Nieuws

16 maart 2017

Hoe multinationals de landbouw kaapten

Het manipuleren van zaadjes is ‘big business.’ Volgens prof. Michel Haring bepalen grote bedrijven zo wat we eten. Hoe heeft het zover kunnen komen en wat zijn de gevolgen voor het milieu?

Ooit was het produceren van voedsel vrij ongecompliceerd. De boer oogstte een stukje graan en zaaide dit het volgende jaar weer uit. Hij was de spil in het systeem. Van dit romantische beeld is niet zoveel meer over. Na WOII kwam de roep om grootschalige en slimme landbouw en zo onstond de zogenaamde 'Groene revolutie’. Het werd lucratief om zaad te produceren en te verkopen. Er ontstond een nieuw beroep: ‘zaadveredelaar.’  Maar hoe ‘groen’ was die revolutie en wat heeft het teweeggebracht? Prof. Michel Haring (Plantenfysiologie, UvA) vertelt in de serie Bij de wortel hoe plantveredeling onderdeel werd van een economische machtsstrijd en wat de gevolgen hiervan zijn voor het milieu.

Opportunistische vernieuwing

De Groene revolutie begon vrij onschuldig. De landbouw werd gecultiveerd en gedomesticeerd. Verschillende soorten werden gekruist, waardoor voorheen oneetbare soorten zoals de wilde kool, transformeerden in bloemkool, broccoli en spuitjes. Dit was een traag proces dat vele jaren in beslag nam. Nu hebben we haast. We willen we elk jaar wat nieuws. Die innovatie kost geld, dus willen zaadveredelaars daarvoor beloond worden. Hierdoor ontstond het kwekersrecht: een alleenrecht op het verhandelen van zaad. Maar zodra het zaad op de markt was gebracht, kon iedereen daaraan knutselen. Zo werd de innovatie gestimuleerd.

Vervolgens werd de volgende game-changer ontwikkeld: door gentechnologie konden we voortaan voorspellen welke kruising nodig is om een bepaald gewas te kweken. Zo kwam het ‘kwekersrecht 2.0’ tot stand: het patenteren van een gen. De volgende stap in het patenteerproces is de meest drastische: het patenteren van complete planten, zoals broccoli met een lange stengel. Deze manier van patenteren drukt zwaar op de innovatie en wordt daarom momenteel tegen het juridische licht gehouden. Het ontwikkelen van zaadjes die de perfecte plant bezorgen is goud geld waard, maar is tegelijkertijd zeer kostbaar. En daar wringt er iets. Het speelveld is drastisch veranderd. Waar eerst talloze bedrijven zich bezighielden met plantenveredeling, is de markt tegenwoordig in handen van tien grote spelers, waaronder Monsanto. Een bedrijf met een slechte reputatie (zoals in dit stuk in Vanity Fair staat beschreven). Wat zijn de gevolgen van die monopolievorming? 

Vernietigende gevolgen voor het milieu

De impact van de Groene revolutie op het milieu is groot. De monopolie op de zaadveredeling heeft geleid tot een monocultuur. Met behulp van kunstmest en ‘gore chemie’ is het nu mogelijk om overal ter wereld soja te laten groeien, als je maar genoeg bestrijdingsmiddel spuit en bos wegkapt. De bodem raakt zo volledig uitgeput en de biodiversiteit neemt af. Het massale verbouwen van soja in bijvoorbeeld het Amazonegebied komt onder andere door de grote vraag uit Europa. Wij voeren graag soja aan onze kippen voor een zacht prijsje. Dit is niet vreemd, gezien het feit dat 69% van de bruikbare grond tegenwoordig wordt ingezet voor de productie van melk, vlees en eieren. Daarnaast leidt het gebruik van deze bestrijdingsmiddelen tot een vicieuze cirkel: hoe meer je gebruikt, hoe meer je je planten daarop selecteert. Hierdoor ontstaat ‘superonkruid’ met ongekende krachten, waardoor meer milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen geen kans meer hebben.

Je kan als consument met je gedrag een steen aan het rollen brengen.

Alternatieven

Volgens Haring kunnen we hightech technologie ook inzetten om de manier waarop we nu landbouw bedrijven te veranderen. Satellieten die zien hoeveel water het veld nodig heeft, kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om intensieve monoculturen aan de kaak te stellen. Een andere optie is agro-ecologie. Hierbij wordt gekeken naar systemen die gesloten zijn op een biologische manier. Het gaat onder andere om het minder eten van vlees, lokaal organiseren en het stoppen met het winnen van biobrandstoffen uit planten.

Maar dit soort ontwikkelingen voer je niet zo makkelijk door. Haring wijst erop dat we vastzitten in een systeem. Er zijn multiple lock-ins, zoals de huidige concentratie van de macht. Multinationals zijn gebaat bij landbouw zoals die nu is. Daarnaast wijst Haring op ‘fake science’ als lock-in. Door wetenschappers weg te zetten als mensen die flauwekul verkopen stagneert duurzame verandering. Echte verandering kan volgens Haring bij jezelf beginnen door bottom-up het systeem tegen te gaan: minder vlees eten, biologisch voedsel kopen en niet alles wat een wetenschapper zegt als een broodje-aapverhaal bestempelen.Je kan als consument met je gedrag een steen aan het rollen brengen.” Dat is niet veel, maar misschien het enige wat je kan doen.

Merle Kooijman (student-assistent)
Copyright Studium Generale
Doorplaatsen uitsluitend met toestemming en onder vermelding van link en auteur.

Opname

Delen