De homo economicus: een selffulfilling prophecy

De homo economicus heeft zijn beste tijd wel gehad. Waar dit mensbeeld binnen de economie decennialang overheerste kijken economen inmiddels verder. Desondanks zit het idee van de calculerende, rationele, zelfredzame burger nog altijd diep ingebakken in onze maatschappij. Wat betekent het als dit mensbeeld de boventoon voert in de vorming van politiek beleid?
Leestijd 3 minuten — Di 11 juli 2023

Een man met zijn grijpgrage handen vooruit en met eurotekens in zijn ogen. Een rationeel wezen dat altijd opzoek is naar de verbetering van zijn financiële positie. Dat is hoe ik de homo economicus voor me zie. Maar klopt dit beeld wel? Ik sprak met prof. dr. Rutger Claassen, hoogleraar Politieke Filosofie en Economische Ethiek aan de Universiteit Utrecht, over de status van dit mensbeeld.

“De homo economicus kan het beste gezien worden als de vooronderstelling dat mensen altijd uit eigenbelang handelen”, vertelt Claassen. Tenminste: naar hun eigen voorkeuren. Als je het zo bekijkt is de homo economicus niet per definitie gericht op het verbeteren van de eigen financiële positie, aangezien de voorkeuren waar de mens naar handelt ook altruïstisch kunnen zijn. Toch gaat het in de praktijk, zodra economen het welvaartsbegrip concreet moeten maken in hun analyses, meestal om geld of goed. Hier rolt het beeld uit van de mens die altijd op zoek is naar meer, meer en nog eens meer.

Een selffulfilling prophecy

Het mensbeeld van de homo economicus zit diep. Beleidsmakers gaan nog altijd te makkelijk uit van het idee van de mens als primair economisch wezen, die efficiënt en rationeel zijn behoefte bevredigt. Neem bijvoorbeeld straffen door middel van boetes. Om gedragsverandering te stimuleren worden mensen aangesproken op hun financiële eigenbelang. En door accijns te heffen op tabak wordt het signaal gegeven dat het slecht is voor de portemonnee om te roken. Maar in plaats van mensen aan te spreken op hun financiële eigenbelang, kunnen beleidsmakers ook een moreel appèl doen en inzetten op gezondheidscampagnes.  

Beleid dat enkel wordt gevormd aan de hand van het idee van de mens als homo economicus heeft de neiging een selffulfilling prophecy te worden, legt Claassen uit. Op het moment dat je mensen aanspreekt op hun financiële positie, normaliseer je dat geld leidend is in gedrag. Zo is in landen waar de overheid campagne voert tegen belastingontduiking vaak voorgekomen dat het aantal mensen dat belasting vermijdt juist stijgt. Met zo’n campagne geeft namelijk het signaal af dat belastingontduiking normaal gedrag is, dat medeburgers dit blijkbaar doen en het geen gek idee is om het zelf ook eens uit te proberen.

Contextafhankelijk

In verschillende settings gelden verschillende normen. Waar men in de context van een marktomgeving sneller uit eigenbelang handelt, wordt er in een familie- of een verenigingssetting meer gedacht in termen van solidariteit en anderen helpen. Een mensbeeld is vaak een generalisatie van zo’n setting, en die generalisatie vormt precies het probleem. Claassen: “Elk mensbeeld bevat een kern van waarheid en is tegelijkertijd ook een overdrijving. De mens is heel genuanceerd en complex en altijd meer dan één mensbeeld kan vatten.”

De mens als complex wezen

Om de complexiteit van het menselijk gedrag duidelijk te maken verwijst Claassen naar de bekende Ultimatum Game: persoon A moet in dit experiment persoon B een euro aanbieden of een deel van een euro. Als persoon B het aanbod aanneemt mogen ze beide het bedrag houden, als persoon B het aanbod afwijst krijgen ze beide niets. In deze situatie is het voor A, vanuit de homo economicus geredeneerd, de beste keuze om persoon B één cent aan te bieden, het kleinst mogelijke gedrag, en zelf 99 cent te houden. Vervolgens is het voor persoon B, vanuit de homo economicus geredeneerd, de beste keuze om die één cent aan te nemen. Uiteindelijk is iets beter dan niets voor een puur economisch wezen. Maar wat blijkt: de B’s van deze wereld wijzen dit bedrag af. Voorstellen van minder dan 30 procent van het bedrag worden in de meeste gevallen geweigerd. Ze straffen daarmee persoon A voor het oneerlijke aanbod, maar straffen daarmee ook zichzelf. Mensen blijken dus bereid een prijs te betalen om een bepaald ideaal van gelijkheid tussen mensen te handhaven.

Moet de homo economicus dan helemaal overboord? Claassen: “De homo economicus is ook een onderdeel van de mens en is daarmee niet weg te denken.” De mens reageert in sommige gevallen namelijk wél op die financiële prikkel: verhoogde accijns op tabak verminderen daadwerkelijk het aantal rokers. Wél is het van belang dat economen en beleidsmakers inzien dat er meer is dan dat, anders leven we straks in een wereld waar de man met de grijpgrage handen vooruit en de eurotekens in zijn ogen de standaard is.