‘Wiskunde is niet alles, maar alles is wel wiskunde’, aldus Ionica Smeets van het blog wiskundemeisjes.nl. Maar wat nu als je gewoon echt niets hebt met wiskunde? Ga je dan gehandicapt door het leven? Volgens Paul Drijvers, lid van de commissie Toekomst WiskundeOnderwijs, is wiskunde voor iedereen nuttig. Als het niet ter voorbereiding op het vervolgonderwijs is, dan wel ‘ter voorbereiding op het leven’, zo was afgelopen vrijdag te lezen in het Nederlands Dagblad. Misschien is ‘gehandicapt’ wat zwaar uitgedrukt, maar een klein beetje wiskundig inzicht komt dagelijks van pas. Prijzen vergelijken, omgaan met geld, inparkeren, routeplanning of simpelweg kloklezen zijn hier enkele voorbeelden van. Een opleiding volgen zonder wiskunde kan daarom niet meer, volgens Minister van OCW Marja van Bijsterveldt.
Momenteel doen alle VWO-scholieren examen in wiskunde. Voor havisten is dit niet het geval. Daar kun je een vakkenpakket kiezen zonder wiskunde. Van Bijsterveldt wil hier verandering inbrengen. Ze wil een verplichte rekentoets en misschien een verplicht eindexamen wiskunde invoeren voor alle havisten. Als je wiskunde eenmaal snapt, is het leuk, maar helaas zijn er altijd enkelen voor wie wiskunde een kwelling blijft bij gebrek aan inzicht. Paul Drijvers staat daarom niet te springen bij de plannen van Van Bijsterveldt.
Misschien moet wiskunde op een andere manier worden aangeboden aan diegenen die er echt niets mee hebben. Een wiskundige kijk op de wereld betekent een extra perspectief. Misschien moet hier de nadruk op komen te liggen in het onderwijs, zodat leerlingen de veelzijdigheid van wiskunde meer gaan waarderen. Dat je daar heus niet de nieuwe Einstein voor hoeft te zijn, blijkt uit de blogs van oud-stagiaire en wiskundige Pieternel van Oers. Lees al haar inspirende wiskundeblogs terug op de Gecijferdheid-pagina, onder andere over wiskunde en piraten, wiskunde achter weersvoorspellingen, hoe je miljonair kunt worden met wiskunde en over hoe statistiek helpt bij het bestrijden van malaria.


Studium Generale
Categorie: Wiskunde
Het is binnenkort Kerstmis en de Kerstman is bezig met cadeautjes inpakken. Hij weet van zijn kubusvormige pakjes alleen de oppervlakte. De Kerstman houdt wel van raadsels en rekenen maar van 1 pakje kan hij maar niet uitrekenen wat de lengte, breedte en hoogte zijn. En dat is toch wel handig om te weten wanneer je de hoeveelheid inpakpapier wilt bepalen. De totale oppervlakte van het pakje is 864 cm2. Wat zijn de afmetingen van dit cadeautje?
In het gebied dat zich uitstrekt van Marokko en Spanje, langs geheel noordelijk Afrika, via Turkije tot in Iran en India zijn prachtige patronen te ontdekken in mozaïeken en bouwstructuren. Deze patronen zijn ter versiering. Er zijn allerlei figuren in te ontdekken, een vlieger, een ruit, een ster, vijfhoeken, tienhoeken en twaalfhoeken. De reden dat in deze gebieden zoveel versieringen te vinden zijn is dat vroeger volgens het Islamitisch geloof geen afbeeldingen van mensen en dieren in het openbaar werden toegelaten. Mensen werden daardoor op een andere manier creatief en ontwikkelden prachtige mozaïeken. Achter deze mozaïeken gaan ingewikkelde patronen schuil. Stel je maar eens voor hoe je een patroon van vijfhoeken zo maakt dat als ze op een bolvorm worden geplaatst nog steeds aansluiten. Zo rond de middeleeuwen kwam er een grote interesse in wetenschap en wiskundigen en mozaïekontwerpers gingen samenwerken. Zij bespraken meetkundige problemen en maakten prachtige ontwerpen. De patronen zijn zo gemaakt dat er een regelmaat in zit. Wiskundigen die deze patronen analyseren letten daarbij op spiegelsymmetrieën, draaisymmetrieën en translaties (verplaatsing over een bepaalde afstand). Zij letten op abstracte structuren en brengen een patroon terug tot de kale structuur en opbouw.
Mannen zijn beter in wiskunde dan vrouwen. Dit is een stereotype beeld dat een tijdlang overheerste. Het wiskundig tij is nu kerende. Vrouwen blijken qua intelligentie niet slechter te zijn in wiskunde maar vooral persoonlijke eigenschappen als zelfvertrouwen en interesse spelen een rol in hun prestaties op wiskunde gebied. Zo zijn mannen zekerder over hun kunnen wat betreft wiskunde dan vrouwen. Psycholoog Nicole Else-Quest zegt in een onderzoek dat de status en het welzijn van vrouwen in elk land anders zijn en dat daarop de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn gebaseerd. Dit onderschrijft ook onderzoeker Luigi Gioso die het verschil tussen mannen en vrouwen in prestaties op het gebied van wiskunde toeschrijft aan de mate van emancipatie in een land. Zo zijn in IJsland vrouwen beter in wiskunde en dit land staat als eerste op de emancipatieranglijst.
Toen ik op weg was naar een lezing van Studium Generale
Daniel Tammet (geboren in 1979 in Engeland) is een schrijver met het syndroom van Asperger en hij heeft het savant syndroom. Een savant is iemand die een hoge intelligentie heeft op een bepaald gebied. Deze intelligentie is zo hoog dat een persoon met dit syndroom onwaarschijnlijke prestaties kan leveren. De savant Stephen Wiltshire kon bijvoorbeeld een compleet gedetailleerd panorama tekenen van Rome na een helikoptervlucht van 45 minuten. Dit kun je terugzien in dit
Ongeveer 8 procent van de wereldbevolking heeft blauwe ogen. Je zou denken dat er een kans bestaat dat er over een aantal jaren geen mensen meer bestaan met blauwe ogen omdat bruine ogen dominant is over blauwe ogen. De Britse wiskundige Godfrey Harold Hardy en Duitse natuurkunde Wilhelm Weinberg hebben aangetoond met hun wet van Hardy-Weinberg dat het niet mogelijk is dat blauwe ogen verdwijnen uit het wereldbeeld. De wet zegt dat een dominant gen niet gaat overheersen en dat een recessief gen niet uitsterft. De factor blauwe ogen is recessief en de factor bruine ogen is dominant. Wanneer twee mensen met elkaar paren, geven zij elk een factor voor de kleur ogen die het kind krijgt. We noemen de factor blauwe ogen kleine b en de factor bruine ogen grote B. Een kind kan dus bb, bB, Bb of BB krijgen van zijn of haar ouders. In het geval bb krijgt het kind blauwe ogen en in de andere drie gevallen heeft het kind bruine ogen omdat de eigenschap bruine ogen dominant is over de eigenschap blauwe ogen.
Verhoudingen in het gezicht, lichaam en de natuur. Velen beweren dat dit voortkomt uit een soort natuurlijk bepaald getal, de gulden snede. Het getal de gulden snede wordt aangeduid met de Griekse letter phi (ø). Phi is ongeveer 1,618 en
Amerikaanse onderzoekers voorspellen dat religie in Nederland zal uitsterven. Het wiskundig model dat ten grondslag ligt aan deze voorspelling baseert zich op het aantal religieuze mensen in de samenleving en hun sociale motieven om gelovig te zijn. Het wiskundig principe achter dit model heet nonlinear dynamics. Dit is een wiskundige benadering dat rekening houdt met verschillende factoren die invloed hebben op een bepaald fenomeen. Het model gaat er van uit dat sociale groepen met meer mensen aantrekkelijker zijn voor andere mensen om zich bij aan te sluiten. Bovendien gaat het ervan uit dat sociale groepen een bepaalde status hebben waar bepaalde gebruiken bij horen (zoals gelovig zijn of niet).
Het aantal minuten in een uur, secondes, de 360 graden van een cirkel. Allemaal eenheden die gebruik maken van het getal zestig. Dit hebben we te danken aan de Babyloniërs die met een zestigtallig ofwel sexagesimaal stelsel rekenden. Het Babylonische volk leefde van 1800 tot 539 voor Christus in het gebied van het huidige Irak. Zij gebruikten twee symbolen om cijfers samen te stellen
De Hongaarse acteur Frigyes Karinthy (1887-1938) bedacht in 1927 het concept ‘six degrees of seperation’. Hij bedacht de hypothese dat elke persoon op deze aarde via een netwerk van zes niveaus met een andere persoon verbonden is. De bekende psycholoog Steven Milgram deed een experiment om te laten zien dat elke Amerikaan minder dan 6 handdrukken verwijderd is van een willekeurige andere Amerikaan. Hij vroeg mensen om een pakketje te sturen aan iemand die ze kenden. Uiteindelijk was het doel om dit pakketje te zenden aan iemand in een andere stad die ze niet kenden. Dit lukte gemiddeld in 5.5 contacten.
Hypatia (ongeveer 370-415) was een beroemd wiskundige in Alexandrië, een stad in het tegenwoordige Egypte. Ze kreeg les in wiskunde van haar vader Theoon van Alexandrië. Later verdiepte ze zich ook in filosofie, muziek en astronomie. Samen met haar vader heeft Hypatia de boeken ‘De elementen’ van Euclides en ‘De arithmetica’ van Diophantos opnieuw uitgegeven. Bovendien hebben zij een commentaar geleverd op de ‘Almagest’ van Ptolemaios en op het boek over kegelsneden van Appolonius.
Piraten op zee vielen vorig jaar 450 Amerikaanse schepen aan. Daarbij enterden zij 53 schepen en gijzelden piraten 1181 bemanningslieden. Deze aanvallen kosten de Amerikaanse regering jaarlijks 10 miljoen euro. Voor de marine en andere legerbases is het moeilijk om de exacte positie en koers van de piraten te bepalen. De wiskundige James Hansen heeft een model ontwikkeld waarmee hij de waarschijnlijkheid van aanvallen kan schatten. Hierbij gebruikte hij factoren als voorspellingen van het weer en het bestudeerde gedrag van piraten.
De stelling van Pythagoras kennen we nog van de middelbare school. x2 + y2=z2. Hierbij zijn x en y de rechthoekszijden in een rechthoekige driehoek en z de schuine zijde. Bijvoorbeeld als x=3 en y=4 dan is z=5. In de zeventiende eeuw schrijft Pierre de Fermat dat de stelling van Pythagoras ook uitgebreid kan worden. Dat xn+yn=zn geen oplossingen heeft waarbij x,y,z gehele getallen zijn en n groter dan 2. Het vermoeden schreef Fermat in 1637 in de kantlijn van zijn boek zonder een bewijs te geven. Deze stelling heeft de wiskundewereld tot 1994 bezig gehouden.
Onderzoekers in Engeland hebben ontdekt dat als ze een lage spanning door een bepaald hersengebied sturen bij mensen met dyscalculie (soort nummerblindheid), ze beter gaan rekenen. Bij een test kreeg 1 groep een lading van 1 milliampère door een specifiek hersengebied en de andere groep kreeg ook een stroomstootje maar dan in een gebied van de hersenen dat geen rol speelt bij rekenen. De groep die de stroom door het rekengebied toegediend kreeg, losten twee keer zo snel de gegeven sommen op dan de controlegroep.
Afgelopen 21 mei zou volgens de Amerikaanse predikant Harold Camping de wereld vergaan. Overal ter wereld werden posters verspreid met het bericht om sterk tot god te roepen. Gelukkig is gebleken dat deze voorspellingen een hoop onzin zijn. Toch zijn er wetenschappers die zich ook met dit fenomeen bezig houden. Zij schrijven de oorzaak van het vergaan van de aarde niet aan God toe maar aan gegevens over het bestaan van de mens. Het ‘doomsday argument’ is een theorie in de kansrekening dat het aantal mensen op aarde voorspelt gegeven het aantal mensen dat tot nu toe geboren is. Stel dat we het aantal mensen dat op dit moment in leven is op een tijdlijn plaatsen. Wat is dan de kans dat we halverwege zijn? Deze theorie gaat ervan uit dat we dichter bij het einde der tijden zijn dan bij de geboorte van de mens.
Als je met 50 mensen op een feestje bent, is de kans 96,5 procent dat er twee mensen zijn die op dezelfde dag jarig zijn. Dat gaat tegen je intuïtie in. Er zijn 365 dagen in een jaar, dus je zou denken dat die kans veel kleiner is. Het is zelfs zo dat als je met 23 mensen in een ruimte bent, de kans nog steeds groot is, namelijk 50% dat er twee mensen zijn met dezelfde verjaardag.
Op een aantal spelkaarten staat aan de ene kant een letter en aan de andere kant een cijfer. Op tafel liggen vier van deze kaarten met naar boven respectievelijk een A, D, 4 en 7. Iemand beweert: “Als er aan de ene kant van een kaart een klinker staat, staat er aan de andere kant een even getal.” Welke kaarten moet je omdraaien om te controleren of deze bewering waar is?
Het woord wiskunde komt van het woord wisconst dat door de Nederlandse wiskundige Simon Stevin (1548-1620) is bedacht. Wisconst betekent kunst van het zekere. In andere talen gebruikt men het woord mathematiek voor wiskunde. Dit komt van het Griekse μάθημα (máthèma).
Een moeder is 21 jaar ouder dan haar dochter. Over 6 jaar is deze moeder vijf keer zo oud als haar dochter. Waar is de vader?
Als je doordeweeks druk aan de studie bent, wil je graag weten of je aankomend weekend in het park kunt liggen. Wat zeggen nu die percentages die in weerberichten worden vermeld? Er staat bijvoorbeeld dat op zaterdag 70% kans is dat het gaat regenen. Is het dan zo dat het 70% van de dag gaat regenen? Of is er in 70 procent van het land regen, of is in een willekeurige plaats in Nederland de kans op regen 70 procent? Dit laatste is het geval. Je hebt dus veel aan de getallen als ze heel hoog of juist heel laag zijn. Als er 10 procent kans op regen is, kun je er bijna zeker van zijn dat je in het park kunt liggen in het weekend. Als de kans 90% is op regen, kun je beter een binnenactiviteit bedenken.
Als iemand in koud water belandt, daalt zijn lichaamstemperatuur. Als de lichaamstemperatuur zakt tot 30 graden Celsius of lager, ontstaat een levensbedreigende situatie. De tijd tussen het te water raken en het bereiken van een lichaamstemperatuur van 30 graden, wordt de overlevingstijd genoemd. Wiskundigen hebben een formule opgesteld om de overlevingstijd in minuten (R) te berekenen aan de hand van de watertemperatuur (in graden Celsius).
Het Clay Mathematical Institute uit Cambridge, Massachusetts reikt 1 miljoen dollar uit voor degene die één van de zeven belangrijkste wiskunde problemen oplost. Dat zijn het vermoeden van Riemann, het vermoeden van Poincaré, het P versus NP probleem, het vermoeden van Birch en Swinnerton-Dyer, het vermoeden van Hodge, de Mass Gap Hypothesis in de Yang-Mills theorie en de oplossing van de Navier-Stokes vergelijkingen.
De snaartheorie is een nog onbewezen theorie. Er zijn wiskundigen die geloven in de waarheid van deze hypothese maar er zijn ook een hoop sceptici. De theorie probeert vier natuurkrachten bij elkaar te brengen in 1 samenvattende theorie. Deze krachten zijn 1. zwaartekracht, 2. elektromagnetische kracht, 3. zwakke en 4. sterke kernkracht. Kernkrachten zorgen onder andere voor uitwisseling van energie en massa tussen deeltjes.
Wiskundigen kunnen rekenen in 89 dimensies. Hoe kan dit terwijl je zelf niet verder kan kijken dan de derde dimensie? De eerste dimensie is lengte of breedte, dus bijvoorbeeld een lijn. Zodra een object een lengte en breedte heeft, bevinden we ons in de tweede dimensie. De beelden op televisie zijn voor ons bijvoorbeeld tweedimensionaal. Voegen we hier diepte aan toe, dan zijn we in de derde dimensie aanbeland. In de filmwereld wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van de derde dimensie waardoor films ook diepte krijgen. Een vierde dimensie bestaat voor ons oog niet in de ruimte maar in de natuurkunde noemen ze tijd vaak de vierde dimensie. Om een plaats aan te duiden op aarde, bijvoorbeeld in een hoge flat, heb je een lengte, breedte en hoogte nodig maar ook het tijdstip wanneer je op de betreffende plaats bent.
Heb jij ook emoties van angst en stress tijdens colleges wiskunde of als je cijfers of formules in het dagelijkse leven tegenkomt? Uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat over de hele wereld mensen last hebben van wiskundeangst ofwel math anxiety. De term math anxiety is een steeds terugkerend begrip wanneer je op zoek gaat naar de attitude ten opzichte van wiskunde in wetenschappelijke literatuur.
100 mensen staan klaar om naar een lezing van Studium Generale in het Academiegebouw te gaan. Deze lezingenreeks wordt druk bezocht dus iedereen moet een toegangskaartje met vast stoelnummer hebben. Helaas is de eerste die naar binnen wil zijn ticket met daarop zijn stoelnummer kwijt. Hij gaat naar binnen en neemt daarom maar op een willekeurige stoel plaats. Elke volgende bezoeker gaat op zijn eigen stoel zitten, maar als daar al iemand zit, dan kiest hij weer een willekeurige plaats die nog leeg is. Jij bent de laatste van de 100. Hoe groot is de kans dat je jouw stoel bezet vindt?
Duizenden jaren geleden werd nul al gebruikt om de positie van een getal aan te geven. Dus bijvoorbeeld om het verschil tussen 63 en 603 aan te geven. In de zevende eeuw na Christus werd nul als getal beschouwd door de Indiase wiskundige Brahmagupta. Hij stelde ook een aantal regels op om met het getal nul te kunnen rekenen. De som van een positief getal en nul is een positief getal en de som van nul en nul is nul. Later kwam daar ook het vermenigvuldigen en aftrekken met nul bij. Bijvoorbeeld
Iedereen kent het getal Pi waarschijnlijk nog wel van de middelbare school. Dit merkwaardige getal dat decimaal geen eind kent, gebruikte je toen om de omtrek en oppervlakte van een cirkel uit te rekenen. De omtrek van een cirkel is de diameter maal pi. De oppervlakte van een cirkel is pi maal de straal in het kwadraat.
Veel werkwoorden die vroeger in het Nederlands onregelmatig waren, zijn in de loop der tijd regelmatig geworden. Een voorbeeld hiervan is het werkwoord ‘wassen’: vroeger was de verleden tijd hiervan: ‘wies’, nu zegt men: ‘waste’. Ook in het Engels doet dit verschijnsel zich voor.
Stel je bent op reis geweest naar Indonesië en wil je graag laten testen op malaria omdat je je al een tijdje niet lekker voelt. De dokter vertelt dat hij een test heeft die voor 99% betrouwbaar is, dat wil zeggen dat de test bij 99 procent van de mensen die aan deze ziekte lijdt een positieve uitslag geeft en bij 99 procent van de mensen die niet aan deze ziekte lijdt een negatieve uitslag geeft. Dit lijkt een goede test en zonder daar veel over na te denken laat je deze test uitvoeren. We zullen echter zien dat hoe vaak een ziekte voorkomt een grote invloed heeft op de betrouwbaarheid van een test.
Dat statistiek ook een hoop teweegbrengt bleek bij de zaak van verpleegkundige Lucia de Berk. Ze werd op 18 juni 2004 door het Haagse Hof veroordeeld tot levenslang en TBS voor 7 moorden en 3 pogingen tot moord. Volgens collega’s was ze opvallend veel aanwezig geweest tijdens de sterfgevallen. Volgens een berekening was de kans dat ze per toeval aanwezig was 1 op 342 miljoen. Het overlijden van de patiënten kon dus niet op toeval berusten. Op die berekening is ze uiteindelijk ook veroordeeld.
Een groepje jongens zit in een café en ziet daar een groep vrouwen staan. In de groep vrouwen, is er één uitzonderlijk aantrekkelijke vrouw. Wat is nu de beste tactiek voor de jongens om die vrouw voor zich te winnen? Het ligt niet voor de hand maar dit probleem kun je aanpakken met wiskunde. Het gaat er in de wiskunde allereerst om dat je een probleem goed definieert. Bij dit probleem hebben we verschillende aannames.
Je hebt een quiz gewonnen en krijgt drie deuren te zien. Achter één ervan staat een dure auto, achter de twee anderen staat een geit. Je kiest een deur uit zonder de deur al open te maken. Dan maakt de quizmaster één van de andere twee deuren open (hij weet waar de auto staat). Er blijkt inderdaad een geit achter deze deur te staan. Hij vraagt je vervolgens: "Wil je nog van deur veranderen?". Is dat een goede tactiek of niet? Of maakt het allemaal niets uit?
In de weken voor Koninginnedag is iedereen bezig of het wel goed weer zal zijn. Moet je al je rommel van zolder halen om te verkopen of gaat het regenen? Voorspellen van het weer, aardbevingen, het verloop van epidemieën of bevolkingsgroei, is het werk van wiskundigen. Met modellen beschrijven zij processen. Bij deze modellen is het onvermijdelijk dat je een aantal factoren die van invloed zijn op een gebeurtenis constant houdt. Daardoor berusten voorspellende modellen op kansrekening.
‘Wiskunde is een zuivere wetenschap: wat geschreven staat, is waar.’ Is dat ook zo? We moeten niet vergeten dat wiskunde het werk is van mensen en dat daardoor deze uitspraak zeker niet altijd geldt. Het is belangrijk kritisch te zijn op cijfers, percentages en modellen die je tegenkomt in bijvoorbeeld de krant, boeken en wetenschappelijke literatuur.
Wiskunde is een vak dat voortbouwt op het voorgaande. Je kunt misschien één trede van de wiskundige ladder overslaan maar meer ook niet. Dit is het uitgangspunt van de ontwikkeling van een nieuwe lesmethode door de Amerikaanse wiskundeleraar John Mighton. Bij deze methode leren kinderen stapsgewijs en met behulp van contexten. Het blijkt dat kinderen hierdoor meer plezier hebben in het maken van wiskundeopgaven.
‘Oh, je bent goed in wiskunde, dan kun je vast ook heel goed rekenen’. Dit is een van de standaardreacties op mijn antwoord dat ik wiskunde heb gestudeerd. Dit is geen gekke reactie overigens. Op de basisschool krijg je het vak rekenen en dit zet zich voort als wiskunde op de middelbare school. Daar ben je voornamelijk bezig met rekenen en kunstjes met formules uitvoeren. Het is dan ook moeilijk uit te leggen aan iemand dat de wiskunde op de middelbare school eigenlijk weinig te maken heeft met de studie wiskunde op de universiteit. De wiskunde die we op de middelbare school leren zijn vooral cijfermatige toepassingen gegoten in ongrijpbare formules.
De Amerikaanse wiskundige professor John Milnor wint dit jaar de Abelprijs. Deze belangrijke prijs in de wiskunde is tien jaar geleden bedacht omdat er geen Nobelprijs voor de wiskunde bestaat. De tachtigjarige Milnor wint 750 duizend euro voor zijn ontdekkingen.
Hoogleraar wiskunde Benoît Mandelbrot (Yale University) ontdekker van de Fractal, overleed vorige week. Hij breidde de moderne wiskunde uit met een heel nieuw vakgebied: de fractale geometrie. Een fractaal is een (grillig) patroon dat tevoorschijn komt op elke schaal.
Prof. dr. Acheson (Jesus College, Oxford) sprak gisteren voor een gemengd publiek van internationale bezoekers van het Nederlands Mathematisch Congres in Utrecht, docenten van de Universiteit Utrecht, studenten en andere geïnteresseerden over