Een onderdompeling in het leven van een ander om zo meer van je eigen leven te begrijpen: dat is wat een goede biografie belooft. Andere biografieën brengen via een historisch figuur een heel tijdperk tot leven. In beide gevallen zegt de beschrijving van één persoon iets over de mens in het algemeen.
De biografie is begonnen als wetenschappelijk genre, maar heeft een enorme opmars gemaakt buiten de universiteit. Niet alleen belangrijke en historische figuren als Renate Rubinstein en prins Bernhard krijgen hun biografie, ook de ‘gewone man’ staat in de belangstelling, net als de familiegeschiedenis.
Waarom lezen we zo graag tot in detail over het leven van een ander? En hoe is het om jarenlang onderzoek te doen in persoonlijke archieven? Literaire biografieën draaien soms om mythevorming en schandaal: het verhaal gaat een eigen leven leiden. Vaker is er sprake van ontmythologisering: een grote figuur als Napoleon wordt van zijn voetstuk gestoten door hem al te menselijk voor te stellen.
Wetenschappelijke biografieën moeten vlot geschreven zijn, zonder te bezwijken aan een overvloed aan historisch bewijs. Maar hoe zit het met dat bewijs? Biografen van historische personen missen hun primaire bron. Dagboeken en getuigenissen worden soms geschreven met het oog op de toekomstige lezer. Hoe ontrafel je schijn en werkelijkheid? De opkomst van de nieuwe media maakt dit nog lastiger. Ook bij nog levende personen ontstaan moeilijkheden: hoe verhoudt de biograaf zich tot zijn onderwerp? Kun je wel objectief over een ander mens schrijven? En vraagt de lezer daar wel om?
Dit programma kwam tot stand i.s.m. Stichting Literaire Activiteiten Utrecht (SLAU).
Van de reeks werd onderstaand filmpje gemaakt. Je kunt ook de uitgeschreven tekst lezen. Over alle lezingen verschenen blogberichten, die zijn gebundeld in de publicatie De biografie (pdf).
De biografie is van een wetenschappelijk genre beoefend aan de universiteit uitgegroeid tot publiekslieveling. Wat betekent dat voor de eisen die aan een biografie gesteld worden? Volgens prof. Hans Renders moet een wetenschappelijke biografie even goed geschreven zijn als een literaire roman. Hoe kenmerkt zich dan een wetenschappelijk verantwoorde biografie? Hoe zit het met zaken als objectiviteit en de betrokkenheid bij het onderwerp? Deze vragen komen ook naar voren in het werk van Onno Blom. Blom leerde als biograaf van Jan Wolkers zijn onderwerp goed kennen. Hoe houd je de benodigde afstand als er een vriendschappelijke relatie tussen biograaf en gebiografeerde ontstaat? Of is die afstand hoe dan ook een illusie?
Dr. Jolande Withuis schreef een biografie van verzetsheld Pim Boellaard, bekroond met de Erik Hazelhoff Biografieprijs 2010. Hoe gaat zo'n jarenlang project in z'n werk? Het schrijven over een vaderlandse held, maakt dat een eigen interpretatie van het beschreven leven niet lastig? Biografen zitten jarenlang 'verstopt' in archieven, snuffelen in dagboeken en sporen getuigen op, soms de laatste die nog leven, in andere gevallen getuigen die alleen bestaan op papier. Annejet van der Zijl schreef biografieën van Annie M.G. Schmidt en recentelijk van Prins Bernhard. Personen waar een publieke beeldvorming van bestaat. Biografie en beeldvorming kunnen elkaar wederzijds beïnvloeden - eenmaal uit het archief naar boven gekomen, gaat de biografie een leven leiden in de publieke sfeer.
Waarom lezen mensen graag biografieën? Wat levert het op om je te verdiepen in het leven van een ander? Aan de ene kant kan een biografie een visie geven op het werk van een schrijver, kunstenaar of historisch figuur. Maar de biografie leert ook iets over je eigen leven. Hans Goedkoop, biograaf en literatuurbeschouwer, stelt dat de biografie een perspectief toevoegt aan het leven, en antwoord geeft op de vraag hoe we betekenis geven aan het leven. Prof. Joachim Duyndam benadert het levensverhaal vanuit de humanistiek. Welke functie kan een biografie, of meer algemeen levensverhalen, vervullen in de zoektocht naar identiteit en het vormgeven van je eigen leven?
In de laatste lezing komen twee internationale grootheden aan bod: Fernando Pessoa en Federico Garcia Lorca. Schrijvers die sinds hun dood bijna mythische proporties hebben aangenomen. Michaël Stoker doet onderzoek naar Pessoa, die in thuisland Portugal zo'n status heeft dat hij bijna uit het wetenschappelijke veld verdwenen is. Wat kun je schrijven over een nationale mythe? En hoe ga je om met de talloze heteroniemen, oftewel verschillende persona's, die Pessoa voor zichzelf schiep? De mythevorming rond Lorca heeft verregaande consequenties gehad: een juridische strijd leidde tot het openen van het massagraf waarin zijn stoffelijke resten zouden liggen. Het graf was leeg.
Peter Valkenet vertelt over de fascinatie voor dit soort verhalen. Hoe is biografie verweven met cultuurgeschiedenis en actualiteit?