Een halo ontstaat als er licht valt op ijskristallen die hoog in de atmosfeer hangen, op hoogtes tussen 6 en 10 kilometer. Daar vriest het altijd, en dus bestaan de wolken daar altijd uit ijs en niet uit waterdruppels.

De meest voorkomende halo is de zogenaamde kleine kring, of de 22 graden halo. Deze kun je zien als een witte kring rond om de zon. Je ziet de 22 graden halo vaak bij sluierbewolking, als de hemel een beetje melkachtig wit van kleur is.

Vaak zie je een halo een paar uur tot een halve dag voordat het gaat regenen. Daarom is er ook een weerspreuk "kring om de zon, regen in de ton".

Dit is een van de weinige weerspreuken die heel vaak uitkomt! Voorafgaand aan een gebied met regen neemt de bewolking namelijk al toe. Als eerste krijg je hele hoge bewolking. Daarna ook lagere bewolking en ten slotte regenwolken. Juist in die hoge bewolking zie je de halo, en dus is het een goede voorspeller van regen.

Soms zie je een beetje kleurverloop in een halo, met een rode gloed aan de binnenkant en wat blauw uitlopende kleuren aan de buitenkant. Een bijzondere halo is de maanhalo, goed te zien rond volle maan als er sluierbewolking is. Vrij zeldzaam! We hebben deze maand twee keer volle maan: op 1 en op 31 oktober. Rond die dagen moet je maar eens naar de maanhalo op zoek.

2020 © Studium Generale Universiteit Utrecht
Ontwerp/website door collageboys