele opvatting van het goede leven vloekt met de sociale, intersubjectieve kant van de deugdethiek. Ten slotte noemt Van Tongeren de levenskunst zelfs narcistisch, terwijl de Aristotelische deugdethiek betrokken is op de wereld.

De vraag is of de deugdethiek dan wel eigentijds is. De levenskunst is zo goed toegespitst op de moderniteit, ze beantwoordt aan allerlei ideeën die de moderne mens heeft over zichzelf en de wereld. Kan de deugdethiek daar wel tegenop? Dat Aristoteles nog genoeg weerklank vindt in de hedendaagse samenleving, toont een filmpje waarin rappers de kardinale deugden aanprijzen. Misschien is juist de intersubjectieve, zoekende houding van de deugdethiek wel iets wat de huidige tijd goed gebruiken kan. De nadruk op debat en het uitwisselen van meningen is bovendien een thema dat heel sterk speelt in deze multimediale eenentwintigste eeuw. Met dat in het achterhoofd zou een nieuwe visie op het politieke dier op zoek naar waarheid gewenst zijn.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

De leegte laten

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 16-09-2009

In de serie Oefening baart kunst laat Studium Generale wetenschappers en filosofen aan het woord die vanuit hun specialisme spreken over ‘het goede leven’. Professor Henk Barendregt, hoogleraar Grondslagen van de wiskunde en gekwalificeerd leraar vipassana meditatie, bijt de spits af met een lezing over meditatie en mindfulness, brein en bewustzijn.

Barendregt doet met een multidisciplinaire projectgroep onderzoek naar het bewustzijn, en gaat daarbij uit van zijn ervaringen met mindfulness en meditatie. Niet alleen kunnen deze twee inzicht geven in de werking van het bewustzijn, ook kunnen ze een rol spelen in de behandeling van problemen met het bewustzijn of psychische problemen. Ergens daartussenin ligt ook een visie op het goede leven, want het streven van mindfulness en meditatie is zonder twijfel het bereiken van een goede staat van zijn.

Object en inkleuring
Niet eens heel lang geleden, zo vertelt Henk Barendregt, heerste er in de wetenschap een taboe op de vraag hoe bewustzijn werkt en hoe het is ontstaan. Inmiddels is het taboe opgeheven, wat niet wil zeggen dat er op alle vragen antwoorden zijn gevonden. Toch is het zeker mogelijk om iets zinnigs over dit onderwerp te zeggen. De neurologie beschrijft het brein als een verzameling neuronen en het bewustzijn als iets wat voortkomt uit alle vonken die daartussen afgevuurd worden. Maar je kunt het bewustzijn ook op een andere manier beschrijven. Enerzijds zijn er objecten, de inhoud van het bewustzijn: een glas water, een stem waar je naar luistert. Daarnaast is de inkleuring van dat voorwerp met een bepaalde stemming: je kunt naar het voorwerp kijken met boosheid, vreugde, rusteloosheid et cetera. Het object blijft hetzelfde, maar heeft vele gestalten door de inkleuring.

De wetenschap bestudeert de objecten van het bewustzijn – ordent die, geeft er betekenis aan. Wetenschappelijk inzicht, aldus Barendregt, ontstaat wanneer een groot aantal verschijnselen wordt teruggebracht tot een klein aantal verschijnselen. Door zulke abstrahering kunnen voorspellingen worden gedaan en wordt het leven vergemakkelijkt. Die focus op de objecten is echter beperkt; het is onmogelijk om de hele wereld te beheersen door middel van wetenschap en technologie. Het is belangrijk om ook de bewustzijnstoestand te onderzoeken. Niet alleen de objecten vragen verbetering, ook de inkleuring doet dat.

Het bewustzijn staat in deze zin aan de basis van alle strevingen van de mens in het leven – en dus ook naar het goede leven. De meeste mensen proberen de materialistische objecten te optimaliseren: ze willen een auto, geld, een mooi lichaam. Maar waarom? Omdat men ervan uitgaan dat het bezit van die objecten leidt tot vreugde. En vreugde is wat men eigenlijk wil. Het gaat uiteindelijk niet om de inhoud, maar om de inkleuring.

Inzicht- en concentratiemeditatie
Het verbeteren van de inkleuring is wat gebeurt in meditatie. Barendregt noemt twee vormen van meditatie: vipassana- of inzichtmeditatie, en concentratiemeditatie. Deze laatste is erop gericht positieve inkleuringen te vermeerderen, door het object van concentratie stil te zetten en er een soort foto van nemen. Dit stilzetten geeft rust, die kan uitlopen in het hoogtepunt van concentratiemeditatie: de mystieke ervaring.

Inzichtmeditatie of mindfulness heeft ander doel, namelijk het verminderen van de negatieve inkleuring. Het hoogtepunt hiervan is zuivering of deconditionering. Bij deze meditatie neem je niet een foto van het object, maar maak je een soort film. Het object mag bewegen. Je aandacht gaat uit naar de omgeving, zonder daarin in te grijpen, zonder een oordeel te vellen, zonder iets aan die omgeving te willen veranderen. Niet alleen de objecten bezie je met zo’n distantie, ook de inkleuringen. Komt er bijvoorbeeld een verlangen op, dan constateer je: ‘Ah, verlangen,’ en legt het vervolgens naast je neer.

Ontvlechten of dissociatie
En dan? Wat voor nut heeft het en hoe kom je hier verder mee? Oefening baart kunst – de titel van de reeks blijkt hier van toepassing. Oefenen, oefenen, oefenen, onder leiding van een leermeester, is een eerste vereiste. Op een zeker moment leer je om object en inkleuring van elkaar te onderscheiden. Ontvlechten, zoals Barendregt het noemt. Tijdens de meditatie voel je pijn in je benen en je wordt boos op jezelf omdat je de oefening niet kunt volbrengen. De pijn en de boosheid moet je dan ontvlechten, uit elkaar halen, tot de zuivere pijn overblijft, die veel minder erg blijkt dan de woedende pijn.

Dit is een vorm van dissociatie. Dissociatie is makkelijk te ervaren door heel vaak achter elkaar een woord te zeggen – zoals rabarber – tot de betekenis van het woord verdwijnt. Betekenis en klank van het woord zijn losgekoppeld. Dit is ook toepasbaar op bewustzijnstoestanden en ervaringen. Het streven is om je niet te identificeren met de pijn, maar de pijn van een afstand te aanschouwen. ‘Beschouw je niet als iemand die pijn heeft, maar als iemand die pijn ziet.’

Leegte
Als dit eenmaal lukt, valt verrukking je ten deel. Maar helaas: zelfs van het heerlijke gevoel van verrukking moet je afstand doen. Je moet erdoorheen. Maar waarheen dan? Barendregt noemt het ‘de donkere nacht van de ziel’. Die ervaar je wanneer je, in de vipassana meditatie, overal nee tegen zegt en alles ontvlecht, tot op het laatst je hele ego is ontvlochten en je alleen nog maar leegte om je heen ziet. Wat is die leegte? Het is een soort volledige dissociatie, waarin blijkt dat alles onpersoonlijk en deterministisch is, chaotisch en procesmatig. Het ego, zo laat de leegte zien, is niet iemand, maar een chaotisch proces. Neurologisch is dit volkomen begrijpelijk: het flitsen van neuronen in de hersenen is precies wat je ziet in de leegte. Alleen als je door deze chaotische, gedissocieerde leegte heen gaat, tem je de angst ervoor, een angst die alle mensen eigen is. We kunnen er niet tegen om niet de baas te zijn, en de leegte prikt precies die illusie door.

Door oefening en training kunnen we leren om de leegte en het gevoel van ‘niet de baas zijn’ niet meer eng te vinden. Als vergelijking noemt Barendregt het vallen van een parachutist: ook dat is iets wat je kunt trainen tot je het niet meer eng vindt. De leegte is nu eenmaal iets waar elk mens mee te maken heeft en mee om moet gaan. Dat is wat mindfulness kan bijdragen aan het goede leven: doordringen tot in het mechanisme van de angst en het vervolgens loslaten. Dan verdwijnt ook de afhankelijkheid van een symptomatische bestrijding van de leegte, die bestaat uit de objecten van het bewustzijn: een mooie auto, een mooi lichaam, een groot huis.

Discussie
Hoe wetenschappelijk is dit allemaal? In de discussie na afloop van de lezing, gaat Barendregt in op het onderzoek dat hij verricht naar mindfulness en de hersenen. Mindfulness heeft te maken met bepaalde eigenschappen, zoals aandacht en reactiesnelheid. Psychologische onderzoeken wijzen uit dat mindfulness deze eigenschappen versterkt. Zelfs een existentieel begrip als leegte is te meten, namelijk door EEG-tests uit te voeren bij mensen die leegte ervaren en deze te onderzoeken op psychische dissociatie.

Barendregt verenigt zo het ‘harde’, wetenschappelijke onderzoek met een haast literaire benadering van zijn onderwerp. Opvallend is het gebruik in de lezing van metaforen en gedichten. Geeft dat geen discrepantie? Barendregt brengt een onderscheid aan tussen het begrijpen van de leegte, die in wetenschappelijke taal kan worden uitgedrukt: neuronen vuren chaotische en deterministisch af in de hersenen. Iets anders is het als het gaat om het ervaren – de ervaring kan niet in wetenschappelijke taal worden overgebracht, maar vraagt om metaforen.

Hoe zit het met het ‘nut’ van meditatie als medicijn voor psychische problemen? Zulke problemen komen voort uit de angst voor de leegte en openbaren zich soms in de vorm van die leegte. Als de angst voor de leegte getemd is, zoals Barendregt heeft betoogd, zouden de problemen ook ‘getemd’ moeten zijn. De leegte en de angst zitten in iedereen, maar kan iedereen het stadium van beheersing wel bereiken? Uiteindelijk heeft iedereen de vaardigheid, meent Barendregt, maar het moet wel gecontroleerd gebeuren. Een min of meer stabiele basis is wel het beste. Leermeesters zijn daarbij belangrijk, maar uiteindelijk moet iedereen het zelf doen en ontdekken. Eigenlijk is het een heel individualistische weg om te bewandelen. Eerst komt de vrede met jezelf, dan met de ander, en dan met de wereld.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Bewustzijn: Van filosofie tot kunstmatige intelligentie

Door Studium Generale op 10-09-2009

Bas Haring (1968) denkt en vraagt, schrijft en spreekt. Op een heldere en prikkelende manier probeert hij wetenschap en filosofie betekenis te geven voor het leven. Hij is filosoof en schrijver van enkele populair-wetenschappelijke boeken en vele columns en tv-presentator bij de RVU (programma Haring). Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Publiek begrip van wetenschap aan de Universiteit van Leiden.

We zijn ons bewust van onszelf en onze omgeving. Je weet wie je bent en wat je doet en zegt. Maar wat is bewustzijn nu precies? Vanuit de filosofie, maar ook vanuit de geschiedenis en moderne wetenschappen wordt al eeuwenlang geprobeerd hierop een antwoord te formuleren. In de interdisciplinaire reeks Het Brein wordt geprobeerd om bewustzijn in meer concrete beelden te vangen.

In twee lezingen begint Bas Haring de zoektocht naar een verklaring voor het bewustzijn. Om een zo volledig mogelijk beeld te creëren gaat hij systematisch een aantal vragen af. Wat is bewustzijn? Hoe is er in de tijd over nagedacht? Wat voor soort antwoorden over bewustzijn zijn er tot stand gekomen? Maar ook, wat is de relatie tussen hersenen en bewustzijn? En hebben dieren bewustzijn, en kunnen ook robots en computers over bewustzijn beschikken?

Wat is bewustzijn?
Bewustzijn is een lastig begrip. Het is moeilijk te concretiseren. Bewustzijn wordt gekenmerkt door begrippen als herinneren, herkennen en ervaren. Je kunt bewustzijn niet aan de buitenkant vaststellen. Je weet dat je bewustzijn hebt en neemt aan dat je buurman het ook heeft, maar zeker weten doe je het niet.

Wanneer Haring spreekt over bewustzijn, gebruikt hij vaak de frase ‘iets extra’s’. We zijn niet alleen een pop van vlees en bloed, maar hebben ‘iets extra’s’. Dit maakt het ook lastig om bewustzijn aan andere mensen uit te leggen. Bewustzijn is een individuele ervaring; iedereen ervaart het anders.

Bewustzijn in de tijd
In de tijd is er door verschillende beroemde denkers en wetenschappers nagedacht over bewustzijn. Een bekende denker over dit thema was Descartes. Hij was een denker met een wetenschappelijke agenda en had zich ten doel gesteld om op zoek te gaan naar zaken die onbetwijfelbaar zijn. Dit deed hij door beroepsmatig aan alles te twijfelen. Zo durfde Descartes te twijfelen aan het bestaan van zijn eigen lichaam, maar wist hij wel zeker dat er ‘iets’ was dat vragen stelt. Dat ‘iets’ noemde hij ‘ik’. Dit bracht hem tot de conclusie dat het lichaam niet gelijk is aan datgene wat vragen stelt en dat er dus een scheiding van lichaam en geest bestaat. Deze redering van Descartes is lange tijd bepalend geweest voor ons denken. De scheiding tussen lichaam en geest, waardoor het bewustzijn los van het lichaam wordt gezien, heeft er onder andere voor gezorgd dat de mens zich verheven voelt boven al het andere.

Relevantie van bewustzijn
Ondanks dat bewustzijn een weinig concreet begrip is, kent het grote relevantie op verschillende gebieden. Zo ontnemen wij dieren bepaalde rechten, omdat zij niet over een bewustzijn zouden beschikken. Maar ook heeft het bepaalde consequenties in het rechtsysteem. Een moord wordt minder streng bestraft wanneer deze onbewust is gepleegd. En een moord onvrijwillig plegen wordt bijvoorbeeld helemaal niet aangerekend.
Bewustzijn kent ook wetenschappelijke relevantie. Bewustzijn staat aan de basis van het menselijk handelen en denken, en staat daarmee aan de basis van de wetenschap.

Verklaringen voor bewustzijn
De verklaringen voor bewustzijn in lijn met Descartes zijn anno 2009 grotendeels achterhaald. Lichaam en geest worden niet meer als gescheiden elementen gezien. Er wordt nu geprobeerd een meer wetenschappelijke verklaring te vinden voor het bewustzijn, waarbij de vraag ‘Waar zit het bewustzijn?’ centraal staat.

Er bestaat consensus over het gegeven dat bewustzijn huist in het brein. Echter, er is tot nu toe geen specifieke plek gevonden die verantwoordelijk zou zijn voor het bewustzijn. Het brein is dan ook niet systematisch en gestructureerd. Het bestaat uit miljarden hersencellen die allen uniform zijn. Dit maakt het lastig een bepaalde plek aan te wijzen voor bewustzijn. De ervaring van het bewustzijn lijkt eerder tot stand te komen door een samenspel van veel verschillende gebieden in de hersenen. Bewustzijn lijkt tot stand te komen via emergentie. Op het niveau van een enkele hersencel is bewustzijn niet waar te nemen, maar op het niveau van het hele brein wel.

Ontstaan van bewustzijn
De wetenschap heeft tot nu toe nog niet kunnen beantwoorden waar bewustzijn ontstaat. Over wanneer bewustzijn ontstaat heeft de wetenschap echter concretere ideeën. Recente resultaten van verschillende experimenten tonen aan dat de ervaring van het bewustzijn later komt dan de handeling. Hersenscans tonen bijvoorbeeld aan dat je een bepaalde handeling gaat uitvoeren, voordat je zelf daartoe hebt besloten. Andere experimenten laten zien dat je maar van een klein deel van de realiteit bewust bent. Veel input, zoals beelden en geluiden, worden ongemerkt verwerkt en bij veel handelingen sta je niet tot nauwelijks stil.

Deze resultaten zijn tegenstrijdig met het gevoel dat wij hebben bij bewustzijn. Wij denken dat achter elk fenomeen een welwillend verhaal schuilt en dat achter elke handeling een rationele keuze zit. Uit deze resultaten blijkt eerder dat bewustzijn een narratief karakter heeft. Dat bewustzijn een verhaal is over onszelf dat we tegen onszelf houden. Het is slechts een beschrijving achteraf, maar geen echte weerspiegeling van de werkelijkheid.

Bewustzijn van dieren
Bewustzijn concretiseren bij onszelf is moeilijk, maar het vaststellen van bewustzijn bij dieren is nog lastiger. Bewustzijn gaat niet gepaard met een bepaald gedrag. Daarnaast kennen dieren geen taal, waarmee ze blijk kunnen geven van enig bewustzijn. Toch zijn er enkele manieren om te achterhalen of een dier over bewustzijn beschikt. Aangenomen wordt dat een dier over bewustzijn beschikt als het dier zich bewust is van zijn eigen lichaam. Ook wordt aangenomen dat een dier bewustzijn heeft wanneer het zich bewust is van het gedrag van een ander. Verschillende onderzoeken hebben positieve resultaten laten zien bij dieren ten opzichte van deze twee eigenschappen. Vooral veel zoogdieren tonen blijk van herkenning wanneer het bijvoorbeeld voor een spiegel wordt gezet en/of kunnen anticiperen op het gedrag van een ander dier.
Op basis van deze resultaten kan worden geconcludeerd dat dieren over bewustzijn kunnen beschikken. Echter, er blijft een fundamenteel onderscheid bestaan tussen dieren en mensen. Mensen beschikken over een complex taalvermogen, waarmee ze hun bewustzijn verder hebben kunnen ontwikkelen. Naar waarschijnlijkheid zijn mensen dan ook degenen met het meeste bewustzijn.

Bewustzijn van apparaten
Wanneer de filosofie van Descartes wordt aangehouden zouden apparaten, zoals computers en robots niet over bewustzijn beschikken. Echter, in de huidige tijdsgeest is het niet onmogelijk te denken dat apparaten over bewustzijn kunnen beschikken. Als bewustzijn wordt gedefinieerd als ‘iets extra’s’ of met een narratief karakter, zoals Haring eerder bewustzijn heeft gedefinieerd, dan kunnen apparaten bewustzijn hebben.

Conclusie
Samengevat kan worden geconcludeerd dat het begrip bewustzijn moeilijk in concrete beelden te vangen is. Iedereen ervaart bewustzijn, maar niemand kan precies uitleggen wat het is. Vaak wordt er gesproken van ‘iets extra’s’.

Huidige wetenschappelijke inzichten doen vermoeden dat bewustzijn een narratief karakter heeft. Bewustzijn zou slechts een beschrijving achteraf zijn, maar geen echte weerspiegeling van de werkelijkheid. Wanneer deze inzichten worden geprojecteerd op dieren en zelfs op computers en robots is er volgens Haring geen reden waarom zij ook niet over een bewustzijn zouden kunnen beschikken.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »

Beeldwetenschap

Door Miriam Rasch (programmamaker) op 23-04-2009

Het veld van de visuele geletterdheid is veelzijdig, complex en vaak ook abstract, zo is gebleken in de eerste twee lezingen van de Studium Generale-serie ‘Geloof je ogen niet’. Weliswaar lijkt het te gaan om een concrete vaardigheid, toegepast op concrete plaatjes, maar de werking en beschrijving ervan kunnen zeer ongrijpbaar zijn. Deze avond zullen zowel de praktijk als de filosofische implicaties aan bod komen: professor Max Viergever is werkzaam aan het Image Science Institute van het UMC, waar (onderzoek naar) beeldbewerking voor de medische praktijk plaatsvindt; professor Paul Ziche gaat in op de wijsgerige vragen die gesteld kunnen worden bij ‘objectiviteit’, ‘directheid’ en ‘wetenschappelijkheid’.

Waarneming is direct, maar gestuurd
In de eerste dubbellezing van het programma bleek dat de mens heel goed kan kijken. Weinig input is nodig om een afbeelding te begrijpen, in één oogopslag bovendien. Om een beeld te vatten is rationele explicitering helemaal niet noodzakelijk, vertelde kunsthistoricus Jeroen Stumpel. Daarnaast laat het oog zich niet makkelijk foppen. Toch, zo reageerde fysicus Jan Koenderink, is het kijken ook bepaald door de fysieke eigenschappen van de mens. Sommige dingen zien we op een bepaalde manier omdat ons oog daarop is ingesteld – ook al laat het plaatje eigenlijk iets heel anders zien (lees hier het hele verslag van deze avond).

Niet alleen is de mens fysiek ingesteld op bepaalde waarnemingen, ook psychologisch is hij al voorgeprogrammeerd. In de tweede dubbellezing ging psycholoog Frans Verstraten hier verder op in. De opdracht en verwachting waarmee je naar iets kijkt – modern gezegd: je mindset – bepaalt in hoge mate je waarneming. Het ‘lezen’ van beelden is in die zin vergelijkbaar met taalgebruik. Ook daarbij, zo liet taalkundige Ted Sanders zien, spelen kennis en verwachting een grote rol. Het is heel belangrijk hierbij stil te staan als het gaat om visuele geletterdheid: die heeft misschien wel te maken met het bewust zijn hiervan en het in staat zijn van een afstand de mindset te bestuderen en herkennen. Er is niet eerst een waarneming en dan een duiding; duiding kleurt al van tevoren de waarneming. (Lees hier het verslag van de tweede dubbellezing.)

Medisch beeldgebruik
Het belang van visuele geletterdheid en een goede interpretatievaardigheid springt direct in het oog bij beelden in de medische wetenschap en geneeskunde. Max Viergever gaat in de eerste lezing in op beeldgebruik bij diagnostiek en behandeling van patiënten, waar een goede beeldvorming en -verwerking aan voorafgaat.

De beeldvorming is sinds de middeleeuwen nogal veranderd. Toen was het opensnijden van mensen de enige manier om een beeld van het inwendige lichaam te krijgen. In 1895 veranderde dat radicaal door de uitvinding van de röntgenstraling. Het procédé is simpel: de stralen gaan door het lichaam heen en de mate van absorptie wordt afgebeeld. Hoe minder straling er uit het lichaam komt, hoe witter het beeld. Dat is geen strikte correlatie: het wit had evengoed zwart kunnen zijn. De kijker denkt misschien dat de röntgenfoto witte botten laat zien, maar dat is dus niet zo.

Straling kan ook op andere manieren afbeeldingen opleveren: bijvoorbeeld door een CT-scan of een angiografie (opname van het bloedvatenstelsel). Het is ook mogelijk om dynamische beelden daaruit te verkrijgen, zoals van een kloppend hart. Hoewel we geneigd zijn om deze plaatjes op dezelfde manier te zien als bijvoorbeeld een foto van de buitenkant van een mens, zijn die plaatjes op heel verschillende manieren tot stand gekomen. Het vatenstelsel dat oplicht, is niet als zodanig waar te nemen in het lichaam – in feite bestaat het in deze vorm alleen op het beeld, als een soort afgeleide. Beeldvorming kan hier heel letterlijk genomen worden.

Viergever houdt zich in zijn werk veel bezig met het bewerken van beelden. Dat gebeurt op twee momenten: vooraf, door de gebruikte apparaten zo in te stellen dat bepaalde zaken naar voren komen. En achteraf, bij het corrigeren van afwijkingen in het resultaat. De correcties zijn nodig om zogenaamde ‘artefacten’ eruit te halen, die bijvoorbeeld optreden omdat de patiënt beweegt. Zo ontstaat een ‘beter beeld’, dat een betere diagnostiek mogelijk maakt. Een natuurgetrouwe weergave van de patiënt, compleet met beweging, is dus niet het beste beeld in dit geval. Beide zaken zijn zeer ingewikkeld en noemt Viergever een vakgebied apart.

Er zijn twee manieren om correcties uit te voeren: manueel en automatisch. Uit onderzoek blijkt dat automatische correcties beter bruikbare beelden opleveren. Toch kan de computer niet alles beter dan de artsen; nog niet, want ook de computer is hierin te trainen. Uiteindelijk zal de computer veel van deze taken kunnen overnemen, wat het medisch beeldgebruik alleen maar ten goede kan komen. Hoe meer automatisch het beeld gegenereerd wordt, hoe objectiever het is en hoe betrouwbaarder het bij de behandeling van een patiënt ingezet kan worden. Dat gebeurt onder andere ook door een enkele opname te vergelijken met een hele database of atlas van andere afbeeldingen en die te combineren tot een zo correct mogelijke weergave.

Zijn directe beelden objectief?
In de medische wetenschap kunnen door verkeerd beeldgebruik levens op het spel staan. Daarom is het belangrijk dat de opnames betrouwbaar zijn en een hoge kwaliteit vertonen, die steeds objectiever wordt. Paul Ziche gaat in zijn lezing in op de filosofische implicaties die achter deze opvattingen liggen. De vragen die hij stelt geven scherp aan wat problematisch kan zijn aan beelden en wat dus, zeker bij een praktische en belangrijke wetenschap als de geneeskunde, aandacht verdient bij het gebruik ervan en denken erover.

Ziches betoog bestaat uit een paar hoofdpunten. Ten eerste stelt hij de vraag of er zoiets bestaat als ‘het’ beeld. Iedereen zal beamen dat dat niet bestaat, want je kunt overal wel meerdere, afwijkende afbeeldingen van maken. Maar bestaat er dan wel iets als een ‘objectief’ beeld, zoals in de medische wereld gewenst zou zijn? Nee, zelfs daar kunnen we niet van spreken, zegt Ziche. Hoe automatisch een beeld ook gegenereerd wordt, objectief zal het nooit zijn. Dat komt niet alleen omdat objectiviteit filosofisch en wetenschapshistorisch gezien hoe dan ook een problematisch gegeven is, maar ook omdat een beeld zoals door Viergever beschreven altijd een wisselwerking is tussen concrete, individuele en abstracte gegevens. Een opname van een individu wordt vergeleken met talloze andere afbeeldingen, om tot een zo objectief mogelijk plaatje te komen, aan de hand waarvan het individu behandeld zal worden.

De gedachte achter objectieve beelden is dat de automatisering alle invloed van het subject uitschakelt en er dus geen tussenpersoon is: het beeld is een directe weergave van de werkelijkheid. Ziche laat een autofotografie zien van een blad. Dat zou een directe weergave moeten zijn en zo lijkt het ook. Maar, zo zegt hij, de kleur groen is later toegevoegd, want de opname is van zichzelf zwart-wit. Een andere afbeelding van een plant wordt ook ‘direct en objectief’ genoemd, maar is in werkelijkheid een tekening die diep in een iconografische traditie wortelt. Toch is deze methode gepresenteerd als een objectieve procedure die de wereld direct zichtbaar maakt. Het geloof in het bestaan van zo’n procedure is zo hardnekkig, dat die zelfs boven het eigen waarnemingsvermogen wordt gesteld. Dat laten de zogenaamd automatische foto’s van geesten zien. Hoewel duidelijk onecht, wilde men zo graag geloven dat dit een directe, objectieve representatie was, dat de eigen, subjectieve waarneming opzij werd geschoven.

Ziche laat afbeeldingen zien van goochelbijeenkomsten en seances uit voorbije eeuwen. Eerst toonde de weergave de gehele ruimte, met publiek, podium et cetera. Later werd dit steeds meer ingedikt, totdat uiteindelijk een soort wetenschappelijke voostelling van zaken overbleef, zonder de context van het publiek en theater. Dit lijkt een overgang aan te duiden van een subjectieve naar een objectieve weergave, zegt Ziche, maar eigenlijk is het een en hetzelfde. De focus is alleen anders. Een ander voorbeeld is de ‘eerste foto van de maan’, die uiteindelijk geconstrueerd bleek uit klei en uit onze verwachtingen. Iemand creëert bewust een beeld en speelt daarbij met gangbare ideeën over objectiviteit.

Weer een tijd later maakt Galton zijn ‘composite protraits’: algemene afbeeldingen van bepaalde soorten mensen zoals ‘de wiskundige’, die ontstaan door een aantal foto’s te combineren. Hier is blijkbaar een enkele foto van een wiskundige niet genoeg om te gelden als een directe weergave van de natuur. Een wetenschappelijke benadering vraagt om een gemiddelde van meerdere gegevens. De portretten moeten een soort algemene natuurwetten van het beeld zijn.

‘Is dit problematisch?’ vraagt Ziche. Natuurlijk! zijn we geneigd te roepen. Maar nee, eigenlijk is dit niet zo erg. Als je je maar bewust bent van de waarde van deze afbeeldingen. Zij zijn tegelijk methode en doel van de wetenschap; ze objectiveren en zijn zelf object – en deze functies zijn niet van elkaar te scheiden. In andere woorden: een afbeelding is deel van een theorie, en is zowel subjectief als objectief. Objectiviteit, zoveel mag duidelijk zijn, moet worden losgekoppeld van directheid.

Zichtbare wetten
Niet alleen de productie van een beeld kan abstract zijn door automatiseren en combineren, ook de inhoud is mogelijk abstract. Plaatjes van structuren en schema’s drukken een idee uit dat niet concreet in de werkelijkheid bestaat. Hoe moeten zulke afbeeldingen dan objectief zijn? Waaraan is dat te toetsen? Van directheid is hier sowieso geen sprake, terwijl ze misschien wel heel objectief ogen. Het zijn ‘zichtbare wetten,’ zegt Ziche. Eigenlijk staan wetten en structuren los van afbeeldingen, maar schematische weergaven komen zeer veel voor en zijn onderdeel van de wetenschappelijke methode. Opnieuw: het uitdrukken van bijvoorbeeld een structurele ontwikkeling kan doel zijn van de wetenschap en die uitdrukking zelf is tegelijk de methode. Beeld en methode moeten we in hun samenhang bestuderen.

Een mooi voorbeeld van het abstracter worden van afgebeelde zaken is de verschuiving in aanwijzers bij plaatjes. Eerst waren dat nog handen, later werden het pijltjes: abstracte symbolen die niet verwijzen naar iets uit de werkelijkheid. Dit soort afbeeldingen zijn altijd creaties, zoals de uitbeelding van de sferen van Descartes of de enige illustratie in Darwins On the origin of species. Deze plaatjes duiden alleen maar aan wat iets is en maken helemaal geen aanspraak meer op directheid of mimesis. Ze maken het abstracte zichtbaar, en dat kan alleen door symbolen, associaties en modellen te gebruiken.

We moeten ons hier goed bewust van blijven. Zelfs wiskundige afbeeldingen worden objecten genoemd, maar zijn in feite structuren. ‘De afbeeldingen zelf geven geen toegang tot de wiskundige theorieën.’ Kennis van de wetenschappelijke context is nodig, omdat die context in de afbeelding zelf weerspiegeld wordt. En: willen we de afbeeldingen waarde toekennen, dan moeten we dus ook vertrouwen hebben in die wetenschappelijke methode en de betrouwbaarheid ervan. Daarmee sluit Ziche aan bij wat er eerder gezegd is over het belang van interpretatieve kaders en mindsets. Ook wetenschappelijk is dit dus van belang. Bewust blijven van de gemaaktheid van afbeeldingen keert steeds opnieuw terug. Ziche besluit met een positieve noot: als we dit allemaal in ons achterhoofd houden, kunnen afbeeldingen ook op een goede manier ingezet worden vóór de wetenschap; juist door de unieke mogelijkheid om tegelijk concreetheid en abstractie uit te drukken.

Categorie: Filosofie | Geen reacties »