Als de dokter een fout maakt...
Voor de lezingenserie Doktersdilemma’s gingen drie UMC Utrecht-medewerkers naar aanleiding van de medische ziekenhuisserie The Pitt in gesprek over de moeilijke en meest menselijke situaties waar dokters voor komen te staan in hun werk. Een seizoen van de met vele Emmy's bekroonde tv-show volgt een vijftien uur durende dienst van dokter Robby, een getroebleerde maar toegewijde hoofdarts, en zijn collega’s op de spoedeisende hulp van het fictieve Pittsburgh Trauma Medical Center. Kijkers en recensenten prijzen het ijzersterke acteerwerk en het script; ziekenhuisprofessionals de realistische weergave van het werk op de spoedeisende hulp.
Trailer The Pitt Seizoen 1
Ik zal aan de patiënt geen schade doen
In de officiële Nederlandse artseneed uit 2003 staat onder andere: ‘Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen.’ Deze variant van de aloude Eed van Hippocrates wordt bij vrijwel elk afstuderen van kersverse dokters in Nederland voorgelezen. Maar als dokter ben je, naast een uitzonderlijke professional met jarenlange opleidingen en rigoureuze training achter de rug, ook nog steeds gewoon een mens. En slechte dagen hebben we allemaal, toch?
In een van de scènes uit The Pitt staat dokter Robby met een strak gezicht tegenover een van zijn teamleden. Ze biedt haar excuses aan voor het missen van een diagnose die een patiënt bijna het leven kostte. Ze heeft tijdens haar dienst slecht nieuws van haar moeder ontvangen en is die dag afgeleid. Robby wijst haar woedend terecht, “This place must be a fortress; nothing from the outside world can enter here. Nothing at all.” Eva Vink, internist-neuroloog, is het hier niet mee eens, ‘Je ontkomt echt niet aan het mens-zijn, ook als dokter.’ Maar collega-internist Ruud Kootte staat aan de kant van dokter Robby: je moet je persoonlijke leven achter je kunnen laten en je volledig op je patiënten kunnen richten, anders maak je kritieke fouten.
Incident, complicatie, calamiteit – wat nu?
Zowel Vink als Kootte werken op de spoedeisende hulpafdeling van het UMCU en hebben jarenlange werkervaring in deze omgeving. De meeste mensen maken regelmatig fouten op hun werk, met soms kleine of grotere gevolgen. Er zijn maar weinig personen bij wie het ergste geval het verlies van het leven van een ander is. Volgens universitair docent gezondheidsrecht Menno Mostert maakt het Nederlandse medisch-juridische stelsel onderscheid tussen een incident, een complicatie en een calamiteit. Een calamiteit is de heftigste variant in dit rijtje, namelijk een situatie die zware (blijvende) verwondingen of overlijden tot gevolg heeft.
Mostert legt uit dat het UMCU het “Gatenkaasmodel” volgt, dat gaat er vanuit dat niet één persoon een fout maakt, maar dat er binnen de organisatie omstandigheden zijn gecreëerd waarin iets fout kan gaan. Aan de andere kant kan het gebeuren dat een patiënt, onafhankelijk van de ervaring van de hulpverlener of het ziekenhuis, een klacht indient. En omdat de huidige wet zo compenseert voor de kwetsbaarheid van patiënten, moet dan toch één dokter worden aangesproken. Een patiënt moet zich bij een incident op zijn minst gehoord voelen. Als een klacht escaleert, kan deze worden voorgelegd aan de tuchtraad, die in uitzonderlijke situaties een dokter uit functie kan plaatsen.
(On)zin klachten
In The Pitt schreeuwt een moeder het uit. Haar zoon wordt volgens haar niet goed behandeld en de druk op de dokters op de spoedeisende hulp neemt nog verder toe. Iedereen kan zich deze reactie voorstellen; het zal je kind maar zijn. Maar wat gebeurt er met de artsen? Oncologisch chirurg Liesbeth Jansen vertelde onlangs in Nieuwsuur over de keer dat de familie van een patiënt die na een operatie overleed, een klacht tegen haar indiende. Daardoor moest ze voor de tweede keer in haar carrière voor het tuchtrecht verschijnen. Toen Jansen dit bericht kreeg, ‘zakte echt de grond onder mijn voeten vandaan. (…) Ik was echt helemaal ontdaan. Ik heb zó mijn best gedaan.’ Een traumatische ervaring dus - voor beide kanten.
In het UMCU-jaarverslag uit 2021 staat dat er in dat jaar zo’n 4100 klachten zijn ingediend, waarvan er acht uiteindelijk als echte calamiteiten zijn bestempeld. Dit komt neer op iets minder dan 0,0002%. Uit een officieel onderzoek eind 2025 bleek dat ongeveer 85% van alle zorgklachten onverminderd ongegrond was. Vink en Kootte vertellen dat regelmatige klachten worden ingediend die niet de tijd en moeite waard zijn. Zo was er patiënt die klaagde over 'meer pijn' omdat Vink met haar 35 weken zwangere buik tegen het bed aanleunde. Of een collega van Kootte, die een baby met typische trekken testte op het Downsyndroom en zo een moeder van haar roze wolk af zou hebben gehaald.
Dokterszorg
Gelukkig is er steeds meer ruimte voor de menselijkheid van dokters op de werkvloer. In het UMCU bestaan onder andere een ‘collega-supportnetwerk’, wekelijkse teamoverleggen en dagelijkse debriefings na de diensten om persoonlijke en professionele zaken die het personeel dwarszitten te bespreken. Bovendien zijn er tijdens de COVID-19-epidemie therapeuten aangesteld die uitsluitend zorg dragen voor ziekenhuispersoneel.
Zeker niet alle aspecten van he Pitt zijn voor het panel herkenbaar (het blijft immers een Hollywood-vertaling gebaseerd op Amerikaanse ziekenhuizen). Maar alle drie zijn het erover eens dat het ziekenhuis een wereld op zich is. Een waarin de druk enorm hoog is en de gevolgen van je handelen groot kunnen zijn. In de woorden van Vink, ‘Er zijn mensen die je echt nooit meer vergeet.’ En zo hoort het.