Nieuws

3 maart 2016

Er bestaan geen normale mensen

De sociale norm is belangrijk bij de vorming van onze identiteit. Als we de mens zien als een 'dashboard', kunnen we het dichotome onderscheid tussen 'normaal' en 'abnormaal' afbreken .

Ben je slecht in borrelpraat? Kun je niet tegen het geluid van iemand die een appel eet? Sommige rare trekjes zijn ‘typisch jou’. Eigenzinnige eigenschappen zijn onderdeel van ons ‘ik’, maar té eigenzinnig en je valt buiten de groep. Té eigenzinnig en je bent abnormaal. Té eigenzinnig en misschien heb je wel een stoornis. In de vierde lezing van de reeks ‘Identiteit onbekend’ legt filosoof prof. dr. Ingrid Robeyns uit dat we als samenleving hebben bepaald wat normaal en abnormaal gedrag is. Maar die begrippen zijn subjectief en veel te ingekaderd. Ze pleit dan ook voor een ander mensbeeld.

Autisme

Om het spanningsveld tussen normaal en abnormaal te illustreren gebruikt Robeyns de casus van autisme. Autisme laat zich niet makkelijk omschrijven. Het is een eigenlijk een verzamelnaam, in plaats van één stoornis. Volgens de ‘bijbel’ van de psychiatrie, de DSM-V, zijn de kenmerken: aanhoudende tekortkomingen in sociale interactie in verschillende contexten. En bepaalde gedragspatronen en typeringen die heel veel herhaald worden. Mensen met autisme hebben moeite met sociale omgangsvormen: ze lijken in gesprekken niet te luisteren, soms komen ze te dichtbij, ze kijken te veel in iemands ogen of juist niet. Het is belangrijk om te beseffen dat veel van de kenmerken gebaseerd zijn op wat wij als samenleving hebben gedefinieerd als normaal. Omdat autisme eigenlijk een breed spectrum aan kenmerken behelst, zijn er grote verschillen tussen individuen met deze stoornis. In de woorden van Robeyns: “Als je één autist hebt ontmoet, heb je één autist ontmoet.” Er zijn laagfunctionerende autisten, die kunnen amper communiceren en hebben hulp nodig om het te redden in dit leven. Maar er zijn ook hoogfunctionerende autisten, zij zullen wel ‘onaangepast’ gedrag vertonen, maar werken bijvoorbeeld op de universiteit of bij de gemeente. Welke drempels autisten ervaren verschilt, en ligt aan de omgeving. 

Fel licht is voor veel mensen met autisme pijnlijk, maar ook 'gewone' mensen zullen dit beeld niet prettig vinden

Sociale normen en gemiddelden

Ons menselijk brein heeft de categorieën ‘normaal’ en ‘abnormaal’ nodig om grip te krijgen op de wereld en snel beslissingen te kunnen nemen. Maar het is belangrijk om te beseffen dat deze hokjes geconstrueerd zijn. Wanneer vinden we gedrag abnormaal? Dat hangt af van de definitie van normaal. Die maken we ten eerste op basis van statistische gemiddelden. Autisten beslaan hooguit 1% van de bevolking. Met hun overgevoeligheid voor bepaalde sensorische prikkels, bijvoorbeeld het licht van TL-buizen, zijn zij outliers

Daarnaast zijn sociale normen, de weefsels van samenleving, leidend. Ze scheppen verwachtingen over hoe we met elkaar om gaan. Als Robeyns tijdens haar lezing een joggingsbroek draagt, zouden we dat ongepast vinden: ze heeft de norm overschreden. Maar iemand met autisme snapt dat niet. Ouders van autistische kinderen die zich ‘misdragen’ krijgen vaak afkeurende blikken, maar kunnen rekenen op begrip zodra omstanders weten dat er sprake is van een stoornis.

Sociale normen en statistische gemiddelden hebben een functie in de samenleving. Gemiddelden zijn handig om de publieke ruimte vorm te geven, sociale normen zorgen ervoor dat een vreemde niet in je persoonlijke ruimte komt. Zoals eerder gezegd, hebben we door sociale normen verwachtingen over hoe mensen zich gedragen. Ook mensen die geen diagnose hebben (en die die niet zouden moeten krijgen), voldoen vaak net niet aan de verwachtingen. Er bestaan ook genoeg ‘gewone’ mensen die niet van smalltalk houden, die het geluid van iemand die een appel eet of TL-licht onprettig vinden. Iedereen heeft wel van dat soort 'abnormale' gedragingen of gevoelens. 

Dashboard

De strikte tweedeling tussen normaal en abnormaal doet volgens Robeyns iedereen tekort: autisten, maar ook de mensen die zogenaamd ‘normaal’ zijn. Niet iedereen kan altijd aan alle verwachtingen voldoen. Het beeld van een normaal iemand is iemand die volledig controle over alles heeft. En daar komt ontzettend veel verantwoordelijkheid bij kijken. Robeyns pleit dan ook voor een alternatief mensbeeld: de mens als dashboard. Daarop zitten knopjes, die staan voor karaktereigenschappen, overtuigingen, gaven, eigenaardigheden en gedrag. Kortom: je identiteit. Denk aan gevoel voor humor; hoe je omgaat met prikkels, of je social skills. Voor ieder van ons zijn die knopjes relevant. Met deze metafoor krijg je een continuum van menselijk gedrag en als we daarvan uitgaan, zien we dat niemand echt volledig normaal is. En dat is maar goed ook, want anders zou de wereld heel erg saai zijn.

Kijk 'Gewoon abnormaal' terug.

Laura Mol, MSc (programmamaker)
Copyright Studium Generale
Doorplaatsen uitsluitend met toestemming en onder vermelding van link en auteur.

Opname

Delen