Nieuws

8 maart 2018

We moeten vaker over 'ras' praten

Het voelt ongemakkelijk, maar juist daarom moeten we over ras praten. Dat ras niet bestaat is namelijk onzin. Maar wat is het precies? En hoe moeten we ons ertoe verhouden?

Praten over ras doen we niet graag. Als de term ‘ras’ valt, denken we aan racisme, slavernij of de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Om die reden gaan we het begrip liever uit de weg: praten over ras verhardt een discussie en voelt ongemakkelijk. Antropoloog prof. dr. Amade M’charek (UvA) wil juist stilstaan bij dat ongemak en vindt het belangrijk om de discussie aan te gaan. Daarbij schuwt ze de controverse niet. “Mijn doel is niet om neutraal over te komen. Ik zoek juist die frictie, om debat uit te lokken.”

Het is onmogelijk om 'ras' te definiëren

Maar het gesprek aangaan over ras is niet eenvoudig. “Het is problematisch als het begrip ‘ras’ zomaar gebruikt wordt,” geeft M’charek aan. Door het over ras te hebben, lijkt het alsof ras een hard feit is. Een objectieve categorie die je helpt mensen in groepen te verdelen. Maar dat is het niet. Volgens M’charek is het niet mogelijk om ‘ras’ te definiëren. Het is een vloeibaar begrip: het verschijnt in vele gedaanten, en betekent in de ene context iets heel anders dan in de andere. In de Verenigde Staten wordt ‘ras’ bijvoorbeeld meestal geïdentificeerd met huidskleur. Maar in Nederland kan ‘ras’ ook op afkomst duiden, zoals in de rechtszaak tegen Geert Wilders waar de rechtbank oordeelde dat Wilders met de term “Marokkanen” een ras aanduidde. En ook culturele kenmerken, zoals taal of religie, kunnen een raciale dimensie krijgen. Het zijn dimensies aan de hand waarvan mensen in ogenschijnlijke homogene groepen kunnen worden ingedeeld. Een groep waartegen je andere groepen kunt afzetten. Moslims. Arabieren. Oostblokkers. Kortom, allerlei verschillen tussen mensen kunnen ‘raciaal’ van aard worden.

‘Ras’ als biologisch gegeven

Maar laat ‘ras’ zich dan niet definiëren aan de hand van zichtbare biologische verschillen tussen groepen mensen? In de 19e eeuw hield de antropologie – tegenwoordig tot haar eigen schaamte – zich hiermee bezig. Van miljoenen mensen werden de lichaamsbouw, schedelbouw en huidskleur vastgesteld en op basis van die gegevens werden mensen verdeeld in rassen. Maar nadat dit soort indelingen de basis vormden van de eugenetica keerden wetenschappers deze aanpak de rug toe. Na de Tweede Wereldoorlog publiceerde UNESCO daarbovenop een statement waarin ras als mythe werd bestempeld. In de wetenschap was voor ras geen plaats meer.

Een overzichtsplaat van verschillende menselijke rassen (begin 20e eeuw). We zien dit nu als (wetenschappelijk) racisme.

Desalniettemin zorgde de opkomst van de genetica eind vorige eeuw voor hernieuwde interesse in de biologische verschillen tussen mensen. Met de komst van nieuwe technologie konden bouwstenen van de mens onder de loep worden gelegd. Die kans liet men niet liggen. Het Human Genome Project ontcijferde het menselijke DNA. Het resultaat: alle mensen komen genetisch 99,9% overeen. De genetica ondersteunden daarmee het beeld dat ras als natuurlijk, biologisch gegeven niet bestaat.

'Ras' in de praktijk

Toch is het concept ‘ras’ geen fabeltje. “Onze geschiedenis is doordrongen van ras, en het is belangrijk om dat te onderkennen,” zegt M’charek. Omdat ‘ras’ een ongrijpbaar begrip is, zonder eenduidige definitie, richt M’charek zich in haar onderzoek op de praktijk. Hoe komt ‘ras’ daar tot uiting en hoe krijgt het betekenis?

"We moeten goed voor het begrip 'ras' zorgen"

Een voorbeeld daarvan is de forensische wetenschap. Daar kan op basis van DNA-materiaal inmiddels een beeld van een verdachte worden opgesteld. Zo zijn bijvoorbeeld geslacht, oogkleur en waarschijnlijke geografische afkomst uit iemands DNA af te lezen. Daarmee leidt DNA niet tot een individuele verdachte, maar tot een verdachte populatie. Zo bleek de moordenaar van Marianne Vaatstra waarschijnlijk een West-Europese achtergrond te hebben. Het beeld van de dader werd al snel “een witte Nederlander”. En zo komt de raciale dimensie toch weer om de hoek kijken. Technieken waarmee uiterlijke kenmerken en waarschijnlijke geografische afkomst van een verdachte worden bepaald hebben dus een racistisch potentieel. Dat wil niet zeggen dat we zulke technologie niet moeten inzetten, maar wel dat we er zorgvuldig mee om moeten gaan.

Dat is M’chareks belangrijkste boodschap: we moeten ras niet uit de weg gaan of doodzwijgen, maar er juist aandacht aan schenken. Zo zorgen we ervoor dat we niet te rigide worden in ons denken over verschillen tussen bevolkingsgroepen.  “We moeten goed voor het begrip ‘ras’ zorgen. Zo voorkomen we dat het ons plots weer bij de nek grijpt.”

Klik hier om M'chareks lezing "Ras: tussen feit en fictie" terug te kijken. Bekijk ook de andere lezingen in de serie "Zwarte zwanen".

Merlijn Staps (stagiair)
Copyright Studium Generale
Doorplaatsen uitsluitend met toestemming en onder vermelding van link en auteur.

Opname

Gerelateerde blogs

Van de VOC tot de WIC: verhalen uit de koloniën duiken keer op keer op uit onze collectieve dode hoek om ons te verrassen en confronteren. Hoe is dit te verklaren?
Wanneer ben je als onderzoeker (te) politiek correct? En waarom wordt er vanuit de wetenschap eigenlijk vaak met een schuin oog naar gekeken?
400 jaar kolonialisme heeft sporen nagelaten in onze huidige samenleving. Toch blijven veel Nederlanders ontkennen. Hoe komen we verder?

Delen