Brontofobie of astrafobie is de naam voor de angst voor onweer en in bijzonder voor donder. Een harde donderslag is dan ook een spectaculair fenomeen, waar je flink van kan schrikken. Vaak is donder vanuit de verte al beter te horen dan dat de bliksemflitsen te zien zijn.

De donder is eigenlijk een knal door de geluidsbarrière heen, wat je ook hebt bij straaljagers die sneller dan het geluid vliegen. Als een vliegtuig net zo snel als het geluid vliegt, dan worden de geluidsgolven steeds uitgezonden met de snelheid van de geluidsgolven die al eerder waren uitgezonden. Je krijgt zo een ophoping van geluid en dat geeft een knal.

Bij bliksem wordt de lucht zo heet dat die razendsnel uitzet. Door die schokgolf beweegt de opwarmende lucht sneller dan het geluid. Zo ontstaat een harde knal. Dicht bij de bliksem hoor je ook veel hoge tonen. Ver van de bliksem af hoor je vooral lage tonen en gerommel.

Door het tijdsverschil tussen de bliksem en de donder te meten kun je schatten hoe ver weg het onweer nog is. De bliksem zie je namelijk vrijwel meteen. Maar de donder reist met 340 meter per seconde, de snelheid van het geluid. Als er dus 3 seconden verschil zit tussen bliksem en donder, dan is de bliksem dus ongeveer 1 kilometer verderop ingeslagen.

De Utrechtse hoogleraar Marcel Minnaert schreef 80 jaar geleden al over de natuurkunde achter dit fenomeen.

Lees meer (lemma 14)
2020 © Studium Generale Universiteit Utrecht
Ontwerp/website door collageboys