Namens Marij en Adriaan willen we je bedanken voor het invullen het meedoen aan ons onderzoek! Klik hier om de brieven te zien die de andere deelnemers schreven:
Dankzij jouw bijdrage komen we weer een stapje verder in het onderzoek naar wat mensen willen doorgeven aan volgende generaties. Wil je meer weten over ons onderzoek? Lees hier verder.
In je mentale noodpakket: cultuur en geschiedenis
Crises zijn eng. Zeker als die crises levensbedreigend zijn. Het besef dat je leven zomaar stil kan worden gezet door een onverwachte, dramatische gebeurtenis, dat hakt erin. En crises zijn niet alleen een bedreiging voor ons eigen leven, maar ook voor het voortbestaan van onze gemeenschap. Dubbelop ellende dus. Wat moeten we daar mee?
Om die angst te bedwingen vallen we terug op zogenaamde coping mechanisms – omgangsmanieren. Een van die omgangsmanieren is dat we meer waarde gaan hechten aan het voortbestaan van de groep waar we onderdeel van zijn. Als we zelf niet kunnen voortleven, hopen we dat in ieder geval onze groep blijft bestaan. Dat heet collectieve continuïteit, en laat zich zien doordat we bijvoorbeeld meer waarde gaan hechten aan symbolen als nationale vlaggen of heilige boeken.
In de brieven die mensen schrijven aan hun nazaat zoeken we naar die twee omgangsmanieren die voor een beleving van continuïteit zorgen. En die zo dus mensen helpen om te gaan met gevoelens van angst en verlies als ze in een crisis belanden.
Ten eerste: culturele producten en opvoeringen. Bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie. Toen voerden mensen overal over de wereld religieuze rituelen uit. In Maastricht werd zelfs een pestheilige uit zijn crypte gehaald om te helpen de epidemie te doorstaan. Maar ook niet-religieuze culturele handelingen hielpen mensen in de crisis. Zoals de enorme hoeveelheid "coronapoëzie" die verscheen. Alhoewel die geen toverformules tegen aerosolen bevatte, deed het wel iets anders: de gedichten verwoordden onze gevoelens.
En hoe zat het met zingen? Tijdens de pandemie gingen Milanezen, Napolitanen en Romeinen spontaan samen zingen vanaf hun balkons. Niemand geloofde dat die activiteit de ziekte tegenging. Toch verspreidde het fenomeen zich door heel Italië en zelfs andere Europese landen. In Nederland keken we de YouTubefilmpjes ervan met kippenvel op onze armen. Kortom, we hebben cultuur nodig in tijden van nood. Culturele producten en opvoeringen helpen niet in praktische zin tegen het gevaar, maar ze helpen ons wel om onze emoties te uiten, om contact met elkaar te hebben en om de moed erin te houden.
Dan het tweede coping mechanism: terugkijken in de geschiedenis. Dat helpt namelijk om minder angstig te zijn. Hoe dat zit? Volgens onderzoekers zijn er twee vormen van angst. In het Engels spreken ze van fear enerzijds en anxiety anderzijds. In het Nederlands zijn er niet directe vertalingen van die woorden. Fear is in ieder geval gericht op zichtbare dreiging in de directe omgeving. Daarop kunnen we op drie manieren reageren: vechten (of er iets tegen doen), vluchten of bevriezen. Anxiety verwijst naar dreigingen die niet direct zichtbaar en voelbaar zijn. Het gaat om een dreiging die we verwachten. In dit onderzoek kijken we naar angsten in die laatste categorie: datgene wat we vrezen in de toekomst.
Je zou denken dat als we dat type angst tegen willen gaan, we ons beeld van de toekomst moeten bijstellen. De Amerikaanse psychologen Robyn Fivush en Marshall Duke betogen dat het juist ook goed helpt om te kijken naar je verleden. Of, meer precies: naar het verleden van je familie. Ze deden onderzoek naar hoe kinderen omgingen met de terroristische aanvallen op de Twin Towers op 11 september 2001. Uit hun onderzoek bleek dat kinderen die hun familiegeschiedenis kenden, minder angstig waren. In het 'intergenerationele verhaal' van hun familie zaten ups en downs. Daardoor wisten ze: we hebben voor hetere vuren gestaan.
In dit onderzoek kijken we dus naar die twee omgangsmanieren: cultuur en geschiedenis. We zijn benieuwd of en zo ja hoe mensen hiernaar verwijzen als ze een bericht aan een nazaat sturen die in een angstige situatie verkeert. Willen mensen een stukje cultuur doorgeven? Zo ja, wat voor 'n stukje cultuur? En putten ze uit hun eigen familieverleden? Om dat verleden door te geven aan een nazaat voor wie zij het verleden zijn?
Om je een beetje op weg te helpen met het nadenken over de verhalen die je aan de toekomst mee wil geven, en hoe die door jouw geschiedenis zijn vormgegeven, heb je een zogenaamde 'inleefoefening' gedaan. Dat was het stukje waarin je luisterde naar iemand die je via het verleden naar de toekomst hielp met denken. Dat helpt om de zogenaamde psychologische afstand tot mensen of gebeurtenissen die ver achter of voor ons liggen te verkleinen. Door je zo in die inleefoefening daarin mee te nemen, zijn we benieuwd of dat ook beter is gelukt. Vandaar dat we je vooraf én achteraf vragen hebben gesteld die gaan over hoe je naar de toekomst kijkt, zowel in duur als in nut en noodzaak ervan.
We zijn heel nieuwsgierig.
Vond je het leuk om deel te nemen en daarmee wetenschappers te helpen om crisis responses te begrijpen? Zou je dat vaker willen doen? Schrijf je dan in voor de participantenpool van Adapt! We zullen dan eens in de zoveel tijd contact opnemen met de vraag om deel te nemen aan onderzoeken en om resultaten te delen. Inschrijven kan hier.