Nieuws

1 maart 2017

Geld alleen maakt niet gelukkig

In Nederland kennen we nu de grootste economische groei in negen jaar. Maar wat zeggen deze cijfers over ons welzijn en dat van de aarde?

Vier jaar geleden deed president Rutte een beroep op de Nederlandse burger: “Laten we stoppen met somberen (…) Koop die auto!” Het lijkt alsof we goed hebben geluisterd. De Nederlandse economie is anno 2017 in volle bloei. Het Bruto Binnenlands Product steeg in 2016 met 2.1%. De consument heeft er weer vertrouwen in. Maar betekent dit dat we ook beter af zijn? Gaat het beter met Nederland afgezien van de economie? Het gezegde is ‘geld maakt niet gelukkig’, maar in de politiek zijn de centen toch vaak leidend.

Economisch historicus prof. Jan Luiten van Zanden wil hier verandering in brengen. Hij wil voorbij het BBP als maat der dingen. Criminaliteit, ongelijkheid, onderwijs en milieu zijn relevant. Niet alleen voor onze welvaart, maar zeker voor ons welzijn.

Het BBP als heilsboodschap

De focus op economie komt niet uit het niets. Die vindt zijn wortels in de jaren ’30 toen er een grote vraag ontstond naar een uniform systeem dat ‘integraal’ de economie per land meet: het BBP. Het meet de productie in een samenleving. Dat cijfer bepaalt de mate van economische groei.Het BBP is een relatief eenvoudige maatstaf, maar juist daardoor werkte het goed in het interbellum. In de jaren ’30 was er een ‘simpele’ economie waarin het ging om staal, steenkool en brood op de plank , legt Van Zanden uit. De economische waarde hiervan is makkelijk vast te stellen. Het BBP is daardoor een goed meetinstrument, geschikt voor de industriële samenleving van die tijd. Dit in contrast met de economie eind twintigste eeuw. In deze tijd speelt dienstverlening een grote rol. EN het is een stuk moeilijker om de waarde van een consult te bepalen dan van een brood. Zeker op internationaal niveau.  

Het BBP is dus een meetinstrument “uit de tijd van de T-Ford” maar wordt nog steeds toegepast. Volgens Van Zanden hebben we een nieuw meetinstrument nodig dat meer toegesneden is op de postindustriële samenleving. Het BBP is volgens Van Zanden bovendien achterhaald, omdat het het inkomen van de rijken zwaarder weegt dan dat van de armen. Dus als het BBP stijgt, wil dat niet zeggen dat de armen in een samenleving daarvan profiteren. Daarnaast houdt het BBP geen rekening met negatieve ‘externe effecten’: de lange termijn effecten op natuur en milieu worden bijvoorbeeld niet meegenomen. Iets wat we vandaag de dag niet meer mogen negeren. Tot slot stelt Van Zanden dat materiële welvaart meer dimensies kent dan het kunnen kopen van een auto. Denk hierbij aan onderwijs, veiligheid, kwaliteit van sociaal kapitaal, werk en de natuur. Welvaart meten aan de hand van het BBP is ontoereikend. Maar is er een alternatief?

Een integrale maatstaf voor welbevinden

Van Zanden denkt van wel. Hij constateert: “Het gaat goed met de economie, maar met ons welbevinden gebeurt niet zoveel.” Daarom pleit hij voor een bredere welzijnsindex. Deze brede kijk bestaat uit 23 parameters ondergebracht in één index, waaronder de kwaliteit van de democratie, de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, het onderwijs, de biodiversiteit en de uitstoot van fijnstof. Deze welzijnsindex laat zien dat de economische welvaart zich sinds eind 19e eeuw onafhankelijk van welzijn ontwikkelt. Welbevinden kan dus groeien, zonder dat de economie groeit. Een bewijs dat geld niet gelukkig maakt. Een land kan rijker worden, terwijl het welzijn in dat land daalt. Tegelijkertijd kan de welvaart dalen terwijl er minder vervuiling is, de ongelijkheid daalt en de criminaliteit afneemt. 

Acceptatie

Toch wordt de welzijnsindex nog niet op grote schaal gebruikt. Volgens Van Zanden komt dit doordat er nog geen algemeen geaccepteerde internationale standaard is. Er is nog geen consensus over welke parameters we moeten hanteren en welk gewicht ze moeten krijgen. Is criminaliteit belangrijker dan milieu? En hoe definiëren we gelijkheid? Ook zijn er institutionele obstakels. In Nederland zijn het CBS, CBP, PBL en het SCP nog niet overstag om samen één index te ontwikkelen omdat elke instelling een eigen niche en strategie kent, die ze niet zomaar willen opgeven. Tot slot kampt de bredere welzijnsindex met een praktisch probleem: het verzamelen van data voor 23 indicatoren kost veel tijd. Daarom is het moeilijk om iets te zeggen over ons welzijn van dit jaar of het aankomende jaar. De index loopt nu nog een beetje achter de feiten aan, waardoor ze in haar potentieel wordt belemmerd.

Duurzaamheid

Alleen maar streven naar de groei van het BBP staat volgens Van Zanden op gespannen voet met duurzaamheid. Door duurzaamheidsfactoren als biodiversiteit mee te laten wegen in de bredere index, krijgen ze meer gewicht. Hij stelt dat dit geen absolute maatstaf is. Als de kwaliteit van algemeen welbevinden omhoog gaat betekent het niet dat de kwaliteit van het milieu vanzelf stijgt. Wel stelt Van Zanden dat we ‘steeds slimmer’ worden. Dat wil zeggen: er is steeds meer technologische vooruitgang, wat ons volgens hem in staat een hoger niveau van welzijn te bereiken. Zo kunnen we de situatie voor volgende generaties verbeteren. We moeten dus niet alleen kijken of mensen die auto kunnen kopen, maar ook naar ongelijkheid, de uitstoot van fijnstof en onderwijs om zo de kwaliteit van leven op bredere schaal in kaart te brengen.

Merle Kooijman (student-assistent)
Copyright Studium Generale
Doorplaatsen uitsluitend met toestemming en onder vermelding van link en auteur.

Delen