Stinkie de Beer mist in het noodpakket

Adriaan Duiveman
Lotte Jensen

Hoe worden kinderen weerbaar in een crisis? Adriaan Duiveman (Radboud Universiteit) & Lotte Jensen (Radboud Universiteit) over wat we van kinderen kunnen leren over crisisvoorbereiding.

'Aan mijn schaatsen heb ik dan niet zoveel.' Ze keurde de tien icoontjes voor de koffer. Deze verbeeldden, onder andere, een voetbal, een paar speelkaarten en een gitaar. 'Ik weet het al: ik neem een dagboek mee. Dan kan ik opschrijven wat ik allemaal meemaak. Dat heeft Anne Frank ook geholpen, toch?'

Op zondag 8 maart stonden we achter een kraampje in de Openbare Bibliotheek van Nijmegen om ons onderzoek te presenteren. We waren genomineerd voor de Klokhuis Wetenschapsprijs 2026.

Binnen het onderzoeksconsortium Adapt! doen we onderzoek naar de vraag hoe we ons kunnen voorbereiden op toekomstige crises en wat we kunnen leren uit de geschiedenis. Wij kijken vooral naar watergerelateerde crises, zoals overstromingen, droogtes en zeespiegelstijging. Normaal praten we over rampspoed en veerkracht met medeacademici en waterschappers. In de bibliotheek was ons publiek echter van heel andere orde. Voor ons neus stonden groepjes kinderen, al dan niet met ouders.

Die kinderen moesten aan het einde van de middag bepalen welk van de onderzoeksprojecten een eigen Klokhuisaflevering moest krijgen. Om dat maar gelijk te verklappen: wij hebben de verkiezing niet gewonnen. Toch heeft die middag lang praten met kinderen tussen de 5 en 12 (en hier en daar een verdwaalde pensionado) ons veel inzichten opgeleverd.

Een van de activiteiten die wij voor hen hadden bedacht, was het samenstellen van een noodpakket. We hadden een koffer met daarin al illustratieve conservenblikken, zaklamp en waterflesjes. Alles wat ze nodig hadden om te overleven, zo vertelden we de kinderen, was er al. Maar er was nog één plek in de koffer vrij. De vraag die we ze stelden was simpel: wat wil je meenemen als je een tijdje moet evacueren met je ouders? Welk voorwerp heb je nodig als het spannend wordt? Wat vind je écht belangrijk?

Er kwam van alles langs: Rummikub, hond Toby en een gouden Pardoesbeeldje uit De Efteling waar een jongentje al maanden voor spaarde. De gesprekjes leverden een belangrijk inzicht op: behalve spullen om te overleven hebben we ook iets nodig om de mentale veerkracht te verhogen. Dat kan een boek, muziek, familiefoto's of iets anders zijn. En, een belangrijke les voor de ouders die de noodpakketten samenstellen: denk daarbij ook aan de kinderen, want die hebben duidelijke behoeftes.

We zijn ons ervan bewust dat de kinderen die op een zonnige zondagmiddag naar een bibliotheek komen verre van representatief zijn. Toch vielen ons drie dingen op.

Ten eerste wisten veel kinderen wat een noodpakket was. Ze hadden er al zelfs uitgebreid met hun ouders over gepraat. Vaak wisten ze precies waar de blikken, batterijen en kaarsen lagen. Een meisje sprak haar moeder berispend toe: de waterflesjes misten nog. Als ze er niet over hadden gehoord van hun ouders, begonnen ze over een andere belangrijke bron van weerbaarheidspedagogiek: het Sinterklaasjournaal.

Ten tweede leken kinderen niet erg bang voor een noodsituatie. We hadden het vooral over evacuaties in verband met de dreiging van een watersnood. Daar hebben ze in Gelderland ervaring mee. Dit scenario leek bij de kinderen echter geen grote angst op te roepen. Kinderen konden het gesprek over rampen goed voeren, vooral wanneer het ging om wat ze echt mee wilden nemen. Rampen zijn eng, maar ook fascinerend. Dat ontdekte Lotte al na de publicatie van haar kinderboek De boom die alles zag, maar we merkten het opnieuw aan het kraampje.

Ten derde: er waren duidelijk favoriete objecten. Veel kinderen wilden graag hun knuffel meenemen. Die hoorde echt thuis in hun mentale noodpakket. Onder de pluchen vriendjes zaten Olly de olifant, Apie de aap en Stinkie de Beer.

Oudere kinderen kozen vaker voor een boek. (Misschien niet zo verrassend in een bibliotheek, maar toch.) Zo nam een meisje de hele Harrypotterreeks mee. Een bescheidener jongetje wilde een deel van de Scheetmanreeks in zijn koffer. Een aantal kinderen noemde, interessant genoeg, sprookjes. Grimm en Andersen, zo verwachtten ze, boden soelaas als sprookjesland juist ver hiervandaan was. Één kind wilde een boekje met zelfgeschreven sprookjes mee. Die had ze namelijk bedacht met haar vader.

Veel kinderen kozen zo objecten die, uiteindelijk, ook iets te maken hadden met hun familieband. Boeken moesten voorgelezen worden, knuffels waren dierbare cadeaus, spelletjes en muziek speel je samen. Zo nam een jongentje een Monopolyspel mee, want dat speelt hij altijd met zijn moeder. Een meisje koos voor een familiefotoalbum. Haar ouders stonden achter haar. 'Want dan kan ik daar naar kijken,' legde ze uit, 'en aan papa en mama denken.' Een ontroerend antwoord, waaruit we een duidelijke les kunnen trekken. Stop ook iets in het noodpakket wat de mentale weerbaarheid kan vergroten. Of je nu jong of oud bent.

Studium Generale — 2026

Uh-oh