Geen oorlog en geen vrede: hoe gaan we om met de Russische dreiging?
In zijn boek Working toward the Führer betoogt historicus Ian Kershaw dat Hitler een ‘luie dictator’ was. De Duitse leider stuurde de uitvoering van de Holocaust namelijk niet direct zelf aan. De gruweldaden ontstonden door rivaliserende overheidsinstanties die op Hitlers wensen anticipeerden.
Volgens cultuurhistoricus Rutger van der Hoeven (UU) kunnen we de schijnbaar oneindige stroom aan Russische spionageactiviteiten, sabotageacties, desinformatiecampagnes en cyberaanvallen ook door deze lens bekijken. Het Kremlin formuleert via abstracte aanwijzingen een doel: een verzwakt en verdeeld Europa. Hieraan geven de sterk concurrerende inlichtingendiensten vervolgens zelf invulling, met als doel om op te vallen bij Poetin. Of er nu sprake is van een coherent centraal plan of niet, de Russische dreiging in West-Europa neemt toe. Wat moeten we daarmee?
De Russische schaduwvloot
Follow the Money-journalist Birte Schohaus onderzoekt de Russische schaduwvloot op de Noordzee, één van de vele manieren waarop Rusland zich de laatste jaren laat zien op het hybride strijdtoneel. Het gaat om gesanctioneerde Russische schepen - olietankers, vissersboten en transportschepen – die verdacht gedrag vertonen door urenlang stil te liggen en op open zee rondjes te varen. Hierdoor duurt de reis langer en lopen de kosten op: onlogisch gedrag voor commerciële schepen dus. Schohaus’ onderzoek laat zien dat de afwijkende vaarpatronen vaak plaatsvinden boven kritieke infrastructuur: olie- en gaspijpleidingen, windparkverbindingen en datakabels.
Dit kan zijn om de kabels goed in kaart te brengen, bijvoorbeeld met onderwaterdrones, met als doel deze in de toekomst te saboteren. Maar het is ook mogelijk dat deze schepen afluisterapparatuur installeren op onze internetkabels. Het gebeurt vaak op zulke afgelegen plekken en op zo’n grote diepte dat we eigenlijk niet goed weten wat zich er precies afspeelt.
Onrust, verwarring en angst
Maar waarom treedt de Nederlandse overheid hier dan niet tegen op? Ten eerste omdat het internationaal recht dat niet toelaat. Op open zee geldt het recht van vrije doorvaart, wat ingrijpen vrijwel onmogelijk maakt. De kustwacht, de marine en de AIVD zijn ervan op de hoogte en volgen de schepen, maar kunnen pas handelen wanneer een verdacht vaartuig onze territoriale wateren binnenvaart. Daarbij speelt nog iets anders mee: het is onduidelijk hoe de Russische bemanning reageert op een entering. De kans op escalatie is reëel, en die onzekerheid draagt bij aan de terughoudendheid.
Daar komt bovenop dat het bewijs altijd verdwijnt. In 2025 zijn er meerdere Russische verkenningsdrones gespot boven militaire aanvoerroutes in Duitsland die de Verenigde Staten gebruiken om hun troepen te bevoorraden. Ook in Nederland vliegen steeds vaker Russische drones rond boven vliegvelden. Experts vermoeden dat deze drones opstijgen vanaf de Russische schaduwvloot. In mei 2025 doorzochten de Nederlandse douane, marechaussee en de politie gezamenlijk het vrachtschip HAV Dolphin in de buurt van Rotterdam. Eenmaal aan boord kwamen de autoriteiten geen drones tegen. Ze zijn makkelijk over boord te gooien, verdwijnen in de Noordzee en worden nooit meer teruggevonden.
Het effect van de schaduwvloot legt iets wezenlijks bloot van de hybride strijd die Rusland tegen het Westen voert. Hoewel er een reële mogelijkheid van sabotage is, gaat het misschien nog wel meer om het zaaien van onrust, verwarring en verdeeldheid.
Geen paniek!
We bevinden ons als land dus niet in oorlog, maar ook niet echt in vrede. Van der Hoeven omschrijft deze toestand als niet-vrede. Het besef van deze permanente dreiging dringt de afgelopen jaren steeds dieper door in onze samenleving. NAVO-topman Rutte wijst herhaaldelijk op de mogelijkheid van escalatie, en pleit voor meer geld naar defensie, om de Russische dreiging het hoofd te bieden. En de Nederlandse overheid probeert met campagnes, zoals het noodpakket-informatieboekje, burgers alert te maken op een mogelijke crisis.
Sommige critici waarschuwen dat we de Russische dreiging overschatten. Het gevaar is dat we blindelings meegaan in de oorlogsretoriek. Voor we het weten is de dienstplicht terug en geven we meer dan 6% van ons BBP uit aan een vergroot wapenarsenaal, terwijl een echt conflict uitblijft. Tegelijkertijd moeten we de dreiging ook niet onderschatten. Zoals Schohaus’ onderzoek naar de Russische schaduwvloot laat zien: we zijn enorm afhankelijk van kwetsbare infrastructuur, en de Russische activiteiten in de Noordzee zijn niet onschuldig.
Hoe moeten we dan reageren? Van der Hoeven nuanceert: “Het beste wat de overheid kan doen is een rustige, waakzame lijn uitzetten, die niet alarmistisch is. Het is geen keuze tussen heel militaristisch reageren, of niks doen. Het gaat erom dat we met de juiste proporties reageren, en niet te veel in paniek raken.”