Altijd crisis – wanneer is iets (g)een crisis?

Ruben Ros

Van klimaat tot polarisatie: het lijkt alsof alles tegenwoordig crisis heet. Maar wanneer wordt een gebeurtenis dat eigenlijk? Historicus Ruben Ros (Universiteit Utrecht) verkent hoe crisis niet alleen ontstaat door wat er gebeurt, maar ook door de betekenis en taal die we er als samenleving aan geven.

In deze longread laat hij zien hoe kranten betekenis geven aan belangrijke gebeurtenissen. Hoe worden een crises en rampen onder woorden gebracht? En hoe maken die woorden een crisis?

Overstromingen, aanslagen, rellen, rampen: we zijn nauwelijks van de ene crisis bekomen of de volgende dient zich al aan. We komen krantenkoppen te kort om de ellende te beschrijven. Bovendien doen opwarmende ijskappen en afkoelende diplomatie vermoeden dat het einde van de "polycrisis" nog niet in zicht is. Is de staat van de wereld echt in een nieuwe alarmfase gekomen? Of is vooral de manier waarop we naar problemen kijken vooral veranderd? Wat ervoeren mensen vroeger tijdens een crisis? En wanneer noemden ze iets een crisis? Ik duik graag met je de geschiedenis in: om crises beter te begrijpen én om ons weerbaarder te maken tegen toekomstige rampen.

De crisiswetenschap staat bol van de pogingen om "crisis" te definiëren. Vaak lijkt materiële schade een logische graadmeter. Onheil dat veel geld kost of slachtoffers veroorzaakt zien we snel als crisis. Toch loopt zo'n perspectief al snel spaak. Jaarlijks veroorzaken verkeersongelukken duizenden doden, zonder dat een verkeerscrisis de politieke agenda bepaalt. En de meest schadelijke crisis van onze tijd, de klimaatcrisis, lijkt regelmatig overschaduwd te worden door alledaagse drama's. Of iets wel of niet een crisis is, kan dus niet alleen bepaald worden op basis van slachtoffers en schade. Maar wat is een crisis dan wel?

Het vervelende antwoord is: dat ligt eraan wie je het vraagt. Voor wie maandelijks duizenden euro's aftikt voor een schoenendoos in Almere-Buiten is er een woningcrisis. Voor wie niet genoeg flessen Spa in de kelder heeft staan, betekent een besmetting in de waterleiding een crisis. En voor wie van een bijstandsuitkering moet leven is het misschien altijd wel crisis.

Er zijn tal van desastreuze gebeurtenissen die nooit tot crisis worden bestempeld, en er zijn tal van stempels die nooit wortelen in een desastreuze gebeurtenis.

Mentale weerbaarheid is gebaat bij een beter begrip van crisis. En juist de geesteswetenschappen kunnen daarbij helpen. Historici, antropologen en sociologen zien crisis namelijk niet als een gegeven. Eerder is crisis voor hen (en mij) iets subjectiefs. Crisis, aldus antropoloog Janet Roitman (RMIT University, Australië), is een "observatie die om betekenis vraagt". Een crisis is dus geen gebeurtenis, maar een frame of een label. Dat betekent niet dat overstromingen en oorlogen er niet toe doen, maar dat zij zonder een proces van betekenisgeving geen crisis kunnen worden. Er zijn tal van desastreuze gebeurtenissen die nooit tot crisis worden bestempeld, en er zijn tal van stempels die nooit wortelen in een desastreuze gebeurtenis.

Als we ons beter willen wapenen tegen crisis, moeten we begrijpen hoe ze wordt geconstrueerd, beleefd en geïnterpreteerd. In mijn onderzoek kijk ik daarom vanuit historisch perspectief naar de processen van betekenisgeving die op een gebeurtenis volgen. Ergens ontploft of overstroomt iets, maar of zo'n gebeurtenis een crisis wordt, hangt af van tijd- en plaatsgebonden ideeën en belangen. Ik probeer te reconstrueren hoe die samen een crisis vormgeven. En daarvoor werk ik met 5 vragen:

1. Welke naam krijgt een crisis?

Betekenis begint bij de naam die aan de gebeurtenis gegeven wordt. Spreken we van een "drama", "tragedie" of "probleem"? Dit soort woorden lijken triviaal. Toch leggen ze de kiem voor hoe er naar een gebeurtenis gekeken wordt. Drama vraagt immers om kalmte, tragedie om troost en een probleem om een oplossing.

Neem bijvoorbeeld het geweld rondom de wedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv in november 2024. Nadat fans van de Israëlische voetbalclub op de vuist waren gegaan met Amsterdammers (of andersom) ontspon zich een heuse namenstrijd. Op een persconferentie stelde burgemeester Halsema dat "dat dit de herinnering aan pogroms terugbrengt". De naam "pogrom" sloeg aan. De dag erna zou in Amsterdam de Kristallnacht van 1938 herdacht worden. Israëlische politici riepen de Nederlandse overheid op snel in te grijpen. Nederlandse politici en media gingen eveneens de boer op met de naam. Een week later betuigde Halsema spijt: "als ik had geweten dat het op deze manier politiek gebruikt zou worden, ook als propaganda, daar wil ik niets mee te maken hebben".

Namen zijn onlosmakelijk verbonden met bredere symboliek. Wie spreekt van een pogrom mobiliseert een complexe herinnering aan anti-semitisme. Veel gebeurtenissen worden crises omdat ze ingevoegd worden in een symbolisch verhaal. Een overstroming als straf van God, corona als symptoom van ecologische destructie, 9/11 als openingssalvo van de clash of civilizations, de treinkaping bij De Punt als noodkreet van een verdrukte Molukse gemeenschap: crises worden in een narratieve structuur geplaatst. Henri Bontenbal greep de ongeregeldheden in Amsterdam aan om een "integratiecrisis" uit te roepen.

2. Welke grotere betekenis krijgt een incident?

Crisiswetenschappers zien crisis vaak als "een ernstige bedreiging van de basisstructuren of van de fundamentele waarden en normen van een sociaal systeem". Voor de studie naar historische crises betekent dit dat we de vraag moeten stellen welk systeem eigenlijk in crisis is. Welke waarden worden bedreigd in de ogen van historische actoren? Welk systeem staat op het spel? Tot waar reikt de crisis?

In 1933 brak muiterij uit op een marineschip dat zich ophield in Nederlands-Indië. Het schip, de Zeven Provinciën, werd kortstondig overgenomen door Indonesische matrozen die het niet eens waren met een salariskorting. Tienduizend kilometer verderop zorgde dat voor grote consternatie. Nederlandse politici buitelden over elkaar heen om de opstand te veroordelen. Toenmalig premier Colijn pleitte voor de inzet van torpedo's om de muiters te stoppen. Uiteindelijk zou het schip gebombardeerd worden, met 23 doden tot gevolg.

Nederlandse politici namen de gebeurtenissen in hun kolonie hoog op. Vooral de aanvankelijke steun van linkse partijen zorgde voor grote verontwaardiging onder christelijke en liberale politici. Jacques de Kadt en Henk Sneevliet, prominente leden van respectievelijk de sociaaldemocratische en communistische partij, werden veroordeeld tot een gevangenisstraf nadat ze hun steun voor de muiters hadden geuit. Conservatieve SDAP'ers verlieten de partij uit protest tegen de ambivalente houding van voorman Albarda. In de ogen van het Nederlandse bestuur reikte de crisis diep. Zij zagen de muiterij dus als een crisis van het gezag, een crisis van de democratie en een crisis van het koloniale bestel.

Voor conservatieve politici was de muiterij geen incident, maar een symptoom: van ondermijnde autoriteit, van linkse subversie, van een wankelend rijk.

Het voorbeeld van de Zeven Provinciën laat goed zien hoe rekbaar de grenzen van een crisis zijn. Voor conservatieve politici was de muiterij geen incident, maar een symptoom: van ondermijnde autoriteit, van linkse subversie, van een wankelend rijk. Dat mechanisme herkennen we ook vandaag. Een stroomstoring in een ziekenhuis is een technisch probleem totdat ze deel wordt van een verhaal over de kwetsbaarheid van vitale infrastructuur. Een vechtpartij na een voetbalwedstrijd is een incident, tot ze wordt omgedoopt tot pogrom. De vraag over de grotere betekenis van een crisis is dus nooit puur feitelijk. Ze is altijd ook politiek. Want wie de grenzen van een crisis bepaalt, bepaalt ook wat er op het spel staat.

3. Wie zijn de helden en slachtoffers?

Als de crisis uitbreekt, is één van de eerste vragen: is er een schuldige aan te wijzen, en wie is het? Veroorzaakten onzorgvuldige wetenschappers een laboratoriumlek? Waren de autoriteiten niet goed voorbereid? Of was het gewoon domme pech? Hoe (over)donderend het natuurgeweld ook is, in de zoektocht naar oorzaken wordt menselijk handelen altijd betrokken. Zelfs na de Watersnoodramp, veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van natuurlijke omstandigheden, werd de regering verweten de waarschuwingen van het KNMI in de wind te hebben geslagen.

Inzamelingsactie na Watersnoodramp (1953)

De zoektocht naar schuld leidt vaak tot een dramatisering van de gebeurtenis. Hierbij worden de rollen van daders, slachtoffers en helden toebedeeld. Wederom houdt die rolverdeling nauw verband met bestaande ideeën over mensen en groepen.

De Molukse treinkapingen van 1975 en 1977 laten de complexiteit van dramatisering goed zien. Aanvankelijk leek de rolverdeling helder: bewapende radicalen kapen een trein. De Molukse gemeenschap werd verantwoordelijk gehouden voor het geweld, zo getuige de vele racistische incidenten in de jaren zeventig. Toch konden de Molukkers ook op begrip rekenen. Waren zij immers niet verraden door de koloniale hoogmoed van de Nederlandse staat? Het stond, kortom, niet vast wie nu held, slachtoffer en dader was. Tot op de dag van vandaag vormt die vraag de inzet van een felle strijd tussen de Molukse gemeenschap en de Nederlandse staat.

4. Markeert de crisis het einde of een nieuw begin?

In het Westerse denken is crisis niet altijd een moment van desastreus onheil. Een crisis biedt ook kansen om het in de toekomst beter te doen. De Oude Grieken gebruikten het woord "krisis" om te verwijzen naar de beslissende fase in het ziektebeeld. In een crisis werd duidelijk of de patiënt stierf of overleefde. Nog altijd zien we crisis nooit helemaal als einde, maar eerder als drempel naar een mogelijk betere tijd.

Misschien herinner je je nog de fantastische diagnoses en vergezichten die volgden op de eerste coronagevallen. Denkers en dromers buitelden over elkaar heen om de pandemie te verklaren tot een louterende ervaring. Het virus wees ons op wat echt belangrijk was. "Alle dingen die we niet meer doen vanwege het virus, waren de dingen die we niet meer moesten doen", aldus trendvoorspeller Lidewij Edelkoort in april 2020. "Corona kan de planeet redden", zo sprak ze vanuit een hotel in Kaapstad. Gebeurtenissen krijgen dus betekenis als ze onderdeel worden van een breder narratief dat het verleden, het (rampzalige) heden en de toekomst verbindt.

Lege straat in New York City tijdens COVID-19 pandemie (2020). Foto: Anthony Quintano.

5. Wat leren we van een crisis?

Het beeld van crisis als een drempel naar de toekomst roept de vraag op: wat kunnen we van deze crisis leren en hoe veranderen de agenda's, plannen en beleid? De Watersnoodramp zorgde voor de Deltawerken, de kaping bij De Punt voor een nieuw "minderhedenbeleid", de Bijlmerramp voor nieuwe veiligheidsregels en de muiterij op de Zeven Provinciën voor een verbod voor ambtenaren op lidmaatschap van linkse organisaties.

De precieze vertaling van betekenis in beleid hangt uiteraard af van talloze factoren. Wiens narratief wordt dominant en waarom? Welke belangen prevaleren? Bovendien rijst de vraag wat er niet gebeurt na een crisis.

In de afgelopen jaren wordt vaak geklaagd over de inflatie van het woord crisis. Alles is een crisis, maar er verandert niets. Hoe kan dat? Hoe zorgt betekenisgeving voor actie of een gebrek daaraan?

De vijf vragen helpen om te zien hoe mensen en samenlevingen crisis onder woorden brengen. Welke naam blijft plakken, welk systeem er op het spel staat, wie de schuld krijgt, welke toekomst wordt beloofd en wat er uiteindelijk verandert. Wie crisismechanismen herkent, begrijpt beter waarom de ene crisis leidt tot een deltaplan en de andere verdampt in de nieuwsstroom. En waarom twee mensen naar dezelfde gebeurtenis kunnen kijken en er een totaal verschillende crisis in zien.

Studium Generale — 2026

Uh-oh