Strijden voor een utopisch ideaal of kapitaal: anarchisten, marxisten en neoliberalen

Welzijnswerk beschrijven vanuit maoïstisch perspectief, dat klinkt vreemd en radicaal in onze oren, not done zelfs, maar in de jaren zeventig keek niemand er vreemd van op.
Leestijd 3 minuten — Wo 14 maart 2012
Underground

Prof. dr. Hans Achterhuis legt de filosofie en ideologie van de jaren zeventig en tachtig bloot in de eerste lezing van de serie Underground. Zijn eigen werk en de ontwikkeling daarin legt een aantal paradoxen van die tijd bloot. Waarom het marxisme er met de haren bijtrekken als je schrijft over de praktijk van de zorg? Hij kan het zich niet meer goed voorstellen, maar onder de 'culturele hegemonie van links' die in de jaren zeventig heerste, was het vanzelfsprekend.

Compromisloos denken
Een andere paradox is de schijnbaar probleemloze overstap die radicale anarchisten in de loop van de jaren tachtig maakten naar het neoliberalisme. Staan die twee niet diametraal tegenover elkaar? Misschien niet. Achterhuis verheldert dat aan de hand van de Amerikaanse schrijfster en filosofe Ayn Rand over wie hij in zijn boek De utopie van de vrije markt ook schreef. Rand kan gezien worden als de belichaming van het neoliberalistisch gedachtegoed, maar werd in de jaren zestig ook gelezen door de hippies. Beide delen namelijk een anarchistische achtergrond en hebben een duidelijk utopische inslag. De ene, linkse utopie van gelijkheid en emancipatie, is haast ongemerkt ingeruild voor de andere, rechtse utopie van verregaande individualisering (je kunt ook zeggen: egoïsme) en de vrije markt. En daar zitten we nog steeds in gevangen, aldus Achterhuis. Het gevaarlijke van utopisch denken is de compromisloosheid waarmee het gepaard gaat.

Klassenstrijd of vrolijk engagement
Terug naar de jaren zeventig, die 'verwarrende veelheid' van stromingen en bewegingen die niet zelden in strijd waren met zichzelf, evenzeer als met de macht en het kapitaal. Er zijn twee 'hoofdstromingen' te onderscheiden, beide geworteld in de negentiende eeuw. De marxisten richtten zich op de klassenstrijd, die onder leiding van de partij door het proletariaat bevochten moest worden. Met bittere ernst en met het oog op een utopische toekomst. Voor de anarchisten ging het meer om het hier en nu, vrolijk engagement en do-it-yourself avant la lettre. Deze tweedeling van marxisten en anarchisten is ook in de sociale bewegingen van de jaren zeventig te zien, bijvoorbeeld in de vrouwenbeweging en in landbouwgroepen. Dat maakt het moeilijk een eenduidige typering te geven. Ook toen was het allerminst duidelijk waartoe iemand behoorde, omdat je binnen no time kon wisselen van overtuiging. Achterhuis geeft een grappig beeld van de kantine van het Instituut voor Andragologie, waar vóór de vakantie de Foucaultianen de dienst uitmaakten en ná de vakantie opeens de oranje gewaden van Bhagwan de ruimte kleurden.

Marx en Mao als kader
De idealen waren dus misschien wel radicaal, maar tegelijk vrij oppervlakkig en inwisselbaar. Hoewel de gewelddadige kant ook niet onder het tapijt geveegd mag worden. Achterhuis laat zien hoe makkelijk het was om mee te gaan in de heersende opvattingen van de tijd – ook zelf schreef hij immers met Marx en Mao als kader. Het is zijn verdienste dat hij deze intellectuele geschiedenis probeert te analyseren, samen met zijn eigen rol erin. De radicalen en revolutionairen die zonder omzien hoge functies met bijbehorende salarissen inrolden, omarmden even makkelijk de neoliberale utopie als eerder de communistische. De culturele hegemonie van links is nooit verzilverd in een politieke meerderheid, integendeel. Om onze eigen tijd van een culturele hegemonie van rechts beter te begrijpen, zijn dit soort analyses buitengewoon nuttig. Habermas noemde de 70's en 80's 'de nieuwe onoverzichtelijkheid' en dat is ook wel van toepassing op de 00's en 10's. Hans Achterhuis heeft in die onoverzichtelijkheid echter enige klaarheid weten te scheppen.

Volgende week
Volgende week spreekt dr. Caroline Nevejan over de kraakbeweging en de revolutionaire ontwikkelingen in cultuur en technologie die daarin plaatsvond. Wat heeft een sneeuwbal te maken met een flashmob? De lezing van Hans Achterhuis kijk je hier terug: De utopische ideologie van anarchisten en kapitalisten.