Nationalisme is nog steeds 'een ding'

Waarom kan een vliegramp, zoals die met de MH17, ons bewuster maken van onze Nederlandse nationaliteit?
Leestijd 4 minuten — Di 15 december 2015

Stagiaire Saskia Huijgen ziet aanwijzingen voor het wegvagen van de natie. We hebben het internet en kunnen verre reizen maken, het wereldburgerschap is dichterbij dan ooit. Met de globalisering kwam ook de internationale economie op en er zijn wereldwijde mensenrechten. Aan de andere kant juichen we hard om 'onze' jongens en zijn er wereldwijd politici die spreken over 'eigen volk eerst'. Het woord 'nationalisme' komt regelmatig in ons dagelijks leven voorbij. Wat betekent het eigenlijk? Wetenschappers uit verschillende disciplines geven daar andere invullingen aan. In de komende weken onderzoekt Saskia aan de hand van voorbeelden wat nationalisme inhoudt. Heeft het een belangrijke functie of is het iets waar we vanaf moeten voor een betere wereld?

MH17

In juli 2014 voelde ik me meer Nederlander dan ooit. De vliegramp MH17 in Oekraïne maakte mij bewuster van mijn nationaliteit. Bij de ramp overleden 298 mensen, waaronder 193 Nederlanders. 23 juli 2014 werd uitgeroepen als dag van de nationale rouw. Tranen vloeiden, zowel bij het grote publiek als bij politieke figuren en leden van het Koningshuis. Dat een nationale ramp verbroedert werd door dit tragische voorval wel bewezen. Gezamenlijk rouwen we om de slachtoffers van ons eigen volk; mensen die we niet persoonlijk kennen, maar waar we ons wel verbonden mee voelen. Waar komt dit vandaan?

Om het in perspectief te plaatsen: in september 2015 zijn er bij de hajj (jaarlijkse pelgrimstocht) in Mekka 769 dodelijke slachtoffers gevallen door verdrukking. Dit voorval raakt mij minder dan de MH17 ramp, terwijl het gezien het dodenaantal een veel grotere tragedie is. Blijkbaar maak ik een onderscheid in mensenlevens op basis van nationaliteit. Doordat de media, politieke leiders, maar ook 'gewone mensen' steeds benadrukten dat het om Nederlandse slachtoffers ging, nationaliseerden zij de ramp. Waar komt deze nadruk vandaan en is de voorkeur voor eigen nationaliteit niet hypocriet? Is nationalisme niet iets waar we al afscheid van namen in de vorige eeuw?

Een ingebeelde verbondenheid

De term 'nationalisme' is complex en is in het verleden door wetenschappers op verschillende manieren gedefinieerd. Een politiek-sociale definitie van nationalisme legt meer de nadruk op grenzen en staten. Zo zegt socioloog Ernest Geller dat nationalisme een politiek principe is waarbij de grens van een natie overeen moet komen met de grens van de staat. Dit houdt in dat grenzen van staten zich moeten baseren op hoe een volk verspreid is over het land, zodat een staat en het volk cultureel gezien homogeen zijn.

De antropoloog Benedict Anderson probeerde ook de natie en het nationalisme te definiëren in zijn boek 'Imagined Communities' (1983). Zijn inzichten kunnen ons helpen begrijpen hoe het kan dat landgenoten zich zonder elkaar te kennen toch verbonden voelen. Zoals de titel van zijn boek al verklapt ziet Anderson naties als een ingebeelde gemeenschap, aangezien de leden van zelfs de kleinste natie nooit al hun medeleden zullen kennen of ontmoeten. Maar in de verbeelding leeft toch het idee van een gemeenschap. De wortels voor dit idee liggen in een gemeenschappelijke cultuur, taal en verleden en dit idee uit zich in een bepaalde retoriek, nationale mythen en tradities. Het gevoel van verbondenheid is volgens Anderson maakbaar, het is een cultureel construct. Door aandacht te besteden aan retoriek of nationale mythen kunnen mensen zich inbeelden dat ze onderdeel zijn van een groter geheel en worden landgenoten leden van je eigen groep.

Retoriek in de media

De werking van de culturele wortelen zien we ook terug in het nationaliseren van de MH17 ramp. Omdat ook ik lid ben van een ingebeelde gemeenschap kan ik rouwen om mensen die ik niet ken. Anderson beschrijft hoe boeken en kranten een belangrijk onderdeel waren in de opkomst van de natie en het gevoel van verbondenheid, en dit blijkt nog steeds. De media wakkeren nationalistische gevoelens aan: bij verslaggeving over MH17 werd in elke krantenkop het aantal Nederlandse doden vermeld. Foto's van Nederlandse slachtoffers kwamen voorbij in allerlei media, waardoor er wordt benadrukt hoeveel wij toch lijken op de slachtoffers. Ook krantenkoppen als “Iedereen kent wel iemand” (NRC, 19 juli 2014) versterken het effect dat wij één gemeenschap zijn in Nederland. En via sociale media kon iedereen massaal zijn of haar rouw betuigen, gericht aan nabestaanden die we niet persoonlijk kennen.

Nationalistische gevoelens zijn sterk

Nu dit 'ingebeelde' groepsgevoel eenmaal is opgewekt, merk ik dat het moeilijk is om er weer vanaf te komen. Het lijkt misschien hypocriet dat we nationaal massaal treuren om de Nederlandse slachtoffers bij een vliegramp en minder om de vele doden in Mekka dit jaar. Maar het is ook wetenschappelijk te verklaren aan de hand van Andersons inzichten over het bestaan van nationalisme. Mensen geven nu eenmaal meer om mensen uit hun eigen groep. Soms worden er hoopvolle toekomstbeelden geschetst waarbij iedereen zich wereldburger voelt in plaats van een inwoner van zijn of haar land. In tijden van globalisering en de nadruk op de naleving van universele mensenrechten lijkt dit ook wenselijk. Kunnen mensen uiteindelijk inbeelden dat ze lid zijn van de groep “mensen” in plaats van de groep van hun land?

In het volgende blog wordt er ingegaan op nationalisme in combinatie met solidariteit. Kunnen mensen uiteindelijk volledig solidair zijn met 'de mens' in plaats van alleen hun landgenoten?