Donderdag 2 april is het Wereld Autisme Dag. Tijd om stil te staan bij de (niet altijd rooskleurige) geschiedenis van autisme. Hoe heeft ons idee ervan zich door de tijd heen ontwikkeld?

Artikel

De (niet zo fraaie) geschiedenis van autisme

  • 31 maart 2026
  • Leestijd 1 min
Google Deepmind / Unsplash

Goed gedrag belonen met M&M’s en slecht gedrag afstraffen door kinderen te prikken of zonder eten naar bed te laten gaan. In de jaren ‘60 en ‘70 ontwikkelde de Noorse psycholoog Ole Ivar Lovaas deze mensonterende gedragstherapie voor kinderen met autisme om ze ‘zo normaal mogelijk’ te maken. Misschien nog wel verontrustender: hij publiceerde de resultaten in wetenschappelijke tijdschriften, waarbij de mishandelde kinderen tot tabellen werden gereduceerd. Het is een kleine greep uit de donkere kant van de autismegeschiedenis.

In het voorjaar van 2023 nam schrijver Niels Springveld ons mee in deze geschiedenis. Hij legt uit dat autisme in 1907 voor het eerst gebruikt werd voor het beschrijven van de symptomen van schizofrenie. Van 1940 tot de jaren ’80 werd de term gebruikt om kinderen te beschrijven met een ‘veranderingsweerbaarheid’, wat we nu misschien ‘een behoefte aan structuur’ zouden noemen. Door de jaren heen is de kijk op autisme continu veranderd.

Inmiddels begrijpen we autisme als een breed spectrum, waarin grote verschillen bestaan tussen mensen met autisme. Waar sommigen vooral veel moeite hebben met prikkels, hebben anderen bijvoorbeeld moeite met taal of motorische vaardigheden, benadrukt neuropsycholoog Hilde Geurts. Door de aandacht voor neurodiversiteit worden mensen met autisme niet langer als minderwaardig gezien. Autisme is onderdeel van wie ze zijn en hoe ze de wereld ervaren.

Wil je meer weten over de geschiedenis van autisme? En waardoor autisme voor de één een kracht is en voor de ander een beperking? Luister dan hieronder naar het volledige gesprek.

Op donderdag 2 april verschijnt het boek van Niels Springveld ‘Autisme: een biografie’ over de geschiedenis van autisme.